“Ik had een nette gemeubileerde studentenflat verwacht”

De Frans-Nederlandse stadsnomade Olaf Drancourt (21) bracht zijn jeugd en studietijd in Frankrijk door. Nu begint hij een heel nieuw leven in Nederland.

Wat ontstaat er als tijdelijkheid de ruimte krijgt in een straat in transitie? Deze portrettenreeks belichtte in 2021 de bewoners van Pension Almonde. De Frans-Nederlandse stadsnomade Olaf Drancourt (21) bracht zijn jeugd en studietijd in Frankrijk door. Nu begint hij een heel nieuw leven in Nederland.

Op zomaar een regenachtige dag half oktober kwam hij aan. Rechtstreeks uit Frankrijk, vergezeld door zijn moeder, zusje, broer en neef. “Ze stonden erop. Als ik dan toch zou gaan, dan zou mijn leven in Nederland beginnen met een korte familievakantie. Tot nu toe betekende Nederland voor mij: Sinterklaas en vakantie. Nu ik er woon, is dat beeld wel bijgesteld.”

Met een auto vol spullen reden ze de straat in en gelijk kreeg hij hulp met het uitladen van de twee beeldschermen, wat technisch gereedschap, kleding en beddengoed. Daar stond hij dan voor Pension Almonde. “Ik had een nette, gemeubileerde studentenflat verwacht.”

Klussen voor de huur

Wat hij kreeg was een vieze, lege woning met oud behang. In korte tijd knapte Olaf Drancourt – of Drancourt-Van Kester, maar daarover later meer – het hele appartement op nummer 167 op in ruil voor een korting op de huur. Kort daarna konden zijn huisgenoten Ioana en Evelijn er zo intrekken.

Verlegen, met een licht terughoudende tred – hij weet niet zeker of de anderen thuis zijn – laat hij het huis zien. Het weinige meubilair dat er staat, vond hij op straat of ruilde hij in het Ruilhuis. Behalve het bureau en de eettafel, die kocht hij tweedehands. “De vloer die de oude bewoners eruit moesten halen, vond ik weer terug bij het grofvuil op straat. Die heb ik grotendeels weer teruggelegd.”

Anoniem Parijs

De keuze voor dit nieuwe, onbekende leven in Nederland begon allemaal met een heftige tijd tijdens zijn studie motorvoertuigtechniek in Parijs. De studie leek een droom, want hij is gek op auto’s. Maar de realiteit viel tegen.

“Dit is niet netjes om te zeggen, maar ik haatte het daar”, verzucht hij. “Als  plattelandsjongen kon ik er moeilijk vrienden maken. Ik woonde in een banlieu van Parijs. Er stonden soms auto’s in de fik. Het sociale woonblok waar ik woonde zat vol mensen met psychische problemen. Ik hoorde mijn buurman vaak aan de telefoon schreeuwen. ‘Ik ga je doodmaken’, riep hij dan. Soms was er drugsonderzoek, dan moest ik elke keer al m’n zakken legen als ik de straat in en uit wilde. Gelukkig zag ik vanuit mijn raam één boom. Dat is bijzonder hoor in Parijs!”

Terug naar het dorp

Naast auto’s is de natuur heel belangrijk voor Olaf. Zijn vader is herborist. Zijn moeder, een Nederlandse die al meer dan 30 jaar in Frankrijk woont, is ooit geëmigreerd uit liefde voor de bergen. “Bomen zijn heel belangrijk voor mij om me goed te voelen. Vuur ook trouwens. En sneeuw! Ik ben graag in contact met de elementen. Hier in de stad moet ik mijn plek vinden.”

Toen hij na 3 jaar alleen in de metropool eindelijk zijn diploma op zak had, wilde hij niets liever dan terug naar zijn dorp in de buurt van Annecy, naar zijn vrienden en zijn auto’s. “Twee maanden heb ik daar als postbode gewerkt. Ik had het platteland geromantiseerd. Mijn vrienden waren ook allemaal gaan studeren. Het was er eigenlijk saai geworden.”

Olaf in zijn appartement. Foto: Frank Hanswijk

Beeld bijstellen

Opnieuw moest hij zijn beeld grondig bijstellen. “Ik verbaasde me over de plek waar ik terecht gekomen was. Dit is geen nette studentenflat! De gemeenschappelijke woonkamer is door kunstenaars ingericht. Er zit een gat in de muur! Ik leef nu tussen de artiesten. Daan, de waard van het pension, bleek geen verhuurmakelaar in net pak, maar een man met lang rood haar, een kunstenaar en een toegankelijk persoon.”

Inmiddels heeft hij zijn draai gevonden. Hij vond een baan als automonteur bij Mercedes in Naaldwijk. Dat is wel even wennen: 40 uur per week hard werken tussen de mannen uit het Westland. “Ze staan wel heel anders in het leven dan ik. En door zoveel te werken mis ik veel van het leven in de community. Veel anderen hebben een vrij leven of zijn student. Gelukkig is er bijna elke avond wat te doen.”

