Stad in de Maak op naar 10+ jaar

In het jaar 2024 wekten wij de verhalen van 10 jaar Stad in de Maak opnieuw tot leven in ons boek Magazijn. Daarnaast was het zeker ook een jaar van groei en ontwikkeling. We bestendigden onze methode van sociaal en creatief leegstandsbeheer met steeds weer nieuwe grote projecten. Ook gingen we nieuwe samenwerkingen aan, zo komt het eerste commons-buurthuis eraan, én we kochten een pand!

In 2024 hebben we een klein schoolgebouw op het Noordereiland in Rotterdam aangekocht. Het is al decennialang in gebruik als atelierverzamelpand. Samen met de kunstenaars die er zitten, onderzoeken we nu de mogelijkheden om het pand vrij te kopen, dat wil zeggen uit de markt te halen en tot collectief eigendom te maken.

Hoewel hier niet gewoond wordt – onze ambitie is nog steeds om een wooncoöperatie te starten – is kunst en cultuur ook een sector waarvoor de ruimte in de stad steeds nijpender wordt. Daarom besloten we deze keuze te maken en dit proces aan te gaan. Vlak voor de druk van Magazijn voegden we dus het hoofdstuk ‘PS: Vrijgekocht’ toe. In 2025 wordt er meer over bekend.

Het schoolgebouw dat nu een atelierverzamelpand is op het Noordereiland. Foto: Selma Hengeveld
Lees verder “Stad in de Maak op naar 10+ jaar”

Een Stad in de Maak-pakhuis

De Vlaardinger Meent is nog maar net verlaten en we hebben alweer een nieuw pand in Vlaardingen in beheer. Dit keer geen hele straten met nog prima bewoonbare huizen, maar een zeer vervallen pakhuis.

Het historische pakhuis heeft drie verdiepingen en ligt in de Koningin Wilhelminahaven in Vlaardingen, een gebied dat van oudsher bekend staat om de bierbrouwerijen en haringpakhuizen. Tegenwoordig zitten er bedrijven, het truckersrestaurant de Pittstop en om de hoek poppodium de Kroepoekfabriek. Het gebied wordt de komende jaren getransformeerd tot een nieuwe wijk: Rivierzone Vlaardingen. Een projectontwikkelaar is bezig met een plan voor woningbouw op het kavel rondom het pakhuis.

Lees verder “Een Stad in de Maak-pakhuis”

Een nieuwe landingsplaats in Zwijndrecht

In de Planetenbuurt in Zwijndrecht worden in verschillende straten flats gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. In de tussentijd ontwikkelt Stad in de Maak er samen met de bewoners een commons-buurthuis dat ervoor zorgt dat de verbinding blijft, ook al verandert er veel voor de bewoners.

Op het grasveldje tussen de Grote Beerstraat, Jupiterstraat, Saturnusstraat en Neptunesstraat in Zwijndrecht is sinds kort een bijzondere landingsplaats verrezen. Men noemt het een ‘plateau’, ‘platform’ of ‘podium’.  Toen Erik Jutten van Stad in de Maak de Raad van Toezicht van woningcorporatie Trivire rondleidde werd er gevraagd: Wat gaan jullie hier doen? Meteen stelde hij de wedervraag: “Wat zou je hier wíllen doen?” Deze vraag wordt ook gesteld aan alle bewoners die nieuwsgierig komen kijken waar er nu precies plek voor wordt gemaakt.

Lees verder “Een nieuwe landingsplaats in Zwijndrecht”

Afscheid van de Vlaardinger Meent

Op een dag was het die ene dag waarvan we al vanaf het begin wisten dat ‘ie ging komen. Vorige week maandag is de laatste bewoner van Stad in de Maak uit de Zeeheldenbuurt in Vlaardingen-Oost vertrokken. Ruim 2,5 jaar vormde de Vlaardinger Meent er een hechte community.

In 2021 kreeg Stad in de Maak de Cornelis Houtmanstraat en de Nieuwe Kerkstraat in beheer. Hier vestigde zich een nieuwe woongemeenschap volgens het Stad in de Maak-model: betaalbaar gemeenschappelijk wonen en daarnaast gemeenschappelijke ruimtes en buurtvoorzieningen op de begane grond.

