Van december 2019 tot april 2021 was Pension Almonde een tijdelijk thuis voor moderne stadsnomaden, avontuurlijke pensiongasten en verweesde buurtinitiatieven. Een experiment voor de stad van de toekomst in 53 sloopwoningen in de Almondestraat in Rotterdam-Noord.
Foto: Frank Hanswijk
Pension Almonde ligt in ZoHo, een herontwikkelingsgebied in de Agniesebuurt nabij het centrum van Rotterdam. De straat bestaat uit sociale huurwoningen van woningcorporatie Havensteder. Vanwege funderingsproblemen worden de woningen in de Almondestraat gesloopt. Een projectontwikkelaar heeft de grond opgekocht met het plan om nieuwbouwwoningen te bouwen. Terwijl de oorspronkelijke bewoners van de straat langzaam naar hun nieuwe huizen trokken de tijdelijke gasten van het Pension in de straat.
In het pension vonden studenten, Rotterdammers in een scheiding, gezinnen die door verbouwing een tijdelijke plek nodig hadden, migranten, ICT’ers met een project voor 3 dagen in de week in Rotterdam, kunstenaars, seizoensarbeiders, en vrije geesten die niet het grootste deel van hun inkomen aan huur willen besteden voor maximaal 6 maanden een plek.
Tot kort voor de sloop ontwikkelde het experiment zich terwijl de verhalen van oud- en nieuwkomers werden gedocumenteerd.
In de Almondestraat zijn als onderdeel van Pension Almonde in totaal 13 meenten gerealiseerd, waarvan er 4 collectief worden beheerd.
De huiskamer (nr. 157) is het hart van Pension Almonde. Hier kunnen buurtbewoners en nieuwkomers terecht voor vragen en ideeën. Je kan er altijd gebruik maken van de keuken en de wifi. Ook is er hier een centrale wasgelegenheid voor de pensiongasten en buurtbewoners in een ouderwetse kast. Elke dinsdag is er open inloop en gratis soep vanaf 18.00 uur.
Er is een copyshop (nr. 171) waar je voor een klein bedrag of gratis kunt printen en kopiëren. Het is een collectief van anonieme kunstenaars, die onder andere publicaties uitgeven en performances neerzetten.
De Blank Space (nr. 187) is leeg, maar daardoor is juist alles is mogelijk. Als je een activiteit wilt organiseren, kun je de ruimte huren. Denk aan workshops, ceremonies, coaching, muziek, creatieve activiteiten, tentoonstellingen of andere vormen van (samen)zijn. De enige voorwaarde: Laat de ruimte achter zoals je hem gevonden hebt.
En tenslotte de receptie van Pension Almonde, het wijkpension dat voorziet in de behoefte aan een tijdelijk thuis voor toeristen, kunstenaars, professionals en dagjesmensen.
Sinds dit voorjaar is Stad in de Maak actief in Vlaardingen. Een rustig woonwijkje met jaren ’20 woningen op vijftien minuten metro-afstand van het centrum van Rotterdam is de locatie van het volgende experiment met het tijdelijk beheer. Welkom in…
Eind september 2020, tussen twee Corona-lockdowns in, werd in de Almondestraat de straatopera ‘Slopera, tragiek van een sloopstraat’ opgevoerd. Een keur aan Rotterdamse acteurs en zangers, een koor van Codarts en natuurlijk de oude en nieuwe bewoners zelf brachten lief…
Saïd (53) voelt zich thuis in Nederland. Oorspronkelijk komt hij uit Marokko. Als ongedocumenteerde is het voor hem lastig om een woning of kamer te vinden. Daarom is hij erg blij met zijn woning in Pension Almonde, ook al is…
De Frans-Nederlandse stadsnomade Olaf Drancourt (21) bracht zijn jeugd en studietijd in Frankrijk door. Nu begint hij een heel nieuw leven in Nederland.