Radioshow

Sinds kort presenteert hij elke woensdagavond zijn radioshow @Olaf & live op de bewonersradio van de Almondestraat. Het thema? Je beeld bijstellen. “Ik vertel wat mensen moeten tekenen. De tekeningen van de mensen hier uit het pension blijken dan allemaal andere interpretaties van het beeld dat ik heb geschetst, vaak zagen ze het op een heel andere voor zich. Een beetje zoals mijn ervaringen tot nu toe met het leven.”

Hij heeft nog geen concreet plan voor zijn leven als de Almondestraat in juli gesloopt wordt. Het liefst zou hij als een echte nomade in een caravan wonen. Of met mensen van het pension een ander huis zoeken. “Mijn uiteindelijke doel is om een leuk meisje te ontmoeten en met haar te gaan wonen. Misschien in Frankrijk. Met een poes. En sneeuw.”

In Pension Almonde woonden ‘moderne stadsnomaden’, mensen die via de reguliere wegen geen woning kunnen vinden in Rotterdam of die kiezen voor een levensstijl zonder vaste huur- of koopwoning. In deze serie de uiteenlopende verhalen van de bewoners van Pension Almonde opgetekend door stadsgeograaf en tekstschrijver Daphne Koenders met de portretten van fotograaf Frank Hanswijk.

“Overal zeiden ze dat ik tussen wal en schip viel”

Marion Nickolai (54) zocht drie jaar naar een woning voor ze in Pension Almonde terechtkwam.

Wat ontstaat er als tijdelijkheid de ruimte krijgt in een straat in transitie? Deze portrettenreeks belichtte in 2021 de bewoners van Pension Almonde. Marion Nickolai (54) zocht drie jaar naar een woning voor ze in Pension Almonde terechtkwam. “Geen instantie die mij kon helpen. Het was een hopeloze zoektocht. Nu heb ik eindelijk weer een basis. Ook al is het tijdelijk.”

Ze is net verhuisd van de ene woning in Pension Almonde naar de andere. Gelukkig hebben Marion en dochter Lola (20) niet veel spullen en was de woning gemeubileerd. Zo redde ze het met hulp van de buren. “Tijdens de verhuizing heb ik mijn buren, een leuk jong stel, in het portiek leren kennen. Ze hielpen me met het ophangen van de lampen”, vertelt Marion.

Een verademing, want, vertelt ze, het is soms lastig om aansluiting te vinden met haar Duitse achtergrond, ziekte en psychische problemen. “Een van de eerste nachten had ik mezelf buitengesloten door de kat. Toen hebben ze midden in de nacht met me zitten kletsen op de gemeenschappelijke gang. Dat doet me goed. Langzaam kom ik uit mijn isolement.”

Van alles voor elkaar naar bijstandsmoeder

Hoe is het zo ver gekomen dat Marion nergens een woning kon vinden? Dat heeft ze zich zelf ook vaak afgevraagd. Voor dit alles gebeurde, had ze een indrukwekkende carrière als sociaal pedagoge. In Frankfurt zette ze methadoncentra op voor verslaafden en ontwikkelde methodieken. Vanuit deze expertise adviseerde ze later wereldwijd gezondheidsorganisaties en op een gegeven moment werkte Marion onder andere als consultant voor de WHO. Het is een samenloop van vervelende situaties na haar scheiding.

Na 19 jaar beëindigde ze de relatie met de liefde van haar leven. Zij was als Duitse ooit met hem in Nederland gaan wonen, nadat ze samen een tijd in New York hadden gezeten. Nog dezelfde avond zette hij haar op straat. “Ik had geen been om op te staan. Trouwen en dat soort dingen vonden we destijds niet nodig. Er was niets vastgelegd. Het was zijn huis. Waar moest ik heen? Mijn vrienden en familie wonen in Duitsland. Gelukkig had ik twee goede vrienden in Rotterdam. Bij een van hen heb ik uiteindelijk bijna twee jaar gelogeerd. Mijn dochter bleef noodgedwongen bij mijn ex wonen.”

Een hel, noemt ze tijd die volgde. Van iemand met een groot huis aan de Bergweg, een goede baan en stabiele thuissituatie alles goed voor elkaar had, veranderde Marion in een alleenstaande bijstandsmoeder. “Toen ik bij mijn partner wegging zat ik in een burn-out. Daarna leken mijn klachten alleen maar erger te worden. Via de ziektewet kwam ik in de bijstand terecht. Angsten, depressie, PTSS. Alles kwam aan het licht.”

Marion in haar tijdelijke woning in Pension Almonde. Foto: Frank Hanswijk

Tussen wal en schip

Ondertussen was ze – zo goed en kwaad als het nog ging – op zoek naar een woning. Maar overal waar Marion aanklopte, kreeg ze nul op het rekest. Voor de sociale huur stond ze niet lang genoeg ingeschreven. Kopen bleek onmogelijk met een uitkering. Particuliere huur heeft ze veelvuldig geprobeerd, ook al waren de meeste woningen eigenlijk boven haar budget. “Volgens mij kom je daar gewoon niet tussen als je een uitkering hebt. De meeste woningen waren rond de 1100 euro per maand en bij de overvolle bezichtigingen was het alsof de makelaars vooral tegen de tweeverdieners spraken en mij totaal negeerden.”