Lees verder “Afscheid van de Vlaardinger Meent”

Een magazijn vol verhalen

Stad in de Maak bestond in 2023 tien jaar! Dat hebben we gevierd door
ons magazijn leeg te schudden en onze avonturen en expertise te delen in een boek. Vlak voor de zomer 2024 is Magazijn Stad in de Maak (eindelijk) opgeleverd en ingericht; een opslagplaats van 320 pagina’s van al onze verhalen over coöperatief wonen en ‘commoning’ in de stad.


Magazijn vertelt over een decennium Stad in de Maak. Over het kleine groepje aanstekers dat destijds, midden in de crisis, begon met het vlot trekken van leegstaande panden en ze beschikbaar maakte om te wonen en als collectieve ruimten voor de buurt. En hoe dat uitgroeide tot een stichting die zorgt dat er een alternatieve manier van wonen mogelijk is, naast de sociale huur met lange wachtlijsten en de speculatieve markt van particuliere huur- en koopwoningen.


Commons in opkomst
We merken dat steden van nu toe zijn aan een alternatieve vorm van wonen, werken en samenleven. Waar 10 jaar geleden termen als commoning, gemeenschappelijke huishoudens, community al snel werden weggezet als ‘commune’ en daar vies bij gekeken werd, is het collectief beheer en eigendom van panden, gemeenschappelijk wonen en commoning nu juist een wensscenario voor zowel bewoners, als ontwikkelaars. Dit boek draagt bij aan een antwoord op de zoektocht naar een manier om alternatief, betaalbaar en sociaal wonen mogelijk te maken in tijden van een woningmarkt die vele woningzoekers en levensstijlen uitsluit.


Verhalen, visie en foto’s
Er blijkt zoveel meer te vertellen dan we de afgelopen jaren met onze haren onder het (ver)bouwstof hebben gedaan. Het boek is daarom een goede gelegenheid om onze ervaringen met alternatief leegstandsbeheer, met onconventionele woon- en werkprogramma’s en met  commons en commoning te delen, te vertellen over onze visie op alternatief en betaalbaar wonen in de stad, wooncoöperaties en alternatieve wijkvoorzieningen. Bovendien laten we zien hoe het gedachtegoed van Stad in de Maak zich in de loop van dat tienjarige avontuur heeft verdiept en verrijkt.


De foto’s die Hans Werlemann maakte in de beginjaren illustreren de ontwikkeling. Daarnaast laten de portretten van Frank Hanswijk van de huidige bewoners zien hoe levendig onze gemeenschap is. In de interviews van Daphne Koenders lees je wat onze panden betekenen voor onze bewoners en gebruikers. De interviews met het bestuur maken inzichtelijk welke activistische, maar toch verbindende houding Stad in de Maak kenmerkt. Natuurlijk wordt eindelijk ook eens duidelijk wat wij nou allemaal doen, onder andere door de uitklapkaart (achterzijde van de stofwikkel om het boek) van Nadia Nena Pepels van al onze panden door de jaren heen.

Ambitie
Ook nemen we je mee in onze ambitie om niet alleen tijdelijke woonruimte te bieden, maar één of meerdere permanente wooncoöperaties te vestigen. Verder lees je natuurlijk over onze visie, missie, mijlpalen en plannen voor de toekomst en onthullen we groot nieuws: ons eerste eigen pand is een feit!

Hierover spoedig meer in een volgende blog. Voor nu welkom thuis van je vakantie. We hopen dat dit Magazijn ‘thuis’ voor je mag verrijken.


Magazijn Stad in de Maak, te krijg en te koop
Magazijn is voor alle (oud-)bewoners en werkers van Stad in de Maak gratis op te halen vanaf donderdag 5 september bij Kiosk (Pieter de Raadtstraat 35B) zolang de  – best grote – voorraad strekt . Zie voor overige openingstijden (veelal donderdag, vrijdag, zaterdag) de website van Kiosk Rotterdam.

Voor andere belangstellenden is Magazijn te koop in Kiosk Rotterdam en bij NAi Boekverkopers / Booksellers (Museumpark 25) voor 29,50.


Magazijn – Stad in de Maak
16,5×23,5 cm; 320 pgs.
ISBN: 978-90-9038724-6
Redactie: Ana Džokić, Selma Hengeveld, Daphne Koenders, Marc Neelen, Katarina Popović, Piet Vollaard.
Met fotografie van de Stad in de Maak gemeenschap, Frank Hanswijk en Hans Werlemann en de kaart in de omslag is gemaakt door Nadia Nena Pepels.

