Stand van zaken 02 / State of Affairs 02

August 2015: Things we have been doing since last state of affairs update in october.

Wasbuur / Van Blankensteyn Rotterdam wasmiddelen.

Wasbuur, do your washing in our shopwindow
Wasbuur, do your washing in our shopwindow

In 1902 vestigt B. van Blankensteyn zich aan de Pieter de Raadtstraat. Firma Blankensteyn maakte destijds zeep en leverde warm water voor de buurt.
Anno 2015 zet Firma van Blankensteyn zijn Zeepmakerij voort en opent een kleine wassalon in de kantine van de werkplaats aan de Pieter de Raadtstraat 37. Een ieder die zijn was wil komen doen kan tegen een bescheiden vergoeding zijn waszeep kopen en zijn kleding wassen.
De zeep is biologisch en zonder toevoegingen van schadelijke stoffen voor het milieu. De wasmachine is van goede kwaliteit en heeft verscheidene wasprogramma’s.
De heer van Blankensteyn wil graag een goede buur zijn en noemt de kantine daarom: Wasbuur.

Seminar on commoning stalled public housing assets

On June 15, within City in the Making (Stad in de Maak) initiative in Rotterdam, STEALTH.unlimited are organising half-a-day seminar, moving between the floors of our building at Pieter de Raadtstraat. A group of about 20 participants (from Stockholm, Paris, Netherlands) will come together to reflect on our ongoing endeavour from the perspective of how and on which premises to common the city, in the context of the unravelling welfare state and re-emergent struggles for urban existence. The event is one of the final stages of STEALTH’s practice base PhD research at the Royal Institute of Art in Stockholm, titled Practices of the Essential In-between, which in parallel to urban commons and alternative economic models discusses role of spatial practices in these processes.

From 2014, City in the Making is engaged in bringing a fraction of the stalled public housing stock (back) to forms of common use, set in three apartment buildings right at the Central Station in Rotterdam, for a period of ten years. Although in itself a modest attempt, knowing that hundreds of apartments and workspaces in the city are lingering in the same status (as a result of disruptive governmental policies, but foremost due to mismanagement and speculative risk-taking of its current real-estate owners), the intent is to take it as a starting point to open up paths to the much larger potential of re-commoning these urban resources to collective benefit.

To provoke thoughts in this direction, we have asked input from Martijn Jeroen van der Linden (researcher at TU Delft / Economics of Innovation and Technology, who’s PhD thesis focuses on the purposes of money and capital, and aims to propose a new design for the monetary system), Aetzel Griffioen (political philosopher, co-ordinator of Skillcity Rotterdam, who researches new forms of collective prosperity and works on socio-ecologic education in neighbourhoods of Rotterdam-South) and Saskia van Stein (curator, director Bureau Europa Maastricht).

Limited number of places available, contact us for more info.

Redesign!

Wij zijn een groep studenten van de Hogeschool Rotterdam met verschillende achtergronden. Onder leiding van Bart Groenewegen volgen wij het keuzevak Redesign. Het doel van dit keuzevak is om ons te verdiepen in de functie van twee openslaande deuren, en deze deuropening zo te redesignen. De deuren slaan open naar de straat. Met dit gegeven hebben we gezocht naar sociale interactie met de buurtbewoners. Om deze functie te vervullen organiseerden we wekelijks activiteiten waarbij de interactie met de buurt centraal stond. Hierbij konden we alle middelen om ons heen gebruiken om testcases van te maken. Deze achtergronden hebben ervoor gezorgd dat wij dit project vanuit verschillende hoeken hebben kunnen benaderen.

Brainstormsessies

Bij het brainstormen zijn meerdere ideeën ontstaan, een gedeelte van de groep heeft zich tijdelijk verdiept in de mogelijkheid om een workshop 3D printen te houden. Echter bleek al snel dat dit meer iets is wat om zelf mee aan de slag te gaan, het is namelijk een kwestie van ontwerpen en het printen duurt vaak erg lang en was dus niet geschikt als testcase.
Hierna zijn we verder gaan kijken naar andere interesses in de groep, Rajae en Zefyra waren geïnteresseerd in henna, en wouden daar wel een testcases over doen.