Haar laatste optie was antikraak. “Die verhuren weer liever niet aan mensen van mijn leeftijd! Ik wist niet meer waar ik het moest zoeken.” Uiteindelijk zette ze stap naar maatschappelijke organisaties, zoals de Vraagwijzer en het Wijkteam. “Overal zeiden ze dat ik tussen wal en schip viel en dat ze me niet verder konden helpen.” Via herhaaldelijke Facebookoproepen kwam ze uiteindelijk in contact met Stad in de Maak en kreeg ze in Pension Almonde een tijdelijke woning voor haar en dochter, die inmiddels studeert. “Eindelijk wat rust,” zucht ze. “Ook al is het maar tijdelijk.”

Vanuit het pension moet ze verder zoeken. In de gezamenlijke woonkamer sprak ze met een woonconsulent van Pameijer, die de jongeren in de zorgwoningen in de straat begeleidt. “Hopelijk kan hij me helpen om begeleid te gaan wonen en mijn psychische problemen aan te pakken.”

Het lijkt een lichtpunt, maar toch valt alles haar zwaar. “Ik kwam hier met zoveel enthousiasme. Ik had de overtuiging dat ik vanuit mijn achtergrond en levenservaring veel voor Pension Almonde kan betekenen. Binnen no time werd ik zo ziek dat ik nergens mee kon helpen. Ook overleed mijn vader nog. Nu merk ik dat ik mezelf een beetje opsluit. Sinds ik hier woon, ben ik volledig uit de roulatie. Ik voel me zo schuldig dat ik niks bijdraag aan de community. Hopelijk gaat het snel beter als we eruit moeten en de zoektocht weer verder gaat.”

In Pension Almonde woonden ‘moderne stadsnomaden’, mensen die via de reguliere wegen geen woning kunnen vinden in Rotterdam of die kiezen voor een levensstijl zonder vaste huur- of koopwoning. In deze serie de uiteenlopende verhalen van de bewoners van Pension Almonde opgetekend door stadsgeograaf en tekstschrijver Daphne Koenders met de portretten van fotograaf Frank Hanswijk.

Een lot uit de loterij

Toen Fred ter Schuur (54) als ‘logeerbewoner’ de theatrale huurloterij won, zette dit de samenwerking met Havensteder op scherp.

Wat ontstaat er als tijdelijkheid de ruimte krijgt in een straat in transitie? Deze portrettenreeks belichtte in 2021 de bewoners van Pension Almonde. Toen Fred ter Schuur (54) als ‘logeerbewoner’ de theatrale huurloterij won, zette dit de samenwerking met Havensteder op scherp.

Fred is geen ‘oude’ bewoner van de Almondestraat, zoals de mensen die door de stadsvernieuwing verhuizen uit de straat. Ook is hij geen zelfgekozen bewoner van Pension Almonde, zoals de moderne stadsnomaden.

Omdat zijn sociale huurwoning elders in Rotterdam-Noord gerenoveerd wordt, woont hij tijdelijk in een ‘logeerwoning’. Dat is een leeggekomen woning in de Almondestraat waar hij de verbouwing die 3 maanden zou duren, kan overbruggen. “Een shithole”, vindt hij. “Helemaal uitgewoond. Ik weet niet wat daar ooit gebeurd is, maar in alle vier de slaapkamers kan ik niet slapen. Daarom slaap ik op de bank met m’n honden bij m’n tv en muziekinstallatie.”

Fred en zijn hond Gijs in de Almondestraat. Foto: Frank Hanswijk

Buitenbeentje

Het was dus eigenlijk toeval dat hij onderdeel van de community van Pension Almonde werd. “Daar heb ik verder niks mee. Het zijn hele aardige mensen die voor elkaar zorgen. Dat deden wij vroeger in de krakersscene ook. Dat is het punt niet”, verduidelijkt hij.

“Toch heb ik met niemand echt contact gezocht. Ik lijd aan een post traumatisch stress syndroom. Dat komt doordat ik in de VS jarenlang heb vastgezeten. Daardoor trek ik mezelf veel terug. Ik wil hier helemaal niet zijn. Dan maar het buitenbeentje, dat ben ik wel gewend.”

Ook in zijn eigen straat is hij een vreemde eend in de bijt. Hij kwam ooit als kraker in zijn woning terecht. Jarenlang kon hij zijn gang gaan. De benedenverdieping was zijn garage waar hij meubels van steigerhout maakt. Maar op een gegeven moment moest hij weg.

Uiteindelijk kon hij kiezen: een huurcontract bij Havensteder of uitzetting. “Zo werd ik zes jaar geleden huurder van Havensteder. Kon ik eindelijk een parkeervergunning krijgen, dat was wel fijn na jarenlang geklooi met m’n auto”, lacht hij.

stadsnomaden, toegankelijke stad

Ineens kreeg hij dus met Havensteder te maken. Niet dat hij ook maar iets nodig heeft. Hij is handig zat. Vroeger werkte hij als stukadoor. Hij heeft zijn woning zelf naar wens opgeknapt. Beneden de werkgarage en boven wonen.

