Erik Jutten

“Ik denk dat samen het antwoord is op vele maatschappelijke vragen”

Alle grote dingen in de wereld zijn ooit in het klein begonnen, ziet Erik Jutten, mede-oprichter van Stad in de Maak. Een functietitel anders dan ‘voorzitter’ heeft hij niet. Liever pakt hij aan. Verbouwen, ontwerpen, organiseren, maar ook: “Er voor mensen zijn en zorgen dat juist de kleine dingen goed geregeld worden, waardoor mensen samen aan iets groters kunnen werken.”

Dat hij gelukkig wordt van met mensen samenleven en daar oplossingen voor bedenken, ontdekte hij in het studentenleven. Op de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten te Den Haag merkte hij dat hij geen rasechte kunstenaar was, liever faciliteerde hij. Zo begon hij een ‘huiskamerhotel’ in zijn woning, waar internationale kunstenaars tijdelijk onderdak vonden.

Later deed hij dit nog eens dunnetjes over in de tuin van het Gemeentemuseum en op Den Haag Sculptuur onder de naam Bureau voor Hedendaags Avontuur. Toen ook andere steden zo’n conceptueel hotel wilden, vond hij het teveel worden. “Ik wilde me helemaal niet op zo’n manier als kunstenaar uithuren. Ik zette het concept in de koelkast, nooit gedacht dat het ooit een basis voor Pension Almonde zou blijken.”

Samen

Het menselijke aspect van Stad in de Maak houdt hem het meest van alles bezig. De theorie laat hij graag over aan de architecten binnen het collectief, maar nadenken over hoe, wat, wie, waar en waarom doet hij graag. Het liefst ook vanuit zijn hart: “Ik denk echt dat samenwonen hét antwoord is op vele grote vragen. Als mensen zich op de juiste manier samenvoegen, kunnen we zoveel voor elkaar betekenen. Communities van mensen die het leven delen, voor elkaar zorgen, samen hun geld verdienen. Daar zie ik toekomst in.” 

Aanjager van oplossingen

Hij zou zo graag de woningmarkt zien veranderen. Van speculatie naar investeren in woningen voor mensen. Hij raakte betrokken bij de oprichting van Stichting VrijCoop voor coöperatief en solidair wonen. Als groepen mensen panden zouden kopen om nooit meer te verkopen, maar altijd te gebruiken voor coöperatief wonen, zouden daar altijd mensen kunnen wonen tegen een betaalbare huur.

Hij wordt al erg blij van wat Stad in de Maak hierin kan betekenen met tijdelijke panden, al richt hij zijn pijlen nu wel echt op een permanente plek. “Als het Stad in de Maak lukt om een plek te vestigen waar mensen permanent kunnen wonen tegen een betaalbare huur, dan wil ik dit concept kopiëren en overal ter wereld delen. Dat zou toch te gek zijn? Weet je wat ik allemaal heb kunnen ontwikkelen door zelf 28 jaar nauwelijks huur te betalen? Ik kon tijd in Stad in de Maak steken bijvoorbeeld. En hoeveel mensen hebben daardoor weer betaalbaar kunnen wonen? Een sneeuwbaleffect.”

Voor hetzelfde geld

Erik was ook de aanjager van de Stokerij, het ‘clubhuis’ van Stad in de Maak aan de Pieter de Raadtstraat, vanuit waar verschillende woongemeenschappen zijn ontstaan. “Ik zag het als een uitdaging om deze panden op te knappen en voor 10 jaar uit de markt te halen en er dingen te doen, onder anderen samen met Marc, Ana, Piet en mijn goede vriend Daan.” 

Het is nu ruim 10 jaar later. “Hoeveel hier al niet is gedaan: zoveel mensen hebben hier gewoond en gewerkt, er zijn seminars gehouden, exposities, studentenuitwisselingen. Voor hetzelfde geld – letterlijk! – had dit 10 jaar dichtgetimmerd kunnen zijn. Het tijdelijk beheer blijkt een waardevolle trainingsperiode te zijn voor onszelf en de groep.”

Het gevolg van het dichttimmeren van woningen had hij daarvoor gezien in Detroit, waar hij enige jaren woonde in kunstenaarsgemeenschap Popps Packing. Maar als een echte optimist zag hij juist ook de andere kant: wat je al niet kan bereiken en betekenen als je samen de handen uit de mouwen steekt.

Vragen van de samenleving

“Ik kwam net uit Detroit waar ik voor het architectenbureau Superuse Studios in 2010 met een groep mensen het Detroit Power House heb gebouwd, een off-the-grid huis om zelfvoorzienend te kunnen leven in een stad die door de overheid aan zijn lot is overgelaten.”

Hij was daar betrokken bij verschillende buurt- en kunstinitiatieven. “Ik ontdekte hoe het daar ging en dat vormde me. Het was dag in, dag uit doen en delen met de mensen die betrokken waren. Overdag keihard werken en ’s avonds kampvuur en community. Ik werd verliefd op de werkwijze en zette me elke dag in voor de groep, die steeds sterker werd.”

Die manier van werken nam hij mee naar Stad in de Maak: “Het gaat voor mij verder dan gezellig samenwonen en programma maken. Met bijvoorbeeld het opvangen van bankslapers in Pension Almonde zag ik Detroit steeds meer terug in Stad in de Maak.”

“Ik voel de vragen van de samenleving, hier net zo goed als in Detroit. Ik zou deze sociale- en huisvestingsvragen nog meer met elkaar willen verweven op een permanente plek. Ik ben bereid om allerlei wegen te bewandelen, politiek en op de woningmarkt, om dit op te zetten. Niet eindeloos denken, zoals in Europa, maar gewoon doen: uit noodzaak.”

Marc Neelen

“Niet iedereen leeft volgens het stramien van de beleidsmakers”

Marc Neelen (52) heeft geen interesse in een standaard woning, een doorsnee carrièrepad, of een gangbare wetenschappelijke blik. In de chaos van het einde van de Joegoslavische burgeroorlog zag hij de impact van alternatieve systemen op de stad: veerkracht. Dat inspireert hem in zijn eigen architectuur- en onderzoekspraktijk STEALTH.unlimited, waarmee hij samen met zijn partner Ana mede-grondlegger van Stad in de Maak is.