Zwaanshals 188 is een woning, een atelier, een studio, expositieruimte, verblijfplek en een semi-publieke ruimte in één. Het pand is een weerspiegeling van de blik die bewoners Christine van Meegen en Sebastian Kubersky, samen Studio C.A.R.E., op de wereld hebben.
Delen in een nieuw perspectief
Als je Studio C.A.R.E. uitnodigt, dan gaat er iets radicaal veranderen in je interieur. Soms moet er iets kapot om het volledige potentieel te kunnen zien. Tegelijkertijd zijn Sebastian en Christine zorgvuldig en uitnodigend. Het hogere doel is immers dat je je thuis voelt op een plek en dat de ruimte dienend is aan waarvoor je haar wilt gebruiken.
Het pand aan de Zwaanshals toont hoe flexibel ze zijn. Elke etage van de bovenwoning heeft een andere functie. Op de eerste is de studio, de tweede is woonkamer en leefkeuken, op zolder is de ene helft voor de kinderen en de andere helft de slaapkamer van de ouders. Er zijn bijna geen muren. Wel hun eigen modulaire, multifunctionele meubels, waardoor er speelsheid en variatie is.
Time-share-commoning
Het uitgangspunt bij Stad in de Maak is dat zo’n 30 procent van een pand commons moet zijn; ruimtes die met elkaar en met de buurt worden gedeeld. Zo hebben andere panden bijvoorbeeld een houtwerkplaats of een Wasbuur. Sebastian en Christine spelen met deze regel. Eigenlijk wilden ze geen footprint, geen huis en geen bezit. Hun leefomgeving bestaat rondom hen, maar ze claimen niets en alles is commons. Ze besloten deze woning op te knappen en commoning te léven, door overal in huis ruimtes open te stellen en te delen.
Toch werkte dat iets anders toen ze kinderen kregen. Inmiddels zijn dat er drie. Het was niet te doen om de bovenwoning, waarin beiden ook nog moesten werken, steeds te delen. Ze kwamen op het idee van time-share-commoning; ze delen hun huis 30 procent van de tijd. Als zij weg zijn om te exposeren op designshows, dan mag iemand anders met hun huis doen wat hij of zij maar wil.
Sebastian en Christine in hun kantoor. Foto’s: Frank Hanswijk
Niets doorgebroken
Dus namen zij een artist in hun eigen residence. Kunstenaar Mark Henning zit nu een maand in het pand aan de Zwaanshals. Hij heeft nog geen muren doorgebroken. De grote schok zit niet in het fysieke; echter hij heeft het huis uitgeroepen tot semi-publieke ruimte om uit te zoeken hoe wij in de nadagen van een pandemie weer kunnen gaan delen.
Mark Henning, artist in residence in juli en augustus 2021 aan het woord:
“The Rotterdam City House Lab staat in het teken van opnieuw leren samenzijn en delen in de context van de coronapandemie.
Dus deel ik het huis. In eerste instantie met mijn vriendin, die normaal in Edinbrough woont. Gelijk na aankomst kreeg zij covid, dus kwam het delen in een heel ander licht te staan. Zij kreeg de zolder. Ik nam de eerste verdieping. Op de verdieping ertussen onderzochten we hoe we bij elkaar konden re-integreren zonder besmettingsgevaar. We keken film op tien meter afstand, beiden aan onze eigen kant van het dubbelzijdige scherm.
Toen ze weer beter was, konden we het huis meer openstellen voor vrienden, couchsurfers, collega’s van Stad in de Maak en zomaar voorbijkomende binnengluurders. Voor de deur staat een bord: ‘gratis koffie en thee boven – met eten dat naast de deur is gekocht’.