Des te bozer was hij toen hij een brief kreeg dat het huis gerenoveerd zou worden. De garage die hem lief was, moest een kamer worden. Er kwam een nieuwe trapleuning en keukenblok. “Onderhoud en de woning opwaarderen voor als er ooit nieuwe huurders komen”, briest hij. “Alsof ik van plan ben weg te gaan. Dit huis was m’n alles. Heel m’n leven stond erin.”

De renovatie liep vertraging op. Inmiddels woont hij al 15 maanden in de Almondestraat. Het is geen makkelijke tijd voor Fred. “Op 3 maart overleed mijn vriendin Birgit heel plotseling. Ze had een hersenbloeding en viel dood neer in haar keuken. Ook ging er een van mijn honden dood. Mijn honden zijn mijn alles. Nu heb ik alleen Gijs nog.” Hij vertelt het met een sjekkie in zijn mondhoek en een halve liter bier in z’n hand. “En dan heb ik terwijl dit alles gebeurt ook geen thuis meer. Mijn hele huis is leeg, al mijn herinneringen heb ik weggedaan. Ik ben verdrietig, maar je moet toch door. Ik drink om te verdoven, maar eigenlijk wil ik er vanaf.”

Straatloterij

Op een dag ging de bel in zijn woning in de Almondestraat. Het waren buren Rolf en Roxy met lootjes. Zij zijn kunstenaars die vanuit Pension Almonde werken aan de Slopera, een opera over de straat die als onderdeel van de Rotterdamse Operadagen in september plaatsvindt. Tot het zo ver is, leggen Rolf en Roxy vanuit het Sloperahuis met losse interventies die ze ‘actes’ noemen het leven in de straat op een theatrale manier vast. Acte 0,003 was een straatbingo. De hoofdprijs: een maand gratis huur. Een experiment om betrokkenheid ter discussie te stellen.

“Eigenlijk deed ik nooit ergens aan mee, maar die dag deed ik toevallig de deur open. Eerst kreeg ik nog bijna ruzie met Roxy, omdat ik iets zei wat discriminerend klonk maar niet zo bedoeld was. Ik pakte een lootje. Nummer 1, daar valt nooit wat op.” Toch stond hij die middag toch in de deurpost van het Sloperahuis. Samen met de voltallige community, waar hij onderdeel van uitmaakte, maar toch ook weer niet.

“En ja hoor; hij viel op nummer 1! Een maand gratis huur! Blij dat ik was! Van dat geld wilde ik hondenvoer kopen en misschien wel een nieuw gasfornuis, want ik hou van koken.” Hij ging op de foto met een cheque à la de Postcodeloterij. Zijn reactie werd gefilmd. Alles was onderdeel van de acte van de Slopera.

Fred als winnaar van de huurloterij in het Sloperahuis. Foto: Melle Smets

Prijzengeld

Kort daarna kwam er een klein probleempje aan het licht. Fred betaalt huur aan Havensteder en niet aan de uitbater van Pension Almonde, stichting Stad in de Maak, aan wie de andere pensionbewoners betalen. Die huur betaalt hij voor de eigen woning, de logeerwoning is een service tijdens de renovatie.

Wisten de initiatiefnemers van de loterij dat? Had Stad in de Maak deze bewoner uit moeten sluiten van de loterij? Kan Stad in de Maak huurkorting beloven aan een huurder van Havensteder? Had de woningcorporatie deze huurder wel een logeerwoning moeten aanbieden te midden van een stedelijk experiment?

Het zette alles op scherp. Fred eiste zijn maand gratis huur op aan de balie bij Havensteder, die van niets wist en onmiddellijk aan de telefoon hing bij Stad in de Maak. Waarom hebben jullie de logeerbewoner een maand gratis huur beloofd? Toen hij hoorde dat hij geen huurkwijtschelding kreeg, ging Fred door het lint. Alles wat er de afgelopen tijd gebeurd was, de onzekerheid over de toekomst van zijn woning; het werd hem gewoonweg teveel in zijn hoofd. Niemand wilde hem helpen. Hij had gedronken. Er ging er een steen door de ruit van zijn woning.

Alle goede bedoelingen ten spijt; het verloop van deze huurloterij toont hoe een experiment voor de sociaal inclusieve stad tegenstrijdige belangen kent. Natuurlijk mocht Fred meedoen met de theatrale loterij. Natuurlijk horen ook bewoners die door Havensteder in de straat zijn geplaatst bij de community. Niemand wordt buitengesloten.

Nadat de gemoederen gesust waren, kwam het aan op een oplossing. De architecten en kunstenaars die Pension Almonde als een experiment voor de sociaal-inclusieve stad uitbaten, sloten een deal met de bewindvoerder van Fred. Hij bleek ook nog eens onder curatele te staan. Met dezelfde beste bedoelingen spraken zij af dat Fred van het prijzengeld een vijfpits gasfornuis mocht kopen. Eind goed al goed, dacht iedereen. “Dat zou ik inderdaad doen, maar in de praktijk is het opgegaan aan boodschappen en hondenvoer”, vertelt Fred. “Zo gaan die dingen. Dat gasfornuis van 90 centimeter had trouwens niet eens gepast in dit nieuwe crappy keukenblok dat ze in m’n woning geplaatst hebben.”