Misschien is het wel de laatste keer dat Marc Neelen (52) zijn huis aan de Burgemeester Roosstraat in Rotterdam laat zien. Toen hij uit Belgrado kwam, waar hij de helft van de tijd woont, lag er een brief van de gemeente op de mat. Hij wist al wat erin stond. Deze woning moet door haar bewoners leeg opgeleverd worden, zodat de gemeente het blok kan verkopen aan een projectontwikkelaar.

Het is het einde van de opstalovereenkomst, waarmee Marc, Ana en Erik, alle drie betrokken bij Stad in de Maak, samen met paar tientallen andere bewoners dit blok beheerden. Lastig, niet in de eerste plaats voor zijn deeltijdbewonerschap van Rotterdam. Samen met Ana Džokić leeft hij al sinds eind jaren ’90 de helft van de tijd in Rotterdam en de andere helft in Belgrado. Dat moet toch kunnen, vindt hij. “Niet iedereen leeft volgens het stramien van de beleidsmakers.”

Foto: Frank Hanswijk

Ook de inrichting van hun woning is niet conventioneel. Midden in de kamer, achter het keukenblok, zweeft een bed. Hierdoor is de ruimte verdeeld in 3 compartimenten, Ten eerste het souterrain met een ouderwetse kachel, waar hij zelf de betonvloer goot. -“Een ruildealtje uit een klus van Erik”, lacht hij. – Dan is er het slaapgedeelte waar je met een houten opstapje naartoe kunt. Tenslotte is er de woonkeuken, waar hij uit een blik nog net genoeg koffie haalt om een percolator mee te vullen. “Ik kom net terug uit Belgrado”, verontschuldigt hij zich.

Toen hij architectuur studeerde in Delft, ontmoette hij zijn partner Ana. Zij woonde in Belgrado en ze besloten al snel tussen hun beider woonplekken heen-en-weer te pendelen, terwijl ze samen probeerden te ontdekken wat de toekomst zou kunnen brengen. “Wij hadden geen interesse in een standaard carrièrepad. We vonden de planningsmachine waar je als student op voorgesorteerd werd niet innovatief. Het internet was in opkomst en wij experimenteerden met een combinatie van cultuur en architectuur rondom deze nieuwe technologische ontwikkelingen.”

Out of control

“Ondertussen was onze belangstelling voor de informele stadsontwikkeling in Belgrado gewekt. De burgeroorlog was grotendeels voorbij, maar had het land in totaal uit de rails laten lopen. De instituties lieten het afweten, je zag dat mensen daarom zelf maar dingen gingen uitproberen. Vanwege sancties was er in de winkels vrijwel niets te krijgen. Als je bijvoorbeeld deo of wc-papier nodig had, moest je dat ergens uit een kofferbak kopen. Benzine werd in colaflessen aan de rand van de stoep verkocht. Alles leek op z’n kop te staan, maar op de één of andere manier toch draaiend te blijven. Opvallend.

We raakten in die tijd geïnspireerd door het boek ‘Out of control’ van Kevin Kelly over de principes van ecosystemen en ontdekten hoe je dat terugvindt in de stad. Aan de randen van deze systemen gebeuren de interessante en innovatieve dingen. Dat zag je precies zo terug in Belgrado. In reguliere tijden missen we zulke dynamieken en hun waarde voor de stad, hun vernieuwende bijdrage.” 

Het was het begin van hun praktijk; het opzetten en onderzoeken van innovatieve initiatieven. “We gebruiken het begrip politics of space: het terugbrengen van essentiële resources bij de mensen in de vorm van commons en coöps en andere toekomstbestendige vormen om je te organiseren.” Momenteel werken Marc en Ana bijvoorbeeld aan een energiecoöperatie, een Europese wooncoöperatie en een investeringsfonds om zulk soort coöperaties mogelijk te maken. 

Andere tijden

“In die begintijd leerden we de anderen van Stad in de Maak kennen. Piet was hoofdredacteur van het verse architectuurplatform Archined, waar ik ook voor ging schrijven. Erik werd onze buurman in de Burgemeester Roosstraat, toen we daar terecht kwamen en dat wooncollectief net van start ging. Overal zat vaart in. Hele andere tijden.”

In 2008 kwam alles bij elkaar op de Architectuur Biënnale Venetië. “Met onder andere Erik en Piet vormden we een team voor de invulling van het Nederlandse paviljoen. “We hebben toen intensief samengewerkt, en uiteindelijk een week lang in Venetië gebouwd, een programma georganiseerd, gegeten en vooral ook heel veel ideeën uitgewisseld. Aan het eind van die week ging Lehman Brothers in de VS onderuit en brak internationaal de financiële crisis uit. De mogelijkheid van zo’n scenario hadden we natuurlijk vooraf al wel besproken, al hadden we niet verwacht dat het precies op dát moment zou losbarsten. Wij vonden dat we iets konden met onze gezamenlijke ervaringen in zo’n tijd dat de systemen klappen.”

“Erik kwam net uit Detroit, waar hij diep geraakt was door de gevolgen van leegstand voor een gemeenschap. Piet schreef een stuk over een weerbaar toekomstperspectief voor jonge architecten. Wij hadden na jaren in het cultuur- en biënnalecircuit allemaal behoefte om terug te gaan naar de basis. Lokaal werken en iets daadwerkelijk opbouwen, niet alleen een tentoonstelling of debat. Toen Erik niet lang daarna op de proppen kwam met twee weespanden op de Pieter de Raadtstraat wisten we allemaal dat we daar iets mee wilden.”

Alternatief ecosysteem

“We hadden geen idee waar we aan begonnen, maar we vonden het met z’n allen spannend om deze panden 10 jaar overeind te gaan houden. We wisten toen nog niet dat er nog meer panden zouden komen. Later zelfs hele straten. Het is super dat we vanuit deze panden met deze groep mensen van verschillende achtergronden en generaties zelf een alternatief ecosysteem gevormd hebben. Er is een gemeenschap ontstaan die veel verder gaat dan we dachten.”