Daan den Houter

“Ik streef naar een idealistische minimaatschappij”

Hij ziet zichzelf als de pragmatische tegenhanger van de theoretici binnen Stad in de Maak. Daarnaast al decennia bevriend met Erik Jutten. Samen bedenken ze concepten en voeren ze uit, wat Stad in de Maak hun levend laboratorium maakt. Daan den Houter (45) keert het concept wonen binnenstebuiten. Hij is pandgebruiker van het eerste uur en bestuurslid.

“Niemand heeft zin in planologische gesprekken met de gemeente en de woningbouwvereniging. Iedereen wil betaalbaar wonen en een plek hebben vanuit waar je kunt doen wat jij graag wilt: kunst maken, een moestuin beginnen, een baan, gezellige etentjes organiseren. Als je deze dingen vervolgens samen deelt – de één bakt brood, de ander houdt een expositie, de ander verdient geld – dan heb je al een soort idealistische minimaatschappij.”

Daan kan het allemaal beeldend vertellen, maar hij weet ook dat zijn ideeën in de praktijk heel wat voeten in de aarde hebben. Dat merkt hij dagelijks als beheerder van de Vlaardinger Meent. “Je moet vaak veel doen om de kaders voor zo’n manier van leven te organiseren. Niet iedereen weet hoe je dat moet aanpakken of heeft daar zin in. Met Stad in de Maak nemen wij de gedoetjes weg die erbij komen kijken om dit te organiseren.” 

Conceptueel wonen

Hij vindt het tof om voor groepen mensen zo’n visie uit te denken. “Het genereert vrijheid om anders om te gaan met het concept wonen. Ik vind het maar niks dat je je moet aanpassen aan wat de woningmarkt dicteert. Bovendien: willen we wel op zo’n manier leven? Ons allemaal in de schulden steken voor een eigen woning, of hoge huren accepteren en je over de kop werken om dit te kunnen betalen? En in je vrije tijd vervolgens weer naar andere plekken gaan en consumeren om het leuk te hebben?”

“Wat als je dat in eigen handen houdt en tweakt zoals de groep dat wilt? Een deeltijdkantoor met de straat, kinderopvang samen organiseren, een buurtcafé of een feest. Dan pas je het concept wonen aan naar je behoeften, die meer behelzen dan wonen alleen. Zo creëer je ook nog eens werkbare structuren voor een grootstedelijk geheel. Wij activeren een groep mensen die dit wil.”

Skatepark

Als jonge jongen, opgroeiend in een vrijeschoolgezin in Dordrecht, kwam hij er al achter dat het ‘zijn ding’ is om groepen te mobiliseren die hetzelfde willen en vervolgens heel praktisch aan de slag te gaan. “Op mijn 18e timmerde ik met mijn vrienden een skatepark dat ik zelf ontworpen had. Skaten was ons leven. We wilden dit al jaren, maar wisten de weg binnen de gemeente niet te vinden. Op een dag stond er opeens een half pipe, dat had de moeder van een inlineskater geregeld, maar wij waren skateboarders. Ik was gefrustreerd, zo beslist de gemeente dus zonder te vragen waar de maatschappij behoefte aan heeft. Wij wilden geen half pipe: wij wilden een skatepark!”

“Uiteindelijk ging een vrouw van een buurtactiegroep ons helpen. Zij loodste ons door de gemeente en uiteindelijk speelden we het tot aan de wethouder. Dat werkte! Het bestaat nu 25 jaar. Inmiddels van beton, de nieuwe versie heb ik ook ontworpen. Er is een nieuwe generatie nog steeds fanatiek aan het skaten. Dordrecht profileert het skatepark nu als paradepaardje van de stad.”

Ook tijdens zijn studentenleven rondom de Haagse kunstacademie bracht Daan kunstenaars samen tijdens verschillende atelierweken. Hij woonde met een gemêleerd gezelschap van kunstenaars en conservatoriumstudenten in een oud kasteeltje in Den Haag. Hier werd gewoond, geleefd, gerookt, gedronken, gediscussieerd en gefeest. Het echte kunstenaarsleven, dacht hij toen. 