De bevindingen presenteer ik dit weekend op een expositie. Dan komen Sebastian en Christine weer terug. Benieuwd hoe ze het vinden om op deze manier terug te komen in hun eigen huis. De kinderen zullen opgelucht zijn dat ik niet aan hun speelgoed heb gezeten. Zij waren bang dat ik hun legokastelen zou slopen. Ik ben benieuwd wat ze ervan vinden dat iedereen nu zomaar binnen kan lopen.”
sinds: 2016
gebruik: urban research resdidentie
oppervlak: ca 160 m2
faciliteiten: werk- en woonruimte
vast gereserveerd voor residency: 5 weken Juli/ Augustus ieder jaar
Een smal en hoog hoekpand in de Provenierswijk naast het Schout Heynricplein. Banierstraat 62 is een van de eerste panden die Stad in de Maak in beheer heeft genomen, dus het kan niet anders dan dat hier in al die jaren al een hoop ‘oefeningen in het delen van ruimte’ zijn ontstaan.
Ateliers, restaurantje, volkstuinvereniging en fietsenwerkplaats
De entree heeft twee blauwe deuren. De linker leidt naar de bovenwoning van drie verdiepingen. Hier vind je op elke verdieping een kunstenaarsatelier. Op de eerste verdieping zit het atelier van Daan den Houter, bekend van de schilderijen die smelten als je ernaar kijkt, zodat het kunstwerk al snel niets meer is dan een herinnering. In zijn atelier staat dan ook een grote vriezer waarin de herinneringen zorgvuldig wachten op een moment om ze te openbaren.
Boven hem zit het atelier van Daan Botlek, die grote muurschilderingen maakt. Tot voor kort zat hier het atelier van Philippa Driest: Phedflip. Zij beweegt met haar kunst tussen maatschappelijke vragen, onderzoek naar andere vormen van organiseren en samenleven en humor. Ook beweegt ze door Stad in de Maak. Ze was de waard van Pension Almonde en organiseerde een Wheelieparade voor de jonge Rotterdammers. Inmiddels runt zij de kiosk, een kritische en radicale boekenwinkel en riso print shop in de meent van de Pieter de Raadtstraat. Op zolder zit beeldend kunstenaar Marcel Brink, die waterspiegels schildert en stencils naar waar formaat, van patatvorkjes tot koffielepels.
Bijzondere benedenwoning
De tweede deur verschaft toegang tot de voormalige benedenwoning. Deze wordt gebruikt als tentoonstellingsruimte en leslokaal voor de Bcademie. Een initiatief van Daan den Houter en Alex Jacobs om de kloof tussen de kunstacademie en het autonome kunstenaarschap te overbruggen. Verder valt het oog meteen op de goed geoutilleerde keuken. Er is een zespitsgasfornuis, een strak betonnen aanrechtblad en een veelheid aan pannen. In de ruimte staan lange tafels met zitbankjes. Je kunt de benedenverdieping huren (www.restaurantjehuren.nl) als je een etentje wilt geven voor een aantal vrienden. De opbrengsten gaan naar de activiteiten die de gebruikers van het pand voor de wijk organiseren.
Die activiteiten vinden vooral plaats op het plein. De schutting van de achtertuin kan opengedraaid worden, waardoor plein en achtertuin één ruimte worden. Aan het plein staat een container die wordt verhuurd aan buurtbewoners met een hobby. Nu is ‘verhuurd’ een groot woord: de fietsenmakers van de ‘Doe-het-zelf-werkplaats’ die er nu in zit, zijn krakers die principieel tegen het betalen van huur zijn. Zij helpen wijkbewoners om zelf hun fiets op te knappen, dus – redeneren zij – betalen ze al in maatschappelijk rendement. Omdat er toch moet worden bijgedragen aan de kosten en het onderhoud van het pand en de gemeenschap, betalen zij (na een interessante mailwisseling) 50 euro per maand aan ‘onkostenvergoeding’.
VTV de Schout. Foto: Frank Hanswijk
VTV De Schout
Naast de container is een moestuin; een verhaal apart. Er staat een hekje met daarachter enkele perceeltjes van om en nabij een vierkante meter. Welkom bij VTV De Schout. Dit is de kleinste volkstuinvereniging van Nederland, een voortvloeisel uit Vereniging de Vereniging van kunstenaar Floris Visser, die vroeger zijn atelier hier op de Banierstraat had. Een vereniging waarvan de leden het nut en de mogelijkheden van het verenigingsleven exploreerden, zonder daadwerkelijke gemeenschappelijkheid in vrijetijdsbesteding, zoals muziek maken, tuinieren of sport.