“Bestendigheid is voor mij het allerbelangrijkst. En dat is niet het klakkeloos luisteren naar het aanbod op de markt. Het maakt me kwaad dat er destructieve leefstijlen zijn die aan hele groepen worden opgedrongen, zoals met het concept ‘wooncarrière’- ga toch weg! Er zijn manieren om in de stad, om op deze planeet te leven, zonder die leeg te plunderen, zonder de toekomst te verzieken. Daar zijn communities voor nodig.”

Toekomstbeeld

Het evenwicht tussen kwetsbaarheid en robuustheid is broos. Met ons werk scheppen we een groter perspectief en bouwen we toe naar een duurzaam gemeenschappelijk samenleven. Ik weet niet of dat toekomstbeeld een droom is of juist een eindeloos uithoudingsgevecht, waarin het voor je overlevingskans belangrijk is dat je elkaar bijstaat. Ik denk eigenlijk vooral dat laatste.”

Piet Vollaard

“Ik vind win-win situaties in onconventionele oplossingen”

Piet Vollaard kijkt anders naar systemen dan de gemiddelde ambtenaar, adviseur of vastgoedontwikkelaar. Systemen zijn er niet om aan te conformeren, vindt hij. Liever breekt hij ze open en verruilt hij logisch gevonden onlogische oplossingen voor win-win situaties. Als mede-oprichter van Stad in de Maak zorgt hij “altijd samen met anderen, hoor” voor onconventionele woonoplossingen. 

Dat is zijn grootste doel met Stad in de Maak, maar ook binnen zijn werk als schrijver en mede-oprichter van De Natuurlijke Stad is hij bezig met natuurlijke en sociale ecosystemen en het versterken daarvan. Leunend tegen de getimmerde balustrade van de Pieter de Raadtstraat 35 draait hij een sjekkie. Het is niet de eerste onconventionele oplossing die, hier, op dit balkon, in precies deze houding, in hem opkomt. 

De rijkdom die hij vindt in uitzonderingsposities biedt mogelijkheden voor de niet-standaard stadsbewoner en de (semi-)publieke ruimte. Neem bijvoorbeeld Pension Almonde, waar ruim 100 mensen ruim twee jaar tegen lage huur konden wonen in panden die anders leeg zouden staan, terwijl het óók nog iets deed voor de wijk. Hij kan genieten van het effect ervan: dat er bijvoorbeeld een (sl)opera ontstond, die onderdeel werd van de Rotterdamse Operadagen. Of het experiment om in een van de woningen een zorgpension te beginnen, waar serieuze samenwerkingen uit voortkwamen.

Foto: Frank Hanswijk

Het kan wél

Bij het uitvoeren van zijn visie vecht hij soms op tegen de klippen van het ambtenarenapparaat. Dan komt hij terecht in politieke spelletjes. Zoals toen hoorde dat de gemeente de panden aan de Burgemeester de Roosstraat in Rotterdam liever verkoopt aan een projectontwikkelaar dan aan de zittende bewoners. Die moesten er toen binnen enkele maanden uit. Al die tijd dat hij met compagnons Ana, Erik en Marc aan het rekenen was om te kijken of ze er met die bewoners een woningcorporatie kunnen beginnen is voor niets geweest. “De vraag is of het ooit een eerlijke kans gekregen heeft”.

De moed zinkt hem vaak in de schoenen. “Het is soms erg frustrerend”, zegt hij hoofdschuddend. “Het zijn dichtgetimmerde systemen die zichzelf tegenwerken en ons daarmee ook. Mijn vertrouwen in de overheid heeft wel een flinke knauw gekregen door deze jaren Stad in de Maak.”

Wat helpt is een tikje cynisme, of zoals hij het zelf liever zegt: ‘klassiek kynisme’ (Diogenes is zijn filosofie-held). “Dit is een vorm van Stoïcijnse intelligentie en vasthoudendheid die je wel nodig hebt als je dit soort dingen van de grond wilt krijgen. Uiteindelijk gaat het om het resultaat. Als het lukt om simpele oplossingen erdoorheen te krijgen bij alle partijen, dan is mijn missie geslaagd. ‘Volgens mij kan het wel,’ is mijn grote drijfveer. Dingen die iemand anders ook kan, doe ik liever niet, daar ben ik te lui voor.” 

Dat is één van de redenen dat hij zich nooit bij een architectenbureau heeft aangesloten. “Ik heb eigenlijk het hele vakgebied verkend, inclusief de hoofdlijn: gebouwen ontwerpen. Maar ik kwam er al snel achter dat ik interieurontwerp leuker vond. Dat gaat lekker snel; je kunt alles in de handen van één persoon houden. Ontwerpen doe ik vaak alleen. Opmerkelijk, want architectuur bedrijven is één en al samenwerking. Pas later ben ik me gaan realiseren dat het samengaat. Ik ben graag autonoom en vanuit die positie werk ik graag samen met anderen.”

Er was een tijd dat hij tegelijkertijd met een boek, een gebouw en nog een leuk ander project bezig was, gewoon omdat hij zichzelf flexibel wil houden. Nog steeds Piet is bijna altijd met meerdere dingen tegelijk bezig. “Naast Stad in de Maak is mijn tweede hoofdbezigheid van de laatste tien jaar stadsnatuur en stedelijke biodiversiteit. Ik schrijf daarover en werk aan projecten op dat gebied. Ook werk ik aan een oeuvre-onderzoek en uiteindelijk een monografie over ‘wilde tuinman’ Louis le Roy.”

Bij de tientallen boeken die hij schreef, ging zijn motto ‘volgens mij kan het wel’ op. “Ik vroeg me bijvoorbeeld af waarom er nog niemand een boek geschreven had over Herman Haan. Er was bijvoorbeeld geen markt voor, of het was lastig aan informatie komen. Als ik het nuttig vond, en niemand anders deed het, dan ging het gewoon zelf doen.”