Tegenhanger

Ondanks zijn functie als bestuurslid, tot voor kort langstzittende atelierhouder en sparring partner van Erik ziet Daan Stad in de Maak nog steeds als een uit de hand gelopen hobby naast zijn multidisciplinair conceptueel kunstenaarschap. Hij kan er verder met zijn missie om mensen samen te brengen rondom goede ideeën.

Genoodzaakt door het feit dat hij soms onverkoopbare kunst maakt, “soms ook lastig te verkopen aan subsidieverstrekkers,” leerde hij bovendien commerciëler te denken. “Ik denk dat het een verrijking is om vanuit deze blik naar Stad in de Maak te kijken. Ik zit dus meer op het ondernemerschap binnen Stad in de Maak, ook al ben ik er slecht in”, lacht hij. 

“Een beetje een tegenhanger ben ik. Maar wel één die dingen doet die uiteindelijk handig en fijn blijken te zijn. Ik maakte ook hotelkamers voor internationale gasten en artists in residence in Pension Almonde met studenten van de academie. Zij hadden er betaald werk mee, het pension kreeg gasten die ontbeten bij de buurtinitiatieven, de plek kwam op de kaart te staan in de kunstwereld en er kwam geld binnen, bijvoorbeeld om een Not For Profit Art Party te organiseren.

Eigenlijk doen we met Stad in de Maak ook veel voor een grotere groep mensen wat we anders voor onszelf zouden doen: gezelligheid creëren, leuke dingen doen en er werk van maken. Stad in de Maak voelt nu nog best wel organisch, maar ondertussen is het ook politiek en sociaal maatschappelijk. We proberen iets fundamenteels aan de kaak te stellen en te verbeteren. Zo genereren we nu een nieuwe context voor het wonen in de stad. De droom is voor mij een permanente plek die werkt: de hele stad zoals we ‘m voor ons zien gecomprimeerd in één straat.”

Lees meer over de andere oprichters:

Erik Jutten

“Ik denk dat samen het antwoord is op vele maatschappelijke vragen” …

Ana Džokić 

“Op een dag kopen we als wooncoöperatie een pand” …

Erik Jutten

“Ik denk dat samen het antwoord is op vele maatschappelijke vragen”

Alle grote dingen in de wereld zijn ooit in het klein begonnen, ziet Erik Jutten, mede-oprichter van Stad in de Maak. Een functietitel anders dan ‘voorzitter’ heeft hij niet. Liever pakt hij aan. Verbouwen, ontwerpen, organiseren, maar ook: “Er voor mensen zijn en zorgen dat juist de kleine dingen goed geregeld worden, waardoor mensen samen aan iets groters kunnen werken.”

Dat hij gelukkig wordt van met mensen samenleven en daar oplossingen voor bedenken, ontdekte hij in het studentenleven. Op de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten te Den Haag merkte hij dat hij geen rasechte kunstenaar was, liever faciliteerde hij. Zo begon hij een ‘huiskamerhotel’ in zijn woning, waar internationale kunstenaars tijdelijk onderdak vonden.

Later deed hij dit nog eens dunnetjes over in de tuin van het Gemeentemuseum en op Den Haag Sculptuur onder de naam Bureau voor Hedendaags Avontuur. Toen ook andere steden zo’n conceptueel hotel wilden, vond hij het teveel worden. “Ik wilde me helemaal niet op zo’n manier als kunstenaar uithuren. Ik zette het concept in de koelkast, nooit gedacht dat het ooit een basis voor Pension Almonde zou blijken.”

Samen

Het menselijke aspect van Stad in de Maak houdt hem het meest van alles bezig. De theorie laat hij graag over aan de architecten binnen het collectief, maar nadenken over hoe, wat, wie, waar en waarom doet hij graag. Het liefst ook vanuit zijn hart: “Ik denk echt dat samenwonen hét antwoord is op vele grote vragen. Als mensen zich op de juiste manier samenvoegen, kunnen we zoveel voor elkaar betekenen. Communities van mensen die het leven delen, voor elkaar zorgen, samen hun geld verdienen. Daar zie ik toekomst in.” 

Aanjager van oplossingen

Hij zou zo graag de woningmarkt zien veranderen. Van speculatie naar investeren in woningen voor mensen. Hij raakte betrokken bij de oprichting van Stichting VrijCoop voor coöperatief en solidair wonen. Als groepen mensen panden zouden kopen om nooit meer te verkopen, maar altijd te gebruiken voor coöperatief wonen, zouden daar altijd mensen kunