Piet Vollaard

“Ik vind win-win situaties in onconventionele oplossingen”

Piet Vollaard kijkt anders naar systemen dan de gemiddelde ambtenaar, adviseur of vastgoedontwikkelaar. Systemen zijn er niet om aan te conformeren, vindt hij. Liever breekt hij ze open en verruilt hij logisch gevonden onlogische oplossingen voor win-win situaties. Als mede-oprichter van Stad in de Maak zorgt hij “altijd samen met anderen, hoor” voor onconventionele woonoplossingen. 

Dat is zijn grootste doel met Stad in de Maak, maar ook binnen zijn werk als schrijver en mede-oprichter van De Natuurlijke Stad is hij bezig met natuurlijke en sociale ecosystemen en het versterken daarvan. Leunend tegen de getimmerde balustrade van de Pieter de Raadtstraat 35 draait hij een sjekkie. Het is niet de eerste onconventionele oplossing die, hier, op dit balkon, in precies deze houding, in hem opkomt. 

De rijkdom die hij vindt in uitzonderingsposities biedt mogelijkheden voor de niet-standaard stadsbewoner en de (semi-)publieke ruimte. Neem bijvoorbeeld Pension Almonde, waar ruim 100 mensen ruim twee jaar tegen lage huur konden wonen in panden die anders leeg zouden staan, terwijl het óók nog iets deed voor de wijk. Hij kan genieten van het effect ervan: dat er bijvoorbeeld een (sl)opera ontstond, die onderdeel werd van de Rotterdamse Operadagen. Of het experiment om in een van de woningen een zorgpension te beginnen, waar serieuze samenwerkingen uit voortkwamen.

Foto: Frank Hanswijk

Het kan wél

Bij het uitvoeren van zijn visie vecht hij soms op tegen de klippen van het ambtenarenapparaat. Dan komt hij terecht in politieke spelletjes. Zoals toen hoorde dat de gemeente de panden aan de Burgemeester de Roosstraat in Rotterdam liever verkoopt aan een projectontwikkelaar dan aan de zittende bewoners. Die moesten er toen binnen enkele maanden uit. Al die tijd dat hij met compagnons Ana, Erik en Marc aan het rekenen was om te kijken of ze er met die bewoners een woningcorporatie kunnen beginnen is voor niets geweest. “De vraag is of het ooit een eerlijke kans gekregen heeft”.

De moed zinkt hem vaak in de schoenen. “Het is soms erg frustrerend”, zegt hij hoofdschuddend. “Het zijn dichtgetimmerde systemen die zichzelf tegenwerken en ons daarmee ook. Mijn vertrouwen in de overheid heeft wel een flinke knauw gekregen door deze jaren Stad in de Maak.”

Wat helpt is een tikje cynisme, of zoals hij het zelf liever zegt: ‘klassiek kynisme’ (Diogenes is zijn filosofie-held). “Dit is een vorm van Stoïcijnse intelligentie en vasthoudendheid die je wel nodig hebt als je dit soort dingen van de grond wilt krijgen. Uiteindelijk gaat het om het resultaat. Als het lukt om simpele oplossingen erdoorheen te krijgen bij alle partijen, dan is mijn missie geslaagd. ‘Volgens mij kan het wel,’ is mijn grote drijfveer. Dingen die iemand anders ook kan, doe ik liever niet, daar ben ik te lui voor.” 

Dat is één van de redenen dat hij zich nooit bij een architectenbureau heeft aangesloten. “Ik heb eigenlijk het hele vakgebied verkend, inclusief de hoofdlijn: gebouwen ontwerpen. Maar ik kwam er al snel achter dat ik interieurontwerp leuker vond. Dat gaat lekker snel; je kunt alles in de handen van één persoon houden. Ontwerpen doe ik vaak alleen. Opmerkelijk, want architectuur bedrijven is één en al samenwerking. Pas later ben ik me gaan realiseren dat het samengaat. Ik ben graag autonoom en vanuit die positie werk ik graag samen met anderen.”

Er was een tijd dat hij tegelijkertijd met een boek, een gebouw en nog een leuk ander project bezig was, gewoon omdat hij zichzelf flexibel wil houden. Nog steeds Piet is bijna altijd met meerdere dingen tegelijk bezig. “Naast Stad in de Maak is mijn tweede hoofdbezigheid van de laatste tien jaar stadsnatuur en stedelijke biodiversiteit. Ik schrijf daarover en werk aan projecten op dat gebied. Ook werk ik aan een oeuvre-onderzoek en uiteindelijk een monografie over ‘wilde tuinman’ Louis le Roy.”