In Pension Almonde woonden ‘moderne stadsnomaden’, mensen die via de reguliere wegen geen woning kunnen vinden in Rotterdam of die kiezen voor een levensstijl zonder vaste huur- of koopwoning. In deze serie tekent stadsgeograaf en tekstschrijver Daphne Koenders de uiteenlopende van de bewoners van Pension Almonde op en fotograaf Frank Hanswijk neemt hun portretten.

Pension Almonde was een project van Stad in de Maak / City in the Making

Mede mogelijk gemaakt door:
CityLab010BankGiro Loterij Fonds en Stichting Havensteder

“Mijn aankomst in Nederland verliep anders dan gehoopt”

Eljernon Martes (24) woonde begeleid in het ‘Douwershuis’ van Pension Almonde.

Wat ontstaat er als tijdelijkheid de ruimte krijgt in een straat in transitie? Deze portrettenreeks belichtte in 2021 de bewoners van Pension Almonde. Eljernon Martes (24) woonde begeleid in het ‘Douwershuis’ van het Pension.

Eljernon woont samen met zijn huisgenoot Yassin op nummer 153 van Pension Almonde. Het ‘Douwershuis’ heet de woning naar de samenwerking met Rotterdamse Douwers, een organisatie die jongeren met problemen helpt om weer een stabiel leven op te bouwen. Voor hij in het pension kwam, sliep Eljernon op straat of in de nachtopvang. Het is gek om te bedenken dat hij een jaar geleden nog op Curaçao woonde met zijn vriendin en twee zoontjes.

Douwershuis
Het Douwershuis blijkt een van de netste woningen van het pension. Er staat geen afwas, de eettafel is leeg. Het is er warm. Met beperkte middelen heeft Eljernon toch iets gezelligs van z’n kamer gemaakt.

Het gouden behang hing er al. Aan de muur een schilderijtje van een papegaai die toevallig dezelfde kleur heeft. “Die hing in het trappenhuis, maar ik heb ‘m liever hier in m’n kamer.” Ernaast hangt zijn panterbadjas. Op de plank aan de wand liggen schoolboeken, kledingstukken, een reep chocolade en een grote bus proteïnepoeder.

Bijzondere aandacht besteedt hij aan zijn planten: twee wietplantjes. “Je mag er vijf in Nederland, maar ik wilde geen risico nemen, daarom heb ik het hierbij gehouden.”

Aangehouden
“Sinds ik hier woon en een begeleider heb, is alles eindelijk weer stabiel aan het worden”, vertelt Eljernon. “Eerst was alles stress en hoofdpijn.” Een jaar geleden liet hij zijn vriendin en zoontjes Nesom en Ethan van 2 en 4 jaar oud achter op Curaçao om in Nederland naar school te gaan. “Ik wilde een diploma op zak hebben. Ons leven beter maken.”

Het liep allemaal anders. De gebeurtenissen hadden zo’n impact dat het te moeilijk voor hem is om het na te vertellen. “Vraag het maar aan mijn begeleider.”

Jos Versluis weet als begeleider alle details en helpt Eljernon om stappen in de juiste richting te zetten. Als vrijwilliger bij Rotterdamse Douwers begeleidt hij drie jongeren.

“Eljernon heeft geen geweldige jeugd gehad, laten we dat zo maar zeggen. Hij stopte met school en zijn vriendin werd al jong zwanger. Hij werkte in het toerisme, maar wilde een opleiding volgen in Nederland. Hij werd daarbij extreem aangemoedigd door mensen in zijn omgeving. Vlak voor vertrek kreeg hij een gloednieuwe trui en rugzak. Op Schiphol werd hij aangehouden: er zaten drugs in verstopt.”

Momenteel loopt het beroep tegen de zaak. Eljernon zegt dat hij oprecht niet wist dat hij drugs meedroeg. Er waren wel meer dingen vreemd. Bij aankomst in Nederland bleek dat iemand een bankrekening op zijn naam had geopend en allerlei telefoon- en Netflixabonnementen had afgesloten. “Hij had meteen schulden en belandde op straat”, vertelt Jos. “Zo kun je nooit werk maken van je toekomst en verval je van kwaad tot erger. Gelukkig bleef hij naar school gaan, dat was heel positief.”

‘Een jongen die wil’

Via de maatschappelijk werker van school kwam hij bij Rotterdamse Douwers terecht. Hij kreeg hulp met betalingsregelingen, vond via hun netwerk een baan als hulpkok in een restaurant en kwam wonen in het Douwershuis. Eind maart is hij schuldenvrij.

“Eljernon is gewoon een jongen die wil”, concludeert Jos Versluis. “Met een paar gesprekken heb je iemand binnen enkele maanden op de rit. Als Nederlander met een netwerk in Rotterdam die de weg weet naar instanties, kan ik makkelijk iets betekenen. Ik moet er niet aan denken wat er gebeurd zou zijn als hij nog op straat was.”

