Het pakhuis als proefterrein: workshops in de extreme hitte

Een leegstaand pakhuis, extreme hitte en emmers brak havenwater. Dit was het decor van Lifehouse: een experiment van twee weekenden waarin Stad in de Maak en de Independent School for the City onderzochten hoe gemeenschappen zich kunnen voorbereiden op de uitdagingen van morgen.

Al meer dan twaalf jaar richt Stad in de Maak in Rotterdam tijdelijke locaties in die fungeren als ontmoetingsplekken voor gemeenschappen – plekken waar mensen samenkomen, wonen, werken, elkaar helpen en zich thuis kunnen voelen. Voor toevallige bezoekers lijken deze locaties vaak zowel opvallend als enigszins raadselachtig: een mix van inventieve oplossingen, hergebruikte materialen en een overvloed aan gemeenschapsactiviteiten geeft ze een onverwachte charme en vitaliteit. Ze bieden iets waar velen naar verlangen: een hernieuwd gevoel van gemeenschap en verbondenheid. Als deze plekken maar bestand zouden zijn tegen de tand des tijds…

Ontwerpen voor een ‘safe haven’

Om te kijken hoe zo’n plek als permanente ‘community hub’ kan werken, heeft Stad in de Maak samen met de Independent School for the City (ISC) de workshop LIFEHOUSE gehouden. Over twee weekenden in juni hebben de teams van SidM en ISC met een groep van zo’n 10 ontwerpers, communityactivisten en ander creatief volk een tweetal scenario’s uitgewerkt voor een “safe haven” voor een lokale gemeenschap. Plekken die helpen om een uitputtend heden of de stormen van de toekomst (essentiële infrastructuur die uitvalt, klimaatverandering, politieke onrust, …) het hoofd te bieden.

Als testlocatie diende het pakhuis in de Koningin Wilhelminahaven in Vlaardingen dat SidM een tijd als oppasouder onder haar hoede had genomen – en na deze workshop aan de nieuwe eigenaar heeft overgedragen. De omstandigheden konden niet passender zijn: op de warmste junidagen ooit in Nederland gemeten, in een pand zonder stromend water (we hebben ons beholpen met emmers brak water uit de haven). Maar juist dat kon de pret voor alle betrokkenen niet drukken en de “stormen van de toekomst” akelig dicht op de huid brengen.

Twee scenario’s voor het Lifehouse

De uitputtingsslag in de blakende hitte leverde twee prettige ideeën voor een lifehouse op. Het eerste is een verteringspand (“organ house”)  dat de verwerking van vervuiling en afval uit/in de buurt op zich neemt met afvalscheiding, hergebruik, herbestemming, waterzuivering en een buurtmoestuin. Als tweede ‘hub’ is een zelfgeorganiseerde ruimte voor sekswerkers gekozen (wat als er geen pooiers waren, als ze volledige autonomie hadden) en jongeren, met een zorgruimte en een hamam die gevoed wordt door het vloedwater uit de (regelmatig) overlopende havenkade.

De intense junidagen hebben ervoor gezorgd dat deze ideeën niet alleen vorm hebben gekregen, maar ook voor een deel doorleefd zijn. We hebben samen gekookt en gegeten, elkaar in de gaten gehouden in de hitte, en het kale pakhuis naar onze hand gezet. Beter had het niet kunnen worden.

NB: Over dit soort community hubs heeft Adam Greenfield het boekje “Lifehouse: Taking Care of Ourselves in a World on Fire” geschreven (Verso, 2024). Voor andere inspiratie kun je ook uit de onvoltooide rockopera van Pete Townshend (The Who) uit 1971 putten; het speelt zich af in een zwaar vervuilde toekomst waarin burgers gedwongen binnenshuis leven, aangesloten op een door de overheid gecontroleerde virtuele realiteit. De personages nemen de toekomst in eigen hand vanuit het rebelse theater “Lifehouse”. Het pakhuis in Vlaardingen zou er zomaar een locatie voor kunnen zijn geweest!