Bij de tientallen boeken die hij schreef, ging zijn motto ‘volgens mij kan het wel’ op. “Ik vroeg me bijvoorbeeld af waarom er nog niemand een boek geschreven had over Herman Haan. Er was bijvoorbeeld geen markt voor, of het was lastig aan informatie komen. Als ik het nuttig vond, en niemand anders deed het, dan ging het gewoon zelf doen.”

“Waarom was er nog geen architectuurdagblad?”, dacht hij in de tijd dat het internet opkwam. “Eindelijk kon ik mijn eigen architectuurkrantje beginnen.” Archined was één van de eerste Nederlandse websites en groeide uit tot het online debatplatform voor de Nederlandse architectuur. Van 1996 tot 2013 was Piet hoofdredacteur. 

Foto: Frank Hanswijk

Tijd voor verandering 

Het jaar 2008 brak de routine. Het was het jaar dat de faculteit voor architectuur in Delft afbrandde. Ondertussen dacht Piet erover om zichzelf misbaar te maken binnen Archined. Met de rookpluimen die hij kilometers verderop zag vanuit het kantoor van Archined, voelde hij de verandering al in de lucht hangen.

Het gevoel klopte. Op de Biënnale van Venetië ontmoette hij Erik en werkte hij samen met Marc en Ana, die hij al kende. In een tijd waarin de Nederlandse architectuur floreerde met ‘Super Dutch’, besloot het Nederlandse team een paviljoen te maken dat zich richtte op discussie en onderzoek in plaats van het laten zien van gebouwen. De brand van de faculteit in Delft was aanleiding om vaardigheden, mogelijkheden en een curriculum te ontwikkelen dat verder gaat dan het uit de grond stampen van gebouwen. Een antwoord van architecten op wat er op dit moment echt urgent is. Het was een lastige boodschap op deze internationale architectuurtentoonstelling. “We werden niet begrepen.”

Midden in de werkzaamheden rond deze biënnale kwam het nieuws: de bank Lehman Brothers was failliet. Het begin van een wereldwijde financiële crisis waarin 60 procent van de Nederlandse architectenbureaus ten onder zou gaan en de architectuur zich op een hele nieuwe manier moest uitvinden. “Kortom, opeens was ons paviljoen wél actueel.”

Crisis als voedingsbron

“Dankzij die crisis zitten we hier nu al 10 jaar”, concludeert hij. Met zijn pakje shag tikt hij op de rand van het balkon van het hoofdkwartier aan de Pieter de Raadtstraat. “Wij gingen op onze eigen manier verder met de bouwstenen die deze biënnale had opgeleverd. De tijd van reflectie was over, voelden we. Tijd om met iets tastbaars aan de gang te gaan.” Al snel kwamen de twee ‘weespanden’ via Erik op hun pad. “Het was crisis en deze panden opknappen om als woningen te verhuren was duurder dan dichttimmeren en leeg laten staan. Geef het aan ons en jullie hebben er 10 jaar geen last van, zeiden we.”

Het werd het begin van Stad in de Maak. Naast het opknappen en in gebruik nemen van de panden, startten we een activistische ‘denk- en doetank’ en begonnen we te experimenteren met ideeën over andersoortig beheer van leegstand, coöperatief wonen en het ontwikkelen van commoning

Alles om ruimte te maken. Ruimte waar de stad wat echt wat aan heeft. Een concrete praktijk die een alternatief biedt aan de neo-liberalistische uitsluiting die hij overal om zich heen ziet. Zeker in een stad als Rotterdam. Is hij een anarchist? “Ik durf het niet te zeggen, want daar zijn zoveel stromingen in. Ik vind het stoïcisme relaxter. Wat er ook gebeurt, mij krijgen ze niet klein.”

Hij heeft nog één belangrijke missie met Stad in de Maak: “Een permanente plek vestigen is de enige manier om niet weggejaagd te worden. Een tegenwicht bieden. Helaas zien we tot nu toe nog steeds dat geld belangrijker is dan maatschappelijke waarde. Tot ik me verveel ga ik door om een woningcorporatie in Rotterdam voor elkaar te krijgen. Volgens mij kan het wel.”

Lees meer over de andere aanstekers:

Daan den Houter

“Ik streef naar een idealistische minimaatschappij” …

Erik Jutten

“Ik denk dat samen het antwoord is op vele maatschappelijke vragen” …

Ana Džokić 

“Op een dag kopen we als wooncoöperatie een pand” …

Marc Neelen

“Niet iedereen leeft volgens het stramien van de beleidsmakers” …

Piet Vollaard

“Ik vind win-win situaties in onconventionele oplossingen” …

Vaarwel Pension Almonde, welkom Vlaardinger Meent

Sinds dit voorjaar is Stad in de Maak actief in Vlaardingen. Een rustig woonwijkje met jaren ’20 woningen op vijftien minuten metro-afstand van het centrum van Rotterdam is de locatie van het volgende experiment met het tijdelijk beheer. Welkom in de Vlaardinger Meent / Vlaardingen Commons, de nieuwste telg van Stad in de Maak en de opvolger van Pension Almonde.

Wat rustiger en wat groener deze keer, maar met dezelfde uitgangspunten: alternatieve samenlevingsvormen, het zo veel mogelijk delen van voorzieningen en engagement met de bewoners uit de wijk.

Vaarwel Almondestraat
De voorloper van de Vlaardinger Meent, Pension Almonde link, was een straat met 52 voormalige sociale huurwoningen. Van eind 2019 tot april 2021 was de hele Almondestraat in Rotterdam in beheer van Stad in Maak als experiment om de stad toegankelijk te houden. Er woonden moderne stadsnomaden; mensen die tussen wal en schip vallen op de woningmarkt. Commons en laagdrempelige buurtinitiatieven kregen er een kans. Fysiek is er niets meer van Pension Almonde over. Alleen een lege straat met gekleurde muren en beveiligingscamera’s van de nieuwe eigenaar.

Gelukkig is er nog de impact: de research die er gedaan werd, zowel als kunstproject als academisch. De aandacht die kwam voor de stadsnomaden en impuls die dit gaf aan het politieke en maatschappelijke debat. Verder was er natuurlijk de Slopera, die als onderdeel van de Operadagen een statement maakte tegen speculatie en het grootkapitaal. Bovendien woonden er mensen, ontstonden er netwerken. Zelfs in coronatijd, vanwege de noodhulp en de gedeelde ruimte en buurtvoorzieningen in de plint. Dit moesten we toch voortzetten op een nieuwe plek? Al was het maar om de vraag te beantwoorden: Kan het Pension zelf nomadisch worden en zich van plek naar plek verplaatsen?

Buitenkeuken, Studio C.A.R.E.

Welkom Vlaardingen-Oost
In elk geval wel voor een deel. Een deel van de bewoners van Pension Almonde verhuisde mee naar twee straten in Vlaardingen: De Cornelis Houtmanstraat en de Nieuwe Kerkstraat. Waar Pension Almonde één straat omvatte, zijn dit zelfs twee straten, waarvan de woningen van woningcorporatie De Samenwerking langzaam in beheer komen van Stad in de Maak tot aan de sloop, die gepland staat in 2023.

Na het verlies van Pension Almonde is er één voorwaarde: Stad in de Maak laat dit keer iets blijvends achter, zodat de herinnering aan dit nieuwe ‘pension’ ook na de sloop achterblijft in de wijk. In eerste instantie zou Stad in de Maak de lege woningen overnemen, maar na de start van het project bleek dat ook de zittende bewoners die zouden moeten verhuizen, nu van Stad in de Maak willen huren. Dan hoeven zij hun woning niet uit én zouden ze bovendien minder huur gaan betalen. Volgende week is er een meeting, in het Nederlands en Engels, om de bewoners in te lichten over sociocratie en de ideeën achter het pension.

Een verrijking, vindt de 22-jarige Noëmi het leven in de Cornelis Houtmanstraat. In coronatijd woonde ze alleen. Achteraf gezien was dat best eenzaam. Ze droomde over een community. Nu ze betrokken is bij de start in Vlaardingen kan ze eindelijk haar idealen leven. “Een crisis toont meer dan ooit dat wij elkaar nodig hebben en zo duurzaam mogelijk moeten leven.” Ze komt uit Roemenië en volgt haar volledige HBO-opleiding in Nederland. Als student Transformative Social Innovation is het wonen via Stad in de Maak een levend onderzoek voor haar.

Samen met huisgenoot en vriendin Romy was ze een van de eerste bewoners. Ze kregen het oudste huis toegewezen, wat ze opknapten met tweedehands meubels en kunst van vrienden aan de muur. Hoewel ze boven wonen, delen de bewoners alle tuinen. Het balkon staat vol stekkies, die klaar zijn om de grond in te gaan.