“Waarom was er nog geen architectuurdagblad?”, dacht hij in de tijd dat het internet opkwam. “Eindelijk kon ik mijn eigen architectuurkrantje beginnen.” Archined was één van de eerste Nederlandse websites en groeide uit tot het online debatplatform voor de Nederlandse architectuur. Van 1996 tot 2013 was Piet hoofdredacteur. 

Foto: Frank Hanswijk

Tijd voor verandering 

Het jaar 2008 brak de routine. Het was het jaar dat de faculteit voor architectuur in Delft afbrandde. Ondertussen dacht Piet erover om zichzelf misbaar te maken binnen Archined. Met de rookpluimen die hij kilometers verderop zag vanuit het kantoor van Archined, voelde hij de verandering al in de lucht hangen.

Het gevoel klopte. Op de Biënnale van Venetië ontmoette hij Erik en werkte hij samen met Marc en Ana, die hij al kende. In een tijd waarin de Nederlandse architectuur floreerde met ‘Super Dutch’, besloot het Nederlandse team een paviljoen te maken dat zich richtte op discussie en onderzoek in plaats van het laten zien van gebouwen. De brand van de faculteit in Delft was aanleiding om vaardigheden, mogelijkheden en een curriculum te ontwikkelen dat verder gaat dan het uit de grond stampen van gebouwen. Een antwoord van architecten op wat er op dit moment echt urgent is. Het was een lastige boodschap op deze internationale architectuurtentoonstelling. “We werden niet begrepen.”

Midden in de werkzaamheden rond deze biënnale kwam het nieuws: de bank Lehman Brothers was failliet. Het begin van een wereldwijde financiële crisis waarin 60 procent van de Nederlandse architectenbureaus ten onder zou gaan en de architectuur zich op een hele nieuwe manier moest uitvinden. “Kortom, opeens was ons paviljoen wél actueel.”

Crisis als voedingsbron

“Dankzij die crisis zitten we hier nu al 10 jaar”, concludeert hij. Met zijn pakje shag tikt hij op de rand van het balkon van het hoofdkwartier aan de Pieter de Raadtstraat. “Wij gingen op onze eigen manier verder met de bouwstenen die deze biënnale had opgeleverd. De tijd van reflectie was over, voelden we. Tijd om met iets tastbaars aan de gang te gaan.” Al snel kwamen de twee ‘weespanden’ via Erik op hun pad. “Het was crisis en deze panden opknappen om als woningen te verhuren was duurder dan dichttimmeren en leeg laten staan. Geef het aan ons en jullie hebben er 10 jaar geen last van, zeiden we.”

Het werd het begin van Stad in de Maak. Naast het opknappen en in gebruik nemen van de panden, startten we een activistische ‘denk- en doetank’ en begonnen we te experimenteren met ideeën over andersoortig beheer van leegstand, coöperatief wonen en het ontwikkelen van commoning

Alles om ruimte te maken. Ruimte waar de stad wat echt wat aan heeft. Een concrete praktijk die een alternatief biedt aan de neo-liberalistische uitsluiting die hij overal om zich heen ziet. Zeker in een stad als Rotterdam. Is hij een anarchist? “Ik durf het niet te zeggen, want daar zijn zoveel stromingen in. Ik vind het stoïcisme relaxter. Wat er ook gebeurt, mij krijgen ze niet klein.”

Hij heeft nog één belangrijke missie met Stad in de Maak: “Een permanente plek vestigen is de enige manier om niet weggejaagd te worden. Een tegenwicht bieden. Helaas zien we tot nu toe nog steeds dat geld belangrijker is dan maatschappelijke waarde. Tot ik me verveel ga ik door om een woningcorporatie in Rotterdam voor elkaar te krijgen. Volgens mij kan het wel.”

“Ik had een nette gemeubileerde studentenflat verwacht”

De Frans-Nederlandse stadsnomade Olaf Drancourt (21) bracht zijn jeugd en studietijd in Frankrijk door. Nu begint hij een heel nieuw leven in Nederland.

Wat ontstaat er als tijdelijkheid de ruimte krijgt in een straat in transitie? Deze portrettenreeks belichtte in 2021 de bewoners van Pension Almonde. De Frans-Nederlandse stadsnomade Olaf Drancourt (21) bracht zijn jeugd en studietijd in Frankrijk door. Nu begint hij een heel nieuw leven in Nederland.

Op zomaar een regenachtige dag half oktober kwam hij aan. Rechtstreeks uit Frankrijk, vergezeld door zijn moeder, zusje, broer en neef. “Ze stonden erop. Als ik dan toch zou gaan, dan zou mijn leven in Nederland beginnen met een korte familievakantie. Tot nu toe betekende Nederland voor mij: Sinterklaas en vakantie. Nu ik er woon, is dat beeld wel bijgesteld.”

Met een auto vol spullen reden ze de straat in en gelijk kreeg hij hulp met het uitladen van de twee beeldschermen, wat technisch gereedschap, kleding en beddengoed. Daar stond hij dan voor Pension Almonde. “Ik had een nette, gemeubileerde studentenflat verwacht.”

Klussen voor de huur

Wat hij kreeg was een vieze, lege woning met oud behang. In korte tijd knapte Olaf Drancourt – of Drancourt-Van Kester, maar daarover later meer – het hele appartement op nummer 167 op in ruil voor een korting op de huur. Kort daarna konden zijn huisgenoten Ioana en Evelijn er zo intrekken.

Verlegen, met een licht terughoudende tred – hij weet niet zeker of de anderen thuis zijn – laat hij het huis zien. Het weinige meubilair dat er staat, vond hij op straat of ruilde hij in het Ruilhuis. Behalve het bureau en de eettafel, die kocht hij tweedehands. “De vloer die de oude bewoners eruit moesten halen, vond ik weer terug bij het grofvuil op straat. Die heb ik grotendeels weer teruggelegd.”

Anoniem Parijs

De keuze voor dit nieuwe, onbekende leven in Nederland begon allemaal met een heftige tijd tijdens zijn studie motorvoertuigtechniek in Parijs. De studie leek een droom, want hij is gek op auto’s. Maar de realiteit viel tegen.