Deze volkstuin is stiekem een echt Stad in de Maak-project, omdat het geclaimde/gekraakte publieke ruimte is die beschikbaar is gemaakt voor algemeen gebruik van de wijk. Toen de ruimte echt toegeëigend werd door een hek te plaatsen en een poort met de naam VTV De Schout, meldden de Turkse en Marokkaanse vrouwen uit de wijk zich aan om te komen tuinieren. Pas met een hek is een vereniging een vereniging, zo blijkt. Al sinds 2006 wordt deze tuin bijgehouden door vrijwilligers uit de buurt en uit het netwerk van Stad in de Maak.
Marcel Brink in zijn atelier op de Banierstraat. Foto: Frank Hanswijk
Marcel Brink aan het woord:
“We zitten hier nu 6 of 7 jaar en ik vind dat we een leuk dynamisch ding hebben neergezet. Er is veel betrokkenheid met de buurt. Tegelijk is mijn atelier ook echt mijn cocon om te werken als de stad slaapt. Ik werk vaak ’s avonds laat en ’s nachts. Het is de zolder, dus ik moet eerst drie trappen op. Dit voelt als de ladder tot mijn inspiratie.
Beneden runnen we samen Restaurantjehuren.nl. Ik neem de organisatie ervan grotendeels op me. Ik vind het leuk dat het zo’n knipoog naar de kunst heeft: het is geen restaurantwaardige plek, maar je kunt het huren om restaurantje te spélen. Toen corona uitbrak, ging het dicht. Toen kon ik eindelijk doen wat ik wil doen, grote doeken met waterspiegels maken. Die passen niet door het trapgat, dus de benedenruimte werd al snel een verlengstuk van onze ateliers.
Het smaakt naar meer, het lijkt me leuk om in de toekomst de benedenruimte vaker te benutten voor exposities of om groot werk te maken. Ja, die extra werkruimte went natuurlijk snel, maar we zijn weer open hoor!”
sinds: 2014
gebruik: werken
eenheden: 3 ateliers (3 a 4 gebruikers); 1 commons ruimte (5-25 gebruikers); 1 commons in de publieke ruimte (volkstuin De Schout), ca 5 – 8 gebruikers
De Bloklandstraat 190 is een van de eerste co-housing projecten van Stad in de Maak. Al zes jaar wordt er in wisselende samenstellingen gewoond in het vier verdiepingen hoge pand in Rotterdam Noord. Het pareltje van het pand is de prachtige binnentuin aan de gemeenschappelijke benedenverdieping.
Co-housing, exposities en een pareltje van een tuin
Voordat Stad in de Maak het pand in beheer kreeg, was de Bloklandstraat 190 een try-out huisvestingsplek voor voormalig daklozen. Nu is het een van de co-housing projecten van Stad in de Maak, met op de begane grond een meent: een gedeelde werkplaats met daarachter een expositieruimte die toegang geeft aan de gedeelde binnentuin van de buurt.
Sinds corona ligt de ruimte stil en is het – het gevaar dat altijd op de loer ligt bij ongebruikte expositieruimtes – tijdelijk een opslagruimte. Gelukkig is er de nieuwe bewoonster Lonneke, die plannen heeft om hier een weggeefwinkel te starten. Eerder werd de ruimte intensief gebruikt, vertelt bewoonster Gaia. Zij studeerde net als Luuk, die de werkplaats veel gebruikt, aan de Willem de Kooning Academie. De ruimte was tijdens hun studie in trek als expositieruimte voor henzelf en vakgenoten.
Een park in de achtertuin
Het pareltje van dit pand is de achtertuin, die uitloopt in een buurtpark tussen de blokken aan de Bloklandstraat en de Schoonoordstraat in. De Schoonoordtuin, sinds 1993 een bewonersinitiatief. Een verborgen weelderige groene plek, die door de bewoners wordt bijgehouden.
Boven zijn de woningen, waar door de jaren heen verschillende mensen uit het netwerk van Stad in de Maak hebben gewoond. Tijdens de Syrische vluchtelingencrisis woonden er ook twee Syriërs die te voet naar Europa waren gekomen.
Ook het pand zelf onderging de nodige veranderingen door de jaren heen. Eerst was er een gedeelde woonkamer en keuken, maar later hebben de toenmalige bewoners Luuk, Gaia en Lonneke de ruimtes zo verbouwd dat ieder een eigen keukenvoorziening heeft. Als ruimtelijk vormgevers en kunstenaars is een beetje verbouwen voor hen geen probleem, ook al is het slechts tijdelijk.
Gaia Suyling Smit – tot 2023 bij Stad in de Maak – aan het woord:
“Ik besef wat een geluk ik heb dat ik hier al zes jaar woon, terwijl vrienden van mij echt heel veel moeite hebben om een huis te vinden vanwege de situatie op de woningmarkt.” Ik kwam hier ooit toen ik ging studeren aan de Willem de Kooning Academie. Mijn vader had een vriend die kunstenaar was in Rotterdam en die kende Erik van Stad in de Maak. Dit kwam net vrij en ik was de eerste bewoner.
Uiteindelijk gaan ze hier de fundering van het pand doen, dan zal ik eruit moeten. Dat is geen probleem. Ik heb mijn leven flexibel ingericht. Ik werk nu bij Bloemenwinkel ’s Zomers, waar ik zorg dat restaurants en kantoren mooie bloemstukken krijgen. Heel leuk vind ik het. Maar als ik weg zou moeten, ga ik misschien wel naar het buitenland.
Van alle panden van Stad in de Maak gebeurt hier misschien het minste. Eigenlijk wil ik de ruimte beneden leegtrekken en weer wat meer ermee doen. Ik voel me medeverantwoordelijk voor de missie van Stad in de Maak. Wat ik nu vooral doe is meehelpen als iemand hulp nodig heeft met sjouwen en opbouwen.
Het is leuk om onderdeel van Stad in de Maak te zijn. Iedereen heeft iets unieks, de mensen weten allemaal ergens wat vanaf, er is veel leuks te beleven. De eerste jaren hadden we ook meer lezingen over onze visie, ik hoop dat dit weer terugkomt. “Samen staan we ergens voor.”
Gaia in haar woning. Foto: Frank Hanswijk
sinds: 2015
gebruik: wonen en werken
eenheden: 4 wooneenheden met 1 collectieve woonkamer (4 bewoners) en een logeerruimte
meenten: 1 commons werk- exporuimte (4 a 6 gebruikers)
Pieter de Raadtstraat 35 en 37 wordt ook het ‘hoofdkantoor’ genoemd. Deze panden in Rotterdam-Noord zijn de ruimtelijke expressie van veel waar Stad in de Maak voor staat: toegankelijke woningen en werkplaatsen, kennis delen, debat, ontwerpoplossingen en bovenal: de meent.
Pioniersmeent en Stad in de Maak-bolwerk
In de Pieter de Raadtstraat herken je het dubbelpand onmiddellijk aan de gevel. Als enige in de straat is deze van hout. ‘Pioniersmeent de Stokerij’ staat er met grote ijzeren letters boven de entree. Ooit voorzag dit pand de buurt van warm water met de stokerij die er zat, nu wordt het debat er opgestookt.
Meent
De plek wordt al zo’n 10 jaar gebruikt voor een doorlopend ‘onderzoek in uitvoering’ naar innovatieve, robuuste en duurzame netwerken voor het wonen en werken in de stad. Op de benedenverdieping vinden debatten, kennisbijeenkomsten en filmavonden plaats. Maar dat niet alleen; het is een meent. Een plaats van de gemeenschap. Dus alle buren en bekenden kunnen de flexibel in te richten 60 vierkante meter gebruiken. Zo lang je de ruimte maar achterlaat zoals je ‘m hebt aangetroffen. Of beter natuurlijk.
Guido Marsille in zijn woning. Foto: Frank Hanswijk
Aangrenzend is de houtwerkplaats, ook onderdeel van de meent. Ontwerper Guido Marsille beheert deze namens Stad in de Maak, omdat hij er zijn werk maakt. Iedereen die iets wil maken in de gedeelde werkplaats verschaft hij uitleg en toegang. Hij woont pal boven de werkplaats in een ooit uitgewoond verklaarde woning, maar hij wist ermee om te gaan en bouwde een goed bewoonbare cocon in de woning. Tot op de dag van vandaag verbouwt hij eraan. Hij kijkt steeds heel precies wat hij nodig heeft en breidt de woning telkens modulair uit, zodat de onderdelen circulair zijn.
Kantoor
Balkonleven Pieter de Raadtstraat
Op de eerste verdieping van nummer 35B vind je het kantoor. Een ruimte met een groot balkon en een boekenkast vol architectuurnaslagwerken, die zich langs de hele muur strekt. En dan nog liggen er stapels boeken op de bureaus, verspreid tussen de bonnenprikkers, maquettes, muziekinstrumenten en oude beeldschermen en printers. Je hebt geen deftig kantoor nodig om de stad toegankelijk te houden en mensen van betaalbare woningen te voorzien; wat telt zijn duurzame netwerken en kloppende systemen.
Naast het kantoor woont kunstenaar Melle Smets parttime. De andere helft van de tijd woont hij met zijn partner en kind in België, maar voor werk is hij regelmatig in Rotterdam. Hij bouwde een opvouwbare woning. Als hij er niet is, heeft zijn onderhuurder het hele huis. Als hij er wel is, dan ‘vouwt’ zij haar huis tot enkel een slaapkamer. Melle heeft dan de keuken, badkamer en een ruim deel om te slapen. Zij deelt de keuken en badkamer dan met de woongroep erboven.
Melle was vanuit Stad in de Maak onder andere betrokken bij Pension Almonde. Hij maakte het tot een experiment voor de sociaal inclusieve stad, met een heldere maatschappelijke boodschap en een kunstzinnig relevante kijk. Zo werd het pension een levend onderzoek en kunstproject.
Melle en zijn familie. Foto: Frank Hanswijk
Neverland cinema
Daarboven is het al jaren een komen en gaan van internationale ontwerpers, waarvoor Stad in de Maak een duurzaam gemeenschappelijk huishouden heeft opgericht, zodat zij een woning en werkruimte kunnen delen. Klodiana Millona uit Albanië, Yuan Chun Liu uit Taiwan (westerse roepnaam: Cam) en Jaja, of eigenlijk Pichaya Puapnomcharoen uit Thailand vormden vanuit hier een broedplaats voor hun werk within architecture and its refusal. Kritisch, maar opbouwend en met commoning als basis.
Zo ontstond aan deze keukentafel het idee voor de Neverland Cinema, de onafhankelijke bioscoop die tot covid uitbrak regelmatig beneden plaatsvond. Op maandag, want dat is de meest kapitalistische dag en juist dan is het goed om bij elkaar te komen en film te gaan kijken. De indie bioscoop was een statement tegen de geprivatiseerde ‘image making industry’. De films die getoond worden ontmantelen bijvoorbeeld stereotypes of laten kwetsbare communities of niet-westerse perspectieven zien.