Eljernon is weer stabiel. Drie dagen in de week werkt hij als hulpkok. Na school en in het weekend, want het halen van zijn MBO niveau 1 diploma Dienstverlening en Zorg heeft de grootste prioriteit. Ook is hij begonnen bij de sportschool op de hoek van de Almondestraat. “Ik moet zo eten, dan naar de gym en op tijd slapen voor school. Daarom heb ik hier nog niet veel mensen leren kennen. Ik ben druk. Ik moet m’n best doen, want ik heb twee kinderen die ik mis.”

In Pension Almonde woonden ‘moderne stadsnomaden’, mensen die via de reguliere wegen geen woning kunnen vinden in Rotterdam of die kiezen voor een levensstijl zonder vaste huur- of koopwoning. In deze serie tekent stadsgeograaf en tekstschrijver Daphne Koenders de uiteenlopende van de bewoners van Pension Almonde op en fotograaf Frank Hanswijk neemt hun portretten.

Pension Almonde was een project van Stad in de Maak / City in the Making

Mede mogelijk gemaakt door:
CityLab010BankGiro Loterij Fonds en Stichting Havensteder

De kracht van de commons

Commons of meenten zijn een vast onderdeel van de projecten van Stad in de Maak. Dit zijn gemeenschappelijke voorzieningen die bewoners voorzieningen met elkaar en met de wijk delen. Met Pension Almonde zijn bij Stad in de Maak niet alleen dergelijke commons opgezet, maar is er ook ruimte gemaakt voor laagdrempelige buurtinitiatieven. Zijn deze plekken de lijm voor sterke wijken of een pleister op de wond van het systeem? Of maken ze de wond zelfs groter, omdat de aansprekende plekken die hiermee aan de wijk worden toegevoegd gentrificatie en verdrijving van de bewoners in de hand werkt? Deze vragen stonden op dinsdag 19 mei centraal in de derde expertmeeting rondom Pension Almonde. Daphne Koenders doet verslag.

Al vanaf de 12e eeuw komen meenten voor in Nederland: onverdeeld gemeenschappelijk gebruikte en beheerde grond, goed of ruimte.
Stad in de Maak stelt delen van gebouwen (die de stichting beheert) vrij van huur en opent ze voor dit soort voorzieningen. Het zijn plekken waar de markt niet in voorziet, maar die toch bijdragen aan de behoeften in de wijk. 

Bij de Stokerij vind je bijvoorbeeld een collectieve houtwerkplaats, een ‘Wasbuur’ en een activiteitenruimte. In Pension Almonde zijn er 4 panden in gemeenschappelijk beheer, bijvoorbeeld een woonkamer (op de foto hierboven), een ruilhuis voor meubels en een lege ruimte die iedereen kan gebruiken. Ook zijn er 11 maatschappelijke initiatieven in de plint van de Almondestraat gehuisvest: zoals een ZZP-werkplek met oppasservice, een maatschappelijk koffiezaakje, een plek voor talentontwikkeling voor jongeren (bekijk hier het overzicht van alle initiatieven). Tot eind september kunnen zij experimenteren doordat zij deze ruimtes ‘om niet’ kunnen gebruiken, waardoor het pension als wijkincubator functioneert.

Bloeiende initiatieven
Taalent010 is een van de initiatieven in de Almondestraat. Vrijwilligers geven er informeel Nederlandse taalles aan ‘verborgen vrouwen’, migrantenvrouwen die eerder niet veel buiten kwamen. (Lees ook: ‘Stiekem doen we veel meer dan Nederlands oefenen’) Een zeer wijkgericht initiatief wat te kleinschalig is om zich te verbinden aan de bureaucratie van de gemeente en buurthuizen. “Eerst hadden wij geen eigen ruimte en deden we veel aan huis. Nu weten de vrouwen ons veel beter te vinden. Bovendien verschaft het pension onze vrouwen de geborgenheid om zelf vanuit ons pand weer eigen initiatieven te ontplooien”, concludeert initiatiefnemer Meriem Al Laamairi. “We bedenken nu al doende hoe we onszelf financieel onafhankelijk kunnen maken. Dankzij deze commons-constructie hoeven we ons niet te plooien naar de gemeente, waardoor de initiatieven van de vrouwen kunnen bloeien. Nu willen we een Wijk B.V. oprichten.”

Lees verder “De kracht van de commons”

Op zoek naar de ruimte voor coöperatief wonen en leven in Rotterdam

Alhoewel stad en stadsnomade (zeker in een werkstad als Rotterdam) onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, lijkt er op dit moment ware hausse aan nieuwe stadsbewoners te zijn aangespoeld of opgestaan. Mensen die vanwege hun leefstijl of omstandigheden vaak tussen wal en schip vallen op de koop- en huurmarkt. Met Pension Almonde is Stad in de Maak het experiment aangegaan om rond deze diverse populatie een (tijdelijke) community op te bouwen. Op 22 april 2020 was de zoektocht naar ruimte voor deze stadsnomaden het onderwerp van de tweede online werksessie van Stad in de Maak. Tot nog toe heeft de stichting gebruik gemaakt van tijdelijk beschikbaar vastgoed – maar blijft dat wel beschikbaar, en wordt het geen tijd om een permanente plek zeker te stellen in de stad? Daphne Koenders doet in deze longread verslag.