“Dit is niet netjes om te zeggen, maar ik haatte het daar”, verzucht hij. “Als  plattelandsjongen kon ik er moeilijk vrienden maken. Ik woonde in een banlieu van Parijs. Er stonden soms auto’s in de fik. Het sociale woonblok waar ik woonde zat vol mensen met psychische problemen. Ik hoorde mijn buurman vaak aan de telefoon schreeuwen. ‘Ik ga je doodmaken’, riep hij dan. Soms was er drugsonderzoek, dan moest ik elke keer al m’n zakken legen als ik de straat in en uit wilde. Gelukkig zag ik vanuit mijn raam één boom. Dat is bijzonder hoor in Parijs!”

Terug naar het dorp

Naast auto’s is de natuur heel belangrijk voor Olaf. Zijn vader is herborist. Zijn moeder, een Nederlandse die al meer dan 30 jaar in Frankrijk woont, is ooit geëmigreerd uit liefde voor de bergen. “Bomen zijn heel belangrijk voor mij om me goed te voelen. Vuur ook trouwens. En sneeuw! Ik ben graag in contact met de elementen. Hier in de stad moet ik mijn plek vinden.”

Toen hij na 3 jaar alleen in de metropool eindelijk zijn diploma op zak had, wilde hij niets liever dan terug naar zijn dorp in de buurt van Annecy, naar zijn vrienden en zijn auto’s. “Twee maanden heb ik daar als postbode gewerkt. Ik had het platteland geromantiseerd. Mijn vrienden waren ook allemaal gaan studeren. Het was er eigenlijk saai geworden.”

Olaf in zijn appartement. Foto: Frank Hanswijk

Beeld bijstellen

Opnieuw moest hij zijn beeld grondig bijstellen. “Ik verbaasde me over de plek waar ik terecht gekomen was. Dit is geen nette studentenflat! De gemeenschappelijke woonkamer is door kunstenaars ingericht. Er zit een gat in de muur! Ik leef nu tussen de artiesten. Daan, de waard van het pension, bleek geen verhuurmakelaar in net pak, maar een man met lang rood haar, een kunstenaar en een toegankelijk persoon.”

Inmiddels heeft hij zijn draai gevonden. Hij vond een baan als automonteur bij Mercedes in Naaldwijk. Dat is wel even wennen: 40 uur per week hard werken tussen de mannen uit het Westland. “Ze staan wel heel anders in het leven dan ik. En door zoveel te werken mis ik veel van het leven in de community. Veel anderen hebben een vrij leven of zijn student. Gelukkig is er bijna elke avond wat te doen.”

Radioshow

Sinds kort presenteert hij elke woensdagavond zijn radioshow @Olaf & live op de bewonersradio van de Almondestraat. Het thema? Je beeld bijstellen. “Ik vertel wat mensen moeten tekenen. De tekeningen van de mensen hier uit het pension blijken dan allemaal andere interpretaties van het beeld dat ik heb geschetst, vaak zagen ze het op een heel andere voor zich. Een beetje zoals mijn ervaringen tot nu toe met het leven.”

Hij heeft nog geen concreet plan voor zijn leven als de Almondestraat in juli gesloopt wordt. Het liefst zou hij als een echte nomade in een caravan wonen. Of met mensen van het pension een ander huis zoeken. “Mijn uiteindelijke doel is om een leuk meisje te ontmoeten en met haar te gaan wonen. Misschien in Frankrijk. Met een poes. En sneeuw.”

In Pension Almonde woonden ‘moderne stadsnomaden’, mensen die via de reguliere wegen geen woning kunnen vinden in Rotterdam of die kiezen voor een levensstijl zonder vaste huur- of koopwoning. In deze serie de uiteenlopende verhalen van de bewoners van Pension Almonde opgetekend door stadsgeograaf en tekstschrijver Daphne Koenders met de portretten van fotograaf Frank Hanswijk.

“Overal zeiden ze dat ik tussen wal en schip viel”

Marion Nickolai (54) zocht drie jaar naar een woning voor ze in Pension Almonde terechtkwam.

Wat ontstaat er als tijdelijkheid de ruimte krijgt in een straat in transitie? Deze portrettenreeks belichtte in 2021 de bewoners van Pension Almonde. Marion Nickolai (54) zocht drie jaar naar een woning voor ze in Pension Almonde terechtkwam. “Geen instantie die mij kon helpen. Het was een hopeloze zoektocht. Nu heb ik eindelijk weer een basis. Ook al is het tijdelijk.”

Ze is net verhuisd van de ene woning in Pension Almonde naar de andere. Gelukkig hebben Marion en dochter Lola (20) niet veel spullen en was de woning gemeubileerd. Zo redde ze het met hulp van de buren. “Tijdens de verhuizing heb ik mijn buren, een leuk jong stel, in het portiek leren kennen. Ze hielpen me met het ophangen van de lampen”, vertelt Marion.

Een verademing, want, vertelt ze, het is soms lastig om aansluiting te vinden met haar Duitse achtergrond, ziekte en psychische problemen. “Een van de eerste nachten had ik mezelf buitengesloten door de kat. Toen hebben ze midden in de nacht met me zitten kletsen op de gemeenschappelijke gang. Dat doet me goed. Langzaam kom ik uit mijn isolement.”

Van alles voor elkaar naar bijstandsmoeder

Hoe is het zo ver gekomen dat Marion nergens een woning kon vinden? Dat heeft ze zich zelf ook vaak afgevraagd. Voor dit alles gebeurde, had ze een indrukwekkende carrière als sociaal pedagoge. In Frankfurt zette ze methadoncentra op voor verslaafden en ontwikkelde methodieken. Vanuit deze expertise adviseerde ze later wereldwijd gezondheidsorganisaties en op een gegeven moment werkte Marion onder andere als consultant voor de WHO. Het is een samenloop van vervelende situaties na haar scheiding.

Na 19 jaar beëindigde ze de relatie met de liefde van haar leven. Zij was als Duitse ooit met hem in Nederland gaan wonen, nadat ze samen een tijd in New York hadden gezeten. Nog dezelfde avond zette hij haar op straat. “Ik had geen been om op te staan. Trouwen en dat soort dingen vonden we destijds niet nodig. Er was niets vastgelegd. Het was zijn huis. Waar moest ik heen? Mijn vrienden en familie wonen in Duitsland. Gelukkig had ik twee goede vrienden in Rotterdam. Bij een van hen heb ik uiteindelijk bijna twee jaar gelogeerd. Mijn dochter bleef noodgedwongen bij mijn ex wonen.”

Een hel, noemt ze tijd die volgde. Van iemand met een groot huis aan de Bergweg, een goede baan en stabiele thuissituatie alles goed voor elkaar had, veranderde Marion in een alleenstaande bijstandsmoeder. “Toen ik bij mijn partner wegging zat ik in een burn-out. Daarna leken mijn klachten alleen maar erger te worden. Via de ziektewet kwam ik in de bijstand terecht. Angsten, depressie, PTSS. Alles kwam aan het licht.”

Marion in haar tijdelijke woning in Pension Almonde. Foto: Frank Hanswijk

Tussen wal en schip

Ondertussen was ze – zo goed en kwaad als het nog ging – op zoek naar een woning. Maar overal waar Marion aanklopte, kreeg ze nul op het rekest. Voor de sociale huur stond ze niet lang genoeg ingeschreven. Kopen bleek onmogelijk met een uitkering. Particuliere huur heeft ze veelvuldig geprobeerd, ook al waren de meeste woningen eigenlijk boven haar budget. “Volgens mij kom je daar gewoon niet tussen als je een uitkering hebt. De meeste woningen waren rond de 1100 euro per maand en bij de overvolle bezichtigingen was het alsof de makelaars vooral tegen de tweeverdieners spraken en mij totaal negeerden.”

Haar laatste optie was antikraak. “Die verhuren weer liever niet aan mensen van mijn leeftijd! Ik wist niet meer waar ik het moest zoeken.” Uiteindelijk zette ze stap naar maatschappelijke organisaties, zoals de Vraagwijzer en het Wijkteam. “Overal zeiden ze dat ik tussen wal en schip viel en dat ze me niet verder konden helpen.” Via herhaaldelijke Facebookoproepen kwam ze uiteindelijk in contact met Stad in de Maak en kreeg ze in Pension Almonde een tijdelijke woning voor haar en dochter, die inmiddels studeert. “Eindelijk wat rust,” zucht ze. “Ook al is het maar tijdelijk.”

Vanuit het pension moet ze verder zoeken. In de gezamenlijke woonkamer sprak ze met een woonconsulent van Pameijer, die de jongeren in de zorgwoningen in de straat begeleidt. “Hopelijk kan hij me helpen om begeleid te gaan wonen en mijn psychische problemen aan te pakken.”

Het lijkt een lichtpunt, maar toch valt alles haar zwaar. “Ik kwam hier met zoveel enthousiasme. Ik had de overtuiging dat ik vanuit mijn achtergrond en levenservaring veel voor Pension Almonde kan betekenen. Binnen no time werd ik zo ziek dat ik nergens mee kon helpen. Ook overleed mijn vader nog. Nu merk ik dat ik mezelf een beetje opsluit. Sinds ik hier woon, ben ik volledig uit de roulatie. Ik voel me zo schuldig dat ik niks bijdraag aan de community. Hopelijk gaat het snel beter als we eruit moeten en de zoektocht weer verder gaat.”

In Pension Almonde woonden ‘moderne stadsnomaden’, mensen die via de reguliere wegen geen woning kunnen vinden in Rotterdam of die kiezen voor een levensstijl zonder vaste huur- of koopwoning. In deze serie de uiteenlopende verhalen van de bewoners van Pension Almonde opgetekend door stadsgeograaf en tekstschrijver Daphne Koenders met de portretten van fotograaf Frank Hanswijk.

Een lot uit de loterij

Toen Fred ter Schuur (54) als ‘logeerbewoner’ de theatrale huurloterij won, zette dit de samenwerking met Havensteder op scherp.

Wat ontstaat er als tijdelijkheid de ruimte krijgt in een straat in transitie? Deze portrettenreeks belichtte in 2021 de bewoners van Pension Almonde. Toen Fred ter Schuur (54) als ‘logeerbewoner’ de theatrale huurloterij won, zette dit de samenwerking met Havensteder op scherp.

Fred is geen ‘oude’ bewoner van de Almondestraat, zoals de mensen die door de stadsvernieuwing verhuizen uit de straat. Ook is hij geen zelfgekozen bewoner van Pension Almonde, zoals de moderne stadsnomaden.

Omdat zijn sociale huurwoning elders in Rotterdam-Noord gerenoveerd wordt, woont hij tijdelijk in een ‘logeerwoning’. Dat is een leeggekomen woning in de Almondestraat waar hij de verbouwing die 3 maanden zou duren, kan overbruggen. “Een shithole”, vindt hij. “Helemaal uitgewoond. Ik weet niet wat daar ooit gebeurd is, maar in alle vier de slaapkamers kan ik niet slapen. Daarom slaap ik op de bank met m’n honden bij m’n tv en muziekinstallatie.”

Fred en zijn hond Gijs in de Almondestraat. Foto: Frank Hanswijk

Buitenbeentje

Het was dus eigenlijk toeval dat hij onderdeel van de community van Pension Almonde werd. “Daar heb ik verder niks mee. Het zijn hele aardige mensen die voor elkaar zorgen. Dat deden wij vroeger in de krakersscene ook. Dat is het punt niet”, verduidelijkt hij.

“Toch heb ik met niemand echt contact gezocht. Ik lijd aan een post traumatisch stress syndroom. Dat komt doordat ik in de VS jarenlang heb vastgezeten. Daardoor trek ik mezelf veel terug. Ik wil hier helemaal niet zijn. Dan maar het buitenbeentje, dat ben ik wel gewend.”