Tekst: Marc Neelen
Beeld: Ana Džokić

Spaces for work and living – a future built from “scratch & scrap”

Over the past few years of creating affordable living- and workspace in the city, we have come a long way from the very few initiatives we had found acting in this field, to the current pool of citizens that are about to (or in de midst of!) taking part of the cities’ space into collective use. And like us, most of them have found that it is urgent to take this effort beyond the often temporary access we have been able to achieve till now. How can we secure permanent access and control over the spaces so vital to our lives?

_
Fellow city makers at the Stoking House

On 28th of May, an international group of city makers came together at the Stoking House of City in the Making, to discuss the current state of affairs. It is interesting to see new urban communities arising from these efforts, and observe how they build a new future on the often disregarded, outlived or scrapped resources that are available in the city. But in the increasingly market dominated sphere in which even citizens’ initiatives find themselves acting, this often means that we have to take ourselves to that same market of real-estate to buy up the remains we aim to give a new, collective future. For most of us, that means a tough puzzle of mobilising enough capital to “save” the buildings for our cause.

Hence, we have extended discussing that challenge during the rest of the day in the context of the Re:Kreators network (aka fellow city makers) which is currently forming in Europe. One of the challenges is to match the acquisition of real estate (buying it in order to bring it into common, anti-speculative ownership) with the mission of keeping spaces affordable.

Of course, the exchange of experiences and expertise among the initiatives is already proving crucial and inspiring when facing this challenge. But we could take it a step further: by forming networks that can set up a revolving investment fund together, so that at least the seed funding necessary to make a start can be quickly mobilised. It is an idea quickly gaining traction in several of the discussions we have been feeding into: from the upcoming Re:Kreators to the VrijCoop (the Dutch branch of the Mietshäuser Syndikat) currently set up. A crucial bit of urban economy being re-invented?

Dak (bijna) dicht en studio ‘in de maak’

IMG_9607Binnen enkele dagen de oplevering van de twee pandjes aan de Pieter de Raadtstraat door de aannemer die de noodreparatie aan dak en balkons heeft gedaan. Als het goed is zitten we dan binnen voortaan droog en kunnen we zonder hoofdpijn op het balkon stampen.

Daarmee is een belangrijke slag geslagen, maar binnen is ook het één en ander gebeurt: de eerste studioverdieping is flink opgeknapt. Onder de witte latex and grijze grondverf zit een dikke eeuw aan intensief gebruik. Er zijn ook een paar mooie details opgedoken onder hardboard paneeltjes en lagen behang. Stukje bij beetje komt zo de spirit van deze woon/werkpandjes weer boven. Eind januari is de eerste verdieping af. Dan hebben we een stek vanwaaruit we de rest gaan aanpakken. Met als ultiem doel: die werkplaatsen op de begane grond weer te openen voor de stad. Werkstad of niet: het waren meer dan een eeuw werkpandjes, hartje Rotterdam.

Oplevering eerste woningen

2013-11-28 14.17.25 (1024x768)Onverwachte ‘hack’ van Erik: om de leegstand van twee ornamenten in de daklijst op te lossen, zijn twee eengezinswoningen gerealiseerd. Uiteraard geheel in overeenstemming met de wijkecologie zoals uitgedragen door Piet en in stijl met het gedachtengoed van Stad in de maak: low-cost, eigen initiatief en met onmiskenbare uitstraling naar de stad. Eén van de woningen is riant gesitueerd boven de opgang naar de studioverdieping van waaruit we de komende 10 jaar zullen werken; we hopen dat de nieuwkomers recht boven ons (hoofd) hun huisvuil op verantwoorde manier zullen afvoeren.