Klodiana Millona – tot 2023 bij Stad in de Maak – aan het woord:
“Als buitenlandse student leefde ik onder kwetsbare omstandigheden. Ik mocht niet meer dan 10 uur per week werken om mijn visum te behouden en moest wél een hoge huur aan een particuliere eigenaar betalen. Tijdens mijn master Interior Design aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag kwam ik in contact met Stad in de Maak. Deze manier van wonend en werkend vormen van commoning en collectief eigenaarschap onderzoeken spraken me aan. In 2016 verhuisde ik met twee studiegenoten naar dit pand. Het voelt veilig om onderdeel van dit netwerk te zijn. Ook al is het natuurlijk nog steeds tijdelijk en onzeker. De veiligheid zit ‘m niet persé in de woning, maar vooral in de netwerken rondom deze plek. Er zijn andere architecten om mee samen te werken. Verder ervaar ik support in mijn gevecht om een permanente verblijfsvergunning te krijgen. Ik heb nu een kunstenaarsvisum, waarbij ik veel moet kunnen aantonen om te mogen blijven. Het is bevrijdend dat bij Stad in de Maak niet alles gemonetariseerd wordt en dat ik soms kan werken in ruil voor mijn huur. Bovendien gaat het geld van de huur naar projecten om de stad toegankelijk te houden voor mensen zoals ik en verdwijnt het niet in de zakken van een pandjesbaas.”
Klodiana en Cam, bewoners Pieter de Raadtstraat. Foro: Frank Hanswijk
Philippa Driest, beter bekend als Flip, aan het woord:
“Ik sta bekend als de nomade binnen Stad in de Maak. Door de jaren heen heb ik met bijna alle panden in Noord wel wat te maken gehad. Via de Bcademie (het programma van bestuurslid Daan den Houter om net afgestudeerden van de kunstacademie voor te bereiden op een bestaan als autonoom kunstenaar, red.) leerde ik de mensen van Stad in de Maak kennen. Ze vroegen of ik als bijbaan wilde helpen klussen. Ik leerde vloeren leggen, isoleren en nog allemaal dingen die later nog goed van pas zouden komen.
Zo kwam ik ook over de vloer bij de Banierstraat, waar ik uiteindelijk jarenlang atelier heb gehouden. Ook al zit mijn atelier er nu niet meer, ik werk er nog steeds graag in de moestuin, dat doe ik samen met mijn vader.
Ik deed als net afgestudeerd kunstenaar mee aan Art of Impact (zie hoofdstuk B) met een film over de buurt en opende een avondwinkel waar mensen uit de wijk en bezoekers van de expositie elkaar ontmoetten. De Wheelieparade (ook in deze publicatie, hoofdstuk B) was daar onderdeel van, zodat het subsidiegeld naar kinderen in de buurt kon gaan als prijzengeld. Maar toen werd ik gevraagd of ik die Wheelieparade ook op andere plekken wilde organiseren. Dat heb ik niet gedaan, want ik wil niet dat kunst een verlengstuk wordt van beleid om de wijk te verbeteren.
Philippa in haar atelier. Foto: Frank Hanswijk
Toen kwam pension Almonde, daar werd ik conciërge. Samen met studenten van de Willem de Kooning Academie richtte ik verschillende kamers in. En ik zat daar dus als aanspreekpunt voor bezoekers en internationale gasten achter de receptie. Als ik hier toch zit, kan ik net zo goed boeken gaan verkopen, dacht ik. Dus maakte ik een selectie van boeken die bij het gedachtengoed van het pension pasten: boeken vanuit de kritische en radicale theorie over samenleven, steden, communityvorming en eigenlijk werd het steeds meer.
Inmiddels zit mijn Kiosk in de benedenruimte van Stad in de Maak aan de Pieter de Raadtstraat. Elke vrijdag ben ik open. De collectie heeft zich verbreed met kunstuitgaves, emanciperende fictie, strips en poëzie, maar ook in eigen beheer uitgegeven boeken van onafhankelijke sociologen, kunstenaars, inheemse mensen en alles wat je in de gewone boekhandel niet vindt. Mijn ambitie is om zelf ook boeken uit te gaan geven.”
sinds: 2014 gebruik: wonen en werken aantal eenheden: 5 wooneenheden met 1 collectieve woonkamer (5 bewoners), twee individuele wooneenheden, 1 kantoor (ca 2 a 3 gebruikers; incidenteel meer) meenten: werkplaats (ca 2 gebruikers; incidenteel meer) incl. wasbuur (ca 12 gebruikers; bewoners plus buren) en de Stokerij (3-30 gebruikers) oppervlak: ca. 440m2 (plus opslag)