Ook in zijn eigen straat is hij een vreemde eend in de bijt. Hij kwam ooit als kraker in zijn woning terecht. Jarenlang kon hij zijn gang gaan. De benedenverdieping was zijn garage waar hij meubels van steigerhout maakt. Maar op een gegeven moment moest hij weg.

Uiteindelijk kon hij kiezen: een huurcontract bij Havensteder of uitzetting. “Zo werd ik zes jaar geleden huurder van Havensteder. Kon ik eindelijk een parkeervergunning krijgen, dat was wel fijn na jarenlang geklooi met m’n auto”, lacht hij.

stadsnomaden, toegankelijke stad

Ineens kreeg hij dus met Havensteder te maken. Niet dat hij ook maar iets nodig heeft. Hij is handig zat. Vroeger werkte hij als stukadoor. Hij heeft zijn woning zelf naar wens opgeknapt. Beneden de werkgarage en boven wonen.

Des te bozer was hij toen hij een brief kreeg dat het huis gerenoveerd zou worden. De garage die hem lief was, moest een kamer worden. Er kwam een nieuwe trapleuning en keukenblok. “Onderhoud en de woning opwaarderen voor als er ooit nieuwe huurders komen”, briest hij. “Alsof ik van plan ben weg te gaan. Dit huis was m’n alles. Heel m’n leven stond erin.”

De renovatie liep vertraging op. Inmiddels woont hij al 15 maanden in de Almondestraat. Het is geen makkelijke tijd voor Fred. “Op 3 maart overleed mijn vriendin Birgit heel plotseling. Ze had een hersenbloeding en viel dood neer in haar keuken. Ook ging er een van mijn honden dood. Mijn honden zijn mijn alles. Nu heb ik alleen Gijs nog.” Hij vertelt het met een sjekkie in zijn mondhoek en een halve liter bier in z’n hand. “En dan heb ik terwijl dit alles gebeurt ook geen thuis meer. Mijn hele huis is leeg, al mijn herinneringen heb ik weggedaan. Ik ben verdrietig, maar je moet toch door. Ik drink om te verdoven, maar eigenlijk wil ik er vanaf.”

Straatloterij

Op een dag ging de bel in zijn woning in de Almondestraat. Het waren buren Rolf en Roxy met lootjes. Zij zijn kunstenaars die vanuit Pension Almonde werken aan de Slopera, een opera over de straat die als onderdeel van de Rotterdamse Operadagen in september plaatsvindt. Tot het zo ver is, leggen Rolf en Roxy vanuit het Sloperahuis met losse interventies die ze ‘actes’ noemen het leven in de straat op een theatrale manier vast. Acte 0,003 was een straatbingo. De hoofdprijs: een maand gratis huur. Een experiment om betrokkenheid ter discussie te stellen.

“Eigenlijk deed ik nooit ergens aan mee, maar die dag deed ik toevallig de deur open. Eerst kreeg ik nog bijna ruzie met Roxy, omdat ik iets zei wat discriminerend klonk maar niet zo bedoeld was. Ik pakte een lootje. Nummer 1, daar valt nooit wat op.” Toch stond hij die middag toch in de deurpost van het Sloperahuis. Samen met de voltallige community, waar hij onderdeel van uitmaakte, maar toch ook weer niet.

“En ja hoor; hij viel op nummer 1! Een maand gratis huur! Blij dat ik was! Van dat geld wilde ik hondenvoer kopen en misschien wel een nieuw gasfornuis, want ik hou van koken.” Hij ging op de foto met een cheque à la de Postcodeloterij. Zijn reactie werd gefilmd. Alles was onderdeel van de acte van de Slopera.

Fred als winnaar van de huurloterij in het Sloperahuis. Foto: Melle Smets

Prijzengeld

Kort daarna kwam er een klein probleempje aan het licht. Fred betaalt huur aan Havensteder en niet aan de uitbater van Pension Almonde, stichting Stad in de Maak, aan wie de andere pensionbewoners betalen. Die huur betaalt hij voor de eigen woning, de logeerwoning is een service tijdens de renovatie.

Wisten de initiatiefnemers van de loterij dat? Had Stad in de Maak deze bewoner uit moeten sluiten van de loterij? Kan Stad in de Maak huurkorting beloven aan een huurder van Havensteder? Had de woningcorporatie deze huurder wel een logeerwoning moeten aanbieden te midden van een stedelijk experiment?

Het zette alles op scherp. Fred eiste zijn maand gratis huur op aan de balie bij Havensteder, die van niets wist en onmiddellijk aan de telefoon hing bij Stad in de Maak. Waarom hebben jullie de logeerbewoner een maand gratis huur beloofd? Toen hij hoorde dat hij geen huurkwijtschelding kreeg, ging Fred door het lint. Alles wat er de afgelopen tijd gebeurd was, de onzekerheid over de toekomst van zijn woning; het werd hem gewoonweg teveel in zijn hoofd. Niemand wilde hem helpen. Hij had gedronken. Er ging er een steen door de ruit van zijn woning.

Alle goede bedoelingen ten spijt; het verloop van deze huurloterij toont hoe een experiment voor de sociaal inclusieve stad tegenstrijdige belangen kent. Natuurlijk mocht Fred meedoen met de theatrale loterij. Natuurlijk horen ook bewoners die door Havensteder in de straat zijn geplaatst bij de community. Niemand wordt buitengesloten.

Nadat de gemoederen gesust waren, kwam het aan op een oplossing. De architecten en kunstenaars die Pension Almonde als een experiment voor de sociaal-inclusieve stad uitbaten, sloten een deal met de bewindvoerder van Fred. Hij bleek ook nog eens onder curatele te staan. Met dezelfde beste bedoelingen spraken zij af dat Fred van het prijzengeld een vijfpits gasfornuis mocht kopen. Eind goed al goed, dacht iedereen. “Dat zou ik inderdaad doen, maar in de praktijk is het opgegaan aan boodschappen en hondenvoer”, vertelt Fred. “Zo gaan die dingen. Dat gasfornuis van 90 centimeter had trouwens niet eens gepast in dit nieuwe crappy keukenblok dat ze in m’n woning geplaatst hebben.”

In Pension Almonde woonden ‘moderne stadsnomaden’, mensen die via de reguliere wegen geen woning kunnen vinden in Rotterdam of die kiezen voor een levensstijl zonder vaste huur- of koopwoning. In deze serie tekent stadsgeograaf en tekstschrijver Daphne Koenders de uiteenlopende van de bewoners van Pension Almonde op en fotograaf Frank Hanswijk neemt hun portretten.

Pension Almonde was een project van Stad in de Maak / City in the Making

Mede mogelijk gemaakt door:
CityLab010BankGiro Loterij Fonds en Stichting Havensteder

“Mijn aankomst in Nederland verliep anders dan gehoopt”

Eljernon Martes (24) woonde begeleid in het ‘Douwershuis’ van Pension Almonde.

Wat ontstaat er als tijdelijkheid de ruimte krijgt in een straat in transitie? Deze portrettenreeks belichtte in 2021 de bewoners van Pension Almonde. Eljernon Martes (24) woonde begeleid in het ‘Douwershuis’ van het Pension.

Eljernon woont samen met zijn huisgenoot Yassin op nummer 153 van Pension Almonde. Het ‘Douwershuis’ heet de woning naar de samenwerking met Rotterdamse Douwers, een organisatie die jongeren met problemen helpt om weer een stabiel leven op te bouwen. Voor hij in het pension kwam, sliep Eljernon op straat of in de nachtopvang. Het is gek om te bedenken dat hij een jaar geleden nog op Curaçao woonde met zijn vriendin en twee zoontjes.

Douwershuis
Het Douwershuis blijkt een van de netste woningen van het pension. Er staat geen afwas, de eettafel is leeg. Het is er warm. Met beperkte middelen heeft Eljernon toch iets gezelligs van z’n kamer gemaakt.

Het gouden behang hing er al. Aan de muur een schilderijtje van een papegaai die toevallig dezelfde kleur heeft. “Die hing in het trappenhuis, maar ik heb ‘m liever hier in m’n kamer.” Ernaast hangt zijn panterbadjas. Op de plank aan de wand liggen schoolboeken, kledingstukken, een reep chocolade en een grote bus proteïnepoeder.

Bijzondere aandacht besteedt hij aan zijn planten: twee wietplantjes. “Je mag er vijf in Nederland, maar ik wilde geen risico nemen, daarom heb ik het hierbij gehouden.”

Aangehouden
“Sinds ik hier woon en een begeleider heb, is alles eindelijk weer stabiel aan het worden”, vertelt Eljernon. “Eerst was alles stress en hoofdpijn.” Een jaar geleden liet hij zijn vriendin en zoontjes Nesom en Ethan van 2 en 4 jaar oud achter op Curaçao om in Nederland naar school te gaan. “Ik wilde een diploma op zak hebben. Ons leven beter maken.”

Het liep allemaal anders. De gebeurtenissen hadden zo’n impact dat het te moeilijk voor hem is om het na te vertellen. “Vraag het maar aan mijn begeleider.”

Jos Versluis weet als begeleider alle details en helpt Eljernon om stappen in de juiste richting te zetten. Als vrijwilliger bij Rotterdamse Douwers begeleidt hij drie jongeren.

“Eljernon heeft geen geweldige jeugd gehad, laten we dat zo maar zeggen. Hij stopte met school en zijn vriendin werd al jong zwanger. Hij werkte in het toerisme, maar wilde een opleiding volgen in Nederland. Hij werd daarbij extreem aangemoedigd door mensen in zijn omgeving. Vlak voor vertrek kreeg hij een gloednieuwe trui en rugzak. Op Schiphol werd hij aangehouden: er zaten drugs in verstopt.”

Momenteel loopt het beroep tegen de zaak. Eljernon zegt dat hij oprecht niet wist dat hij drugs meedroeg. Er waren wel meer dingen vreemd. Bij aankomst in Nederland bleek dat iemand een bankrekening op zijn naam had geopend en allerlei telefoon- en Netflixabonnementen had afgesloten. “Hij had meteen schulden en belandde op straat”, vertelt Jos. “Zo kun je nooit werk maken van je toekomst en verval je van kwaad tot erger. Gelukkig bleef hij naar school gaan, dat was heel positief.”

‘Een jongen die wil’

Via de maatschappelijk werker van school kwam hij bij Rotterdamse Douwers terecht. Hij kreeg hulp met betalingsregelingen, vond via hun netwerk een baan als hulpkok in een restaurant en kwam wonen in het Douwershuis. Eind maart is hij schuldenvrij.

“Eljernon is gewoon een jongen die wil”, concludeert Jos Versluis. “Met een paar gesprekken heb je iemand binnen enkele maanden op de rit. Als Nederlander met een netwerk in Rotterdam die de weg weet naar instanties, kan ik makkelijk iets betekenen. Ik moet er niet aan denken wat er gebeurd zou zijn als hij nog op straat was.”

Eljernon is weer stabiel. Drie dagen in de week werkt hij als hulpkok. Na school en in het weekend, want het halen van zijn MBO niveau 1 diploma Dienstverlening en Zorg heeft de grootste prioriteit. Ook is hij begonnen bij de sportschool op de hoek van de Almondestraat. “Ik moet zo eten, dan naar de gym en op tijd slapen voor school. Daarom heb ik hier nog niet veel mensen leren kennen. Ik ben druk. Ik moet m’n best doen, want ik heb twee kinderen die ik mis.”

In Pension Almonde woonden ‘moderne stadsnomaden’, mensen die via de reguliere wegen geen woning kunnen vinden in Rotterdam of die kiezen voor een levensstijl zonder vaste huur- of koopwoning. In deze serie tekent stadsgeograaf en tekstschrijver Daphne Koenders de uiteenlopende van de bewoners van Pension Almonde op en fotograaf Frank Hanswijk neemt hun portretten.

Pension Almonde was een project van Stad in de Maak / City in the Making

Mede mogelijk gemaakt door:
CityLab010BankGiro Loterij Fonds en Stichting Havensteder