Hierdoor kwamen ze op het idee om henna te zetten bij mensen uit de straat. De mensen uit de buurt zijn over het algemeen vanuit een andere cultuur en hebben dus wel interesse in henna, maar ook Hollanders konden ze hiermee verrassen. Het idee was om de entree bijzonder te maken. Ze hebben daarom de deuren geverfd en betekend met henna versieringen. Ook is er een uithangboord gemaakt met een sierlijke henna titel. De bedoeling van het concept was dat er een gat in elke deur zit waar één hand door gestoken kan worden. Rajae en Zefyra zitten aan de andere kant van de deur (binnen) om de door het gat gestoken hand te decoreren met henna.

Het tweede idee vond zijn oorsprong in de geschiedenis van de buurt. In de panden waar zich nu vooral woningen bevinden, zaten vroeger vooral kleine bedrijfjes gevestigd. Met dit als thema leek het ons leuk om hier als testcase weer een typisch ouderwets bedrijf neer te zetten. En een dan toch wel bijna uitgestorven bedrijf soort (die daardoor hopelijk veel interesse zal wekken) is de wasserette. Waar wasserettes vroeger een grote publiekelijke functie vervulden, zijn ze nu vrijwel onnodig omdat bijna iedereen zich een eigen wasmachine kan veroorloven.
Daarom leek het ons interessant om voor de tweede testcases een wasserette te maken, zodat buurtbewoners bij ons hun was konden doen.

Het derde idee kwam vooral voort uit Tom. Hij moest voor zijn studie een project doen waarbij hij schoenen moest importeren uit China, om deze vervolgens te laten pimpen en doorverkopen. Als aansluiting op dit project, leek het ons een goed idee om een soort gelijk concept uit te voeren als testcase.

Een wat kleinere testcase was het communicatiebord, tijdens de tweede bijeenkomst werd er gediscussieerd of mensen überhaupt naar de gevel zoude kijken als wij er wat aan zouden veranderen. Doormiddel van het ophangen van briefjes, als zijnde een vraag- en aanbodbord, wilde wij de interesse van voorbijgangers opwekken.

Testcases

Wij hebben uiteindelijk in totaal 4 testcases op de Pieter de Raadtstraat uitgevoerd:

1.    Communicatiebord

Het communicatiebord had als doel om een interesse bij de wijk op te roepen. Door iets heel simpels aan de gevel toe te voegen blijven mensen even staan en vragen ze zich af wat het te betekenen heeft. Het communicatie bord is te vergelijken met een vraag- en aanbodbord in de supermarkt. De eerste insteek was om te kijken of mensen überhaupt terug zouden reageren, toen dit het geval bleek te zijn is er een poging gedaan om de reacties gerichter te maken door een thema uit te kiezen. Dit is gedaan door de vraag te stellen: ‘Wat is je favoriete frietje?’.

2.    Henna case

Henna is een rode kleurstof die wordt gebruikt voor het verven van nagels, handpalmen en haar. Deze vorm van lichaamsversiering komt vooral voor in Arabische, Afrikaanse en Indische culturen, maar wordt ook elders toegepast. De kleurstof wordt gewonnen uit de groene herfstbladeren. Deze worden vermalen en vermengd met citroensap of een ander zwak zuur. De actieve stof, lawsone, verbindt zich in het haar met de daar aanwezige eiwitten. Blond haar kleurt hierdoor rood, bruin haar wordt kastanjebruin, en grijs haar kleurt oranje.

De setup van de henna case was uiteindelijk helemaal zo geworden zoals hij moest zijn. Helaas trok het toch niet genoeg bezoekers. De redenen hiervan waren dat er niet veel voorbijgangers waren, dus zijn we gaan scouten naar mensen, dit waren kinderen die het eerst aan hun moeder moesten vragen, dit kwam er natuurlijk niet van. Andere wilde het niet omdat zij het te koud vonden. Wat we dus beter hadden kunnen doen is de activiteit binnen houden. Als het warm weer was geweest hadden we misschien meer mensen kunnen trekken. Ook had de promotie beter gekund (op facebook of via foldertjes, posters etc.)

3.    Wasserette case

Het idee van deze testcase was het namaken van een ouderwetse wasserette, dit idee kwam voort uit de originele functies van de panden uit de straat. Dit waren vroeger namelijk vooral kleine bedrijfjes. Het leek ons dus leuk om zo’n typisch oud bedrijf weer neer te zetten in dezelfde omgeving waar dit soort berdrijven vroeger hun plaatsvonden.

4.    Schoenen pimpen case

Voor onze 3e testcase hebben we een project gedaan met betrekking tot het ‘’redesignen van oude schoenen’’. Op onze locatie hebben we zelf oude schoenen meegenomen die we vervolgens zijn gaan verven. Het doel om de buurt te betrekken met onze activiteiten van ‘’stad in de maak’’ stonden hierbij centraal.
Via een poster die we ophingen aan de buitenkant van het pand hebben de buurt kunnen uitnodigen om hun zelf hun eigen schoenen te laten pimpen. Zelf demonstreerden we onze activiteit door op een tafel voor ons pand de schoenen te verven. Helaas was de response van de buurt laag en zou er meer promotie met betrekking tot het actief betrekken van de buurt. We hebben deze dag zelf 5 schoenen van een nieuw kleurtje voorzien.

Door:
Jeanine Verloop, studente illustratie
Rob van Klei, Arts & Crafts
Zefyra Nieuwenhuijsen, Communication & Multimedia design
Rajae Sara, Internation Trade Management gericht op Azië
Tom Nagelkerke, IBM
Luc Vermeer, student mediatechnologie

Business you can’t wait for

Article that Ana Džokić and Marc Neelen wrote for “Beyond Social”, magazine of Willem de Koning Academy, Rotterdam investigating social art and design, the first issue “Redesigning Business”, February 2015.

Workshop Redesigning Business at Stad in de Maak, November 2014
Workshop Redesigning Business at Stad in de Maak, November 2014

The field around “design” has recently shown a peculiar shift. In a short time, a multitude of designers – covering the total range of the design area, so it seems – have dedicated themselves to socially relevant problems. Currently, designers and artists are exploring barren areas in the neighborhood, architects are busy activating urban communities in buildings for the time being given up by real estate, spatial designers are again trying to ‘match’ social cohesion to urban districts or to tackle the bankruptcy of spatial planning with “process change”, while numerous product developers promise to improve the world with pop-up stores. It’s not that these pioneering design activities have never been undertaken before, but it seems counterintuitive to witness the emergence of such a “soft” approach, precisely in times of economic austerity, “rationalization” and disappearing culture funding. Or not?

The post-2008 era has caused an avalanche of changes in the work of designers. This has left a considerable group -temporarily or permanently- with an evaporated or seemingly redundant conventional practice. In architecture or product design temporarily (decreasing demand), but in spatial design it is probably irreversible, because of the dismantling of entire planning institutions. In recent years, a range of designers thus has seen themselves ending up in a strange position. In order to survive, part of this group has employed its “creative talent” in a flexible way, to tap into new markets. For example, in cases where the ramifications of radical changes of a failing market or government would lead to too explosive situations in certain urban areas, resembling the risk of Detroit-like conditions. Or in cases where corporations threatened to nail down houses due to insufficient maintenance budgets. Or in entirely renovated shopping areas, now desolated because new retailers were not in for a risky start in times of crisis.

Stretching some efforts, designers are here still able to rescue things nicely – and at a comparatively friendly investment budget. In Rotterdam, the Zwaanshals has been pulled out of the doldrums through the concept of a “food, fashion and design district” and the energy of many design pioneers. This focus is of course not infinite; either because the market revives (we can do our old tricks again, though chances are not considered very likely) or because the things once rescued with creative patchwork may require a more systematic solution and this kind of talent is no longer the approach requested.

Eventually, the design field will need to reinvent itself considerably. It is therefore more complicated for the starters and even for upcoming designers. How can they prepare for their future field of practice – a reality that is much more grim than the brochures from academies and universities and design glossies would like us to believe. And how do we seduce them not to leave the design discipline behind as a risky minefield and search for a more sustainable and resistant practice?

While educational institutions have been able to restrict the prospect of a “withered” career landscape by massively focusing on those design areas that some years back were considered less serious “peripheries” of the design field (temporary use of open spaces and buildings, for example) – and now increasingly as its core -, the need for redefining the profession has become evident. The rise of ‘design thinking’ and the ‘social design’ departments of various academies reveal what is at stake: other ways of designing, and for different purposes. This does not only concern the profession, but also the way we work, as a design community. Even a lifestyle designer is nowadays expected to express a “nearly activist attitude in a changing world full of challenges”. Because the earlier answer to how and through which means we could earn our existence currently seems barely relevant for future designers. The fact that students and teachers now focus on the role of “creative disciplines in the development of new business models” (as in the WdKA symposium and master classes ‘Redesigning Business’, November 2014) is not only relevant, but also urgent for those upcoming “creative entrepreneurs”.

It is however, far from easy to distill concrete results from these initiatives. It is therefore important to surpass the hip but often rather naive or not particularly robust business plans, and to realize that precisely the ability to bring such proposals to reality is at the core of what makes or breaks all the plans in question. If you yourself won’t even to stand for it, then it seems very appropriate to expect this from others. Exactly this attitude of “taking a stand” is beginning to sign off as an important parameter for attributing new meaning and momentum to creative disciplines. Not only devise plans, but also put them into effect. And if needed, take this stand for a few years, because you find it important. Then the plan suddenly needs to have been thoroughly worked out, and you need to believe in it and be convinced of its importance. In that case, it usually transcends the scope of an individual designer: you have to take a stand as a group, or preferably, as a community.

Also for our selves (no longer young promising talents anymore) this begins to manifest itself. In a group of moderately obstinate designers and cultural practitioners, we have started to address the things we find important, one by one. Such as the lack of space and programs for an idiosyncratic “maker culture.” While in the city around us the opportunities to encounter intriguing, pioneering culture are fading away or embody a stopgap padding to vacancy, we want to create space to destine and develop our future together with large group of creators. Not temporary, but lasting. To achieve this, we go back –or rather, forward – to the cooperative form of entrepreneurship. For such forms of cooperation have been the basis of unruly, emancipating and innovative initiatives, in times when groups formed who – out of dissatisfaction with the state of things- took the future into their own hands and initiated projects that could not be pulled off by someone alone. But at the same time we are too stubborn to let us be told by someone (i.e. management); we will manage ourselves, amongst ourselves. An attempt to do so could emerge from a recent bid on a large but neglected movie house in Rotterdam. The aim is to add a cultural initiative to the city, driven and programmed by makers: from design to theater, from debate to film, and more. Cooperative, of course.

Redesigning business (or actually redesigning practice) is in this case not so much the result of ingenious creative talent, or a smart business sense, but of attitude. It is about a “business” that we face together, of which we bear the risk together. Its profit in the first place is to see a culture and city that we want to see around us. But also a model that is economically sustainable enough to eventually support independence.

We believe that upcoming designers (those promising young ones) could also get to work from this perspective. Work together, be realistic about your survival strategy, and get started with things you – not just alone, but with more – no longer wish to wait for. Because that energy from your “creative power” alone, well, that will wear out again soon as well. Rather do things that you believe in, or join unruly ideas you want to be a part of – that will be your profit.

Link: Beyond Social Magazine, issue 1: Redesigning Business

 

Contract Banierstraat 62 getekend

Signing the Banierstraat contract: Mark van de Velde (Havensteder) right and Erik Jutten (SidM) left

Op 10 december 2014 is de ingebruiknemingsovereenkomst tussen Havensteder en Stad in de Maak met betrekking tot het pand Banierstraat 62 getekend. Daarmee heeft Stad in de Maak (na twee panden aan de Pieter de Raadtstraat) een derde pand voor 10 jaar in gebruik om alternatief te ontwikkelen.
Voorlopig zijn de twee verdiepingen in gebruik als atelier en wordt de begane grond, inclusief de tuin ontwikkeld als open huiskamer voor de buurt en overige gebruikers.
Er is een samenwerking met het stadsecologische buurtproject 7Seasons om samen een ecologische groene wand aan het Schout Heyrichplein in te richten.

Student Visit 02

studentvisitsweden_nov2014_sm
On Tuesday November 25 a group of Swedish Masterstudents from Umeå School of Architecture with their tutor Josep Garriga visited De Stokerij.
This is the second international student visit. It seems people can find us in Sweden and England, but where are all those Dutch architecture students?

Masterclass – The Sharing Economy

From November 17 – 21 De Stokerij (the groundfloor communal space at Pieter de Raadtstraat nr 35) was home for the masterclass The Sharing Economy, as a part of the Willem de Kooning event/symposium Re-Designing Business.


The assignment was to come up with ideas for a micro-business / sharing space / meeting spot for local communities of 30 M3, which is to be made behind two of the workshop doors opening up to the street.