Noëmi

Stekkies
Aan de overkant, in de Nieuwe Kerkstraat heeft Laura hetzelfde. Overal staan er planten die een plekje moeten krijgen. Net ingetrokken en nog voor die – Laura identificeert als non-binair – alles binnen op zijn plek heeft staan, is die meteen aan de tuin begonnen. Eerst stond er een vijgenboom, dat vond de community een grote aanwinst. “Helaas heeft de vorige bewoner heeft ‘m van de week opgehaald. Wel heb ik de bessenstruiken uit de tuin van de buurman kunnen redden en hier geplant.” Eerst woonde Laura in een ecodorp in de Achterhoek, maar via Noëmi kwam die in Vlaardingen terecht.

Een paar huizen verder laadt David zijn auto uit. De helft van de verhuisspullen liggen er nog in. Voor het eerst sinds jaren trekt hij in een woning, nadat zijn plan om de wereld rond te zeilen in duigen viel door corona. “We zijn blij om op deze manier bij te dragen aan sociale verandering. De woningmarkt zit potdicht en zo onderzoeken we een alternatief. Ik ben ook heel benieuwd naar het idee van sociocratie. Dus we gaan ontdekken hoe het is om ergens in te investeren, ook al is het uiteindelijk natuurlijk tijdelijk.”

Olaf en Paul

Pannenkoeken en drankjes met de buren
In het huis naast dat van Noëmi bakt Clara pannenkoeken, terwijl haar vriendin Rif haar backpack inpakt. Er gaat veel in, want zonder vaste woon- of verblijfsplaats leeft daaruit. Ze gaat vandaag naar Frankrijk en hoe lang ze waar zal blijven weet ze nog niet. Op een stoel zit huisgenoot Eden aan de koffie. Hij moet opschieten om naar zijn werk te gaan, maar hoopt nog een pannenkoek te bemachtigen.

Vrolijk vertelt de Duitse Clara over haar verhuizing van het levendige pension Almonde, midden in de stad, naar het toch wat rustigere Vlaardingen. “Hier zit je vlakbij de Broekpolder, fijn in een natuurlijke omgeving. En als ik vrienden wil zien, ben ik in een kwartier in de stad. We hebben het hier ook leuk met elkaar. Er is frisse energie. We mogen samen de community vormgeven.

Pension Almonde was een staand concept, waar ik in kwam wonen toen het al een jaar draaide.” Ook hier staan er potjes met stekkies op tafel. Daarnaast liggen er stukken zelfgemaakte zeep. “Van de buurvrouw, Linda, die hier al jaren woont. We krijgen steeds meer contact. Ze wil weten wat we ervan vinden.”

Al met al is het nieuwste pension een mix van verschillende soorten bewoners. De stadsnomaden die uit levensovertuiging niet hechten aan een vaste woonplek vormen een interessante combinatie met de oude bewoners van de straten, die juist willen blijven omdat ze wél hechten aan een vaste woonplek. Daarnaast is er mondjesmaat contact met de bewoners van de andere blokken, die in beheer zijn gegeven aan een huisvester van Oost-Europese arbeidsmigranten.

Ergens is het gek, vindt Noemi: “Stad in de Maak neemt deze straten over en wij zijn een community aan het vormen. Maar er is al een community van mensen die hier jaren wonen.

Sociocratische meeting @ De Stokerij

Sociocratie
Elke twee weken is er een meeting, waarin praktische dingen worden besproken. Deze zomer werd er gezamenlijk getuinierd en besloten dat er zo min mogelijk schuttingen in de tuinen moeten staan. Ook is er een buitenkeuken geopend die de bewoners maakten samen met Studio Care. De bewoners zijn verdeeld over vier sociocratische cirkels, die de gemeenschap besturen: program, research, administration en maintenance.

Deze laatste heeft twee subcirkels: gardening en the new people circle, voor het selectieproces van nieuwe bewoners. De basis van het systeem is dat de cirkels over een onderwerp gaan en ideeën opperen, maar dat beslissingen nemen alleen kan op basis van consent: instemming van ieder groepslid. Lees meer over dit besluitmodel van stad in de maak.“

Daarnaast moeten we het veel meer hebben over de structuur van het samenleven”, vindt Noemi. Haar voorstel om ook eens per twee weken een meeting hierover over te organiseren kreeg voldoende bijval. “Hoe waarborg je dat we samenleven als een community, terwijl iedereen zijn vrijheid behoudt? Dat we ieders engagement behouden als er straks veel meer woningen en bewoners onderdeel van de community worden? Het zijn vragen waar je eindeloos over kan lezen en discussiëren, maar wat ik vooral graag wil: dit in praktijk daadwerkelijk gaan doen.”