De afgelopen 7 jaar nam Stad in de Maak verschillende panden in Rotterdam-Noord op tijdelijke basis– variërend van ca drie tot tien jaar in gebruik voor verschillende vormen van samen wonen, werken en ontmoeten.

In de Almondestraat, waar meer dan 50 mensen wonen en 11 buurtinitiatieven en sociale startups gebruik maken van de broedplaatsenfunctie in de plint van de straat, is de tijdelijkheid extreem (aanvankelijk 18 maanden, inmiddels verleng tot ca twee jaar). De levensvatbaarheid en maatschappelijke waarde van het pension Almonde, zoals de straat in de tussentijd is omgedoopt, lijkt na een jaar nomadiasch gebruik wel bewezen. Er is een businessplan in ontwikkeling om Pension Almonde als nomadisch stadspension te behouden en na de sloop weer op een andere plek voort te zetten. Dit kan opnieuw via tijdelijk beheer of door zelf panden vrij te kopen voor permanent coöperatief gebruik, twee opties die in de expertmeeting verkend werden. 

Tussen wal en schip
Vooralsnog lijkt het erop dat vooral woningcorporaties, die hun voorraad de komende jaren grootschalig moeten renoveren, aanbod zouden kunnen hebben in tijdelijke leegstand van woningen. De gemeente heeft een beperkte woningvoorraad en particuliere bezitters renoveren zelfden op de grotere schaal van een straat of een woningbok. Voor tijdelijk beheer a la Pension Almonde is het een voorwaarde dat woningcorporaties zoeken naar sociale manieren om leegstand te benutten. Woonstad Rotterdam werkt samen met antikraakorganisaties voor leegstandsbeheer, maar Woonstad faciliteert wel enkele wooncoöperaties waar wonen, kunst en maatschappelijke voorzieningen samenkomen en waar bewoners zelf het onderhoud op zich hebben genomen, vertelt projectleider wijkverbetering Mariëlle Bleekrode . De wooncoöperatie op de Wolphaertsbocht is een goed voorbeeld. Woningcorporatie de Samenwerking in Vlaardingen bemiddelt zelf in tijdelijke verhuur bij leegtand. Directeur Mark van der Velde: “Anti-kraakorganisaties kunnen moeilijk een uitzondering maken voor mensen die tussen wal en schip vallen. Door zelf te bemiddelen kunnen we iemand in nood die aan de balie komt helpen.”

Lees verder “Op zoek naar de ruimte voor coöperatief wonen en leven in Rotterdam”

De stadsnomaden van Rotterdam

In Pension Almonde wonen mensen die een andere levensstijl hebben dan past binnen het plaatje van woningcorporaties en huiseigenaren. Sommigen hebben daar bewust gekozen, anderen zijn onbedoeld in deze situatie terecht gekomen. Op 24 maart 2020 waren deze ‘moderne stadsnomaden’ het onderwerp van de eerste online werksessie van Stad in de Maak. Wie zijn de stadsnomaden? En is Rotterdam klaar voor deze groeiende groep met een nieuw soort ruimtevraag? 

Foto: Frank Hanswijk

Stadsnomaden zijn geen homogene groep, maar een mix van hoogopgeleide werkmigranten, zzp’ers in de creatieve sector, nieuwe Nederlanders, studenten, ondernemende eenlingen. Het zijn ook daklozen, bankslapers of vluchtelingen. Een ding hebben zij gemeen: via de gangbare wegen op de woningmarkt kunnen zij lastig een woning vinden. 

De wachtlijsten voor sociale huur zijn torenhoog, net zoals de huren in de particuliere sector. Om een huis te kopen moet je aan steeds strengere voorwaarden voldoen. Bovendien past de traditionele levensstijl helemaal niet bij deze mensen.

De moderne stadsnomade is op zoek naar betaalbare en onconventionele ruimte in de stad: woonruimte, werkruimte, kunstruimte, sociale ruimte en gedeelde ruimte. De afgelopen jaren klopte een groeiende groep mensen aan bij Stad in de Maak, die nu deels onderdak heeft in Pension Almonde. Het tijdelijke stadspension in 53 sloopwoningen in de Almondestraat in Rotterdam-Noord. Een nomadisch placemaking experiment dat de aanwezigheid van deze groep in de stad vertegenwoordigt.

Lees verder “De stadsnomaden van Rotterdam”

Binnenkijken op de Banier

Ateliers, restaurantje, volkstuinvereniging en fietsenwerkplaats

Banierstraat 62 is een smal en hoog hoekpand in de Provenierswijk naast het Schout Heynricplein. Dit is een van de eerste panden die Stad in de Maak in beheer heeft genomen, dus het kan niet anders dan dat hier in al die jaren al een hoop ‘oefeningen in het delen van ruimte’ zijn ontstaan.

De entree heeft twee blauwe deuren. De linker leidt naar de bovenwoning van drie verdiepingen. Hier vind je op elke verdieping een kunstenaarsatelier. Op de eerste verdieping zit het atelier van Daan den Houter, bekend van de schilderijen die smelten als je ernaar kijkt, zodat het kunstwerk al snel niets meer is dan een herinnering. In zijn atelier staat dan ook een grote vriezer waarin de herinneringen zorgvuldig wachten op een moment om ze te openbaren.