Betimmeren, wegtimmeren en oplappen

doorbraakHet grote werk is begonnen. Afgelopen maand is het dak van het dubbelpand aan de Pieter de Raadt onder handen genomen. Omdat het in slechte staat verkeerde, is het hele dak zowel van buiten als binnen kaalgemaakt, wat een ongekende berg puin heeft opgeleverd: eerdere aannemers hebben hun bouwpuin namelijk achter de betimmering op zolder ‘weggetimmerd’, wat een half containertje extra op heeft geleverd. Van de buitenkant zijn de pannen incl. panlatten verwijderd en afgevoerd, waarna er nu een nieuwe bitumen dakbedekking is geplaatst: vriendelijker voor ons beperkte budget én ook nog eens gemakkelijker aan te passen als dat in de loop van het project nodig blijkt te zijn.

winterschilderMet de steiger voor de deur heeft de bovenkant van de gevel ook een opknapbeurt gekregen. Goot, ornamenten en sierlijsten zijn kaalgemaakt en van een lik verf voorzien. Voor het team ‘winterschilders’ een klamme en koude aangelegenheid. Maar alles staat nu strak in het wit.

En nu werkelijk – die kop was er inderdaad af

de kop - Erik, Lucia en MarcToen begin oktober het overleg over het overnemen van de twee panden aan de Pieter de Raadstraat zo ver gevorderd was dat we schreven ‘de kop is er af’ hadden we geen moment gedacht dat dit wel eens letterlijk het geval zou kunnen zijn.

Twee weken later was het zo ver – de ondertekening waar we zo lang naar hadden uitgezien. En wie schetst onze verbazing toen we ‘de kop’ daarbij als presentje voor het verse initiatief kregen gepresenteerd (zie foto). Ergens in de krochten van Havensteder heeft Lucia Post nog één van de twee missende ornamenten uit de gevel weten te vinden. Gezien het niet onaanzienlijke gewicht zullen we ‘de kop’ vooralsnog een wat minder hoge plek geven, misschien later wel als boegbeeld voor de werkplaats op de begane grond.

Met de ondertekening is er een lang voorbereidingstraject tot een eind gekomen. En kan nu de start van een 10-jarig project worden gemaakt. Gezien de staat van de panden wordt dat nog een uitdaging – maar daar was het allemaal om begonnen: een alternatief ontwikkelingsmodel dat nieuwe stedelijkheid aan de stad kan toevoegen.

De kop is er af!

IMG_8263
Na een lange zomer van rekenen, plannen maken en onderhandelen is ‘de kop er af’: op 24 oktober ondertekenen we met vastgoed ontwikkelaar Havensteder de overeenkomst voor Pieter de Raadtstraat 35 en 37. Na een initiële noodreparatie zullen we de panden stap-voor-stap opknappen en voor een periode van 10 jaar in gebruik nemen. Daarbij wordt de begane grond in de komende jaren een ‘werkplaats’ om nieuwe lokale vormen van stedelijkheid te produceren. Wat erin de werkplaats geproduceerd wordt kunnen onconventionele ontmoetingen zijn, maar evengoed een co-operatieve keuken, of een maandelijkse autoklusdag. Of liefst allemaal bij elkaar.
Het plan is (zeker gezien het beschikbare budget) nogal ambitieus. Het feit dat de panden voor 10 jaar worden overgedragen is natuurlijk niet zonder reden: er is veel achterstallig onderhoud waar Havensteder op dit moment geen budget voor kan vrijmaken. Om de panden de komende 10 jaar toch voor de stad te behouden, hebben we een plan gemaakt waarbij we de panden van boven naar beneden op een verschillende manier opknappen: de top het meest ingrijpend opgeknapt, de werkplaats op de begane grond op zin ‘rauwst’ gelaten.
Op dit moment maken we de laatste plannen voor de opknapbeurt – maar het lijkt er op dat we in het vroege begin van 2014 de deuren kunnen openen. Voor die tijd hopen we zelf ook in stek in één van de twee panden te hebben gevonden, om van daar uit dit initiatief verder op te kunnen zetten.