Stadsleven Pieter de Raadt

bouwtekening_origineelOver het stadsleven in het dubbelpand Pieter de Raadstraat 35-37 is in het Rotterdams Stadsarchief een aantal interessante details te vinden. Het pand is in 1899 gebouwd met twee ruime werkplaatsen op de begane grond, die door de tijd intensief gebruikt zijn. Op de bouwtekening is te zien dat er in de werkplaats een grote stookplaats is ingericht – en dat de gevel een aantal fraaie details heeft, waarvan niet alles de tijd heeft doorstaan. Op de bovenverdiepingen zijn woningen gesitueerd.

In het stratenboek van 1911 (zie foto, op de rechterpagina) kunnen we lezen hoe het hele pand door vaklui wordt gebruikt en bewoond. Op de begane grond zijn een schilderwerkplaats en handelsdrukkerij te vinden; verder wonen er timmerlui en een metaalwerker. Eerder is er al een zeepfabriek (1903) en een sigarenfabriek (1901) te vinden.

In 1911 vestigt P. Ziere in de werkplaats van nummer 37 een firma in “zout, zeep, etc.”, die in al snel tot waterstokerij wordt uitgebreid. In de waterstokerij wordt warmwater voor de buurt gemaakt, terwijl er ook alle schoonmaakbenodigdheden te krijgen zijn. De stokerij zal het nog lang uithouden – weduwe Ziere zal deze zelfs na het overlijden van haar man nog jarenlang runnen.

pandkaartOver de periode 1940 en later is minder te vinden in het archief, al zijn er wel wat aardige details: de huurprijs van een bovenwoning (37, 1e verdieping) bedroeg bijvoorbeeld in 1942 zo’n 6 gulden per week (zie foto).

Opstart

Hier is het begin. Als alles goed gaat, starten we dit jaar op twee verschillende locaties in Rotterdam Noord het experiment om ongebruikte panden weer een actieve bestemming in de buurt te geven. Als eerste op de Banierstraat, met een fraai hoekpandje dat voorlopig de spil wordt van dit initiatief. En later in het jaar met een dubbelpand in de Pieter de Raadtstraat, waar we ook een fikse ruimte voor publieke activiteiten willen openen.

Het zijn panden die in de afgelopen jaren behoorlijk wat achterstallig onderhoud hebben opgelopen. Toch denken we met een korte zomerkuur zo ver te krijgen dat ze weer aan het Rotterdamse leven kunnen deelnemen. Maar voor het zover is zijn er nog wat bureaucratische horden te nemen. Onder welke contractvorm krijgen we ze in beheer? Hoe maken we een cultureel-initietief-vriendelijke exploitatie zonder meteen een enorm risico op ons te nemen voor de komende 10 jaar? En met wie gaan we de kar trekken?