Boven hem zit het atelier van Daan Botlek, die grote muurschilderingen maakt. Tot voor kort zat hier het atelier van Philippa Driest: Phedflip. Zij beweegt met haar kunst tussen maatschappelijke vragen, onderzoek naar andere vormen van organiseren en samenleven en humor. Ook beweegt ze door Stad in de Maak. Ze was de waard van Pension Almonde en organiseerde een Wheelieparade voor de jonge Rotterdammers. Inmiddels runt zij de kiosk, een kritische en radicale boekenwinkel en riso print shop in de meent van de Pieter de Raadtstraat. Op zolder zit beeldend kunstenaar Marcel Brink, die waterspiegels schildert en stencils naar waar formaat, van patatvorkjes tot koffielepels.

Bijzondere benedenwoning

De tweede deur verschaft toegang tot de voormalige benedenwoning. Deze wordt gebruikt als tentoonstellingsruimte en leslokaal voor de Bcademie. Een initiatief van Daan den Houter en Alex Jacobs om de kloof tussen de kunstacademie en het autonome kunstenaarschap te overbruggen. Verder valt het oog meteen op de goed geoutilleerde keuken. Er is een zespitsgasfornuis, een strak betonnen aanrechtblad en een veelheid aan pannen. In de ruimte staan lange tafels met zitbankjes. Je kunt de benedenverdieping huren (www.restaurantjehuren.nl) als je een etentje wilt geven voor een aantal vrienden. De opbrengsten gaan naar de activiteiten die de gebruikers van het pand voor de wijk organiseren.

Die activiteiten vinden vooral plaats op het plein. De schutting van de achtertuin kan opengedraaid worden, waardoor plein en achtertuin één ruimte worden. Aan het plein staat een container die wordt verhuurd aan buurtbewoners met een hobby. Nu is ‘verhuurd’ een groot woord: de fietsenmakers van de ‘Doe-het-zelf-werkplaats’ die er nu in zit, zijn krakers die principieel tegen het betalen van huur zijn. Zij helpen wijkbewoners om zelf hun fiets op te knappen, dus – redeneren zij – betalen ze al in maatschappelijk rendement. Omdat er toch moet worden bijgedragen aan de kosten en het onderhoud van het pand en de gemeenschap, betalen zij (na een interessante mailwisseling) 50 euro per maand aan ‘onkostenvergoeding’. 

VTV de Schout. Foto: Frank Hanswijk

VTV De Schout

Naast de container is een moestuin; een verhaal apart. Er staat een hekje met daarachter enkele perceeltjes van om en nabij een vierkante meter. Welkom bij VTV De Schout. Dit is de kleinste volkstuinvereniging van Nederland, een voortvloeisel uit Vereniging de Vereniging van kunstenaar Floris Visser, die vroeger zijn atelier hier op de Banierstraat had. Een vereniging waarvan de leden het nut en de mogelijkheden van het verenigingsleven exploreerden, zonder daadwerkelijke gemeenschappelijkheid in vrijetijdsbesteding, zoals muziek maken, tuinieren of sport.

Deze volkstuin is stiekem een echt Stad in de Maak-project, omdat het geclaimde/gekraakte publieke ruimte is die beschikbaar is gemaakt voor algemeen gebruik van de wijk. Toen de ruimte echt toegeëigend werd door een hek te plaatsen en een poort met de naam VTV De Schout, meldden de Turkse en Marokkaanse vrouwen uit de wijk zich aan om te komen tuinieren. Pas met een hek is een vereniging een vereniging, zo blijkt. Al sinds 2006 wordt deze tuin bijgehouden door vrijwilligers uit de buurt en uit het netwerk van Stad in de Maak. 

Marcel Brink in zijn atelier op de Banierstraat. Foto: Frank Hanswijk

Marcel Brink aan het woord:

We zitten hier nu 6 of 7 jaar en ik vind dat we een leuk dynamisch ding hebben neergezet. Er is veel betrokkenheid met de buurt. Tegelijk is mijn atelier ook echt mijn cocon om te werken als de stad slaapt. Ik werk vaak ’s avonds laat en ’s nachts. Het is de zolder, dus ik moet eerst drie trappen op. Dit voelt als de ladder tot mijn inspiratie. 

Beneden runnen we samen Restaurantjehuren.nl. Ik neem de organisatie ervan grotendeels op me. Ik vind het leuk dat het zo’n knipoog naar de kunst heeft: het is geen restaurantwaardige plek, maar je kunt het huren om restaurantje te spélen. Toen corona uitbrak, ging het dicht. Toen kon ik eindelijk doen wat ik wil doen, grote doeken met waterspiegels maken. Die passen niet door het trapgat, dus de benedenruimte werd al snel een verlengstuk van onze ateliers.

Het smaakt naar meer, het lijkt me leuk om in de toekomst de benedenruimte vaker te benutten voor exposities of om groot werk te maken. Ja, die extra werkruimte went natuurlijk snel, maar we zijn weer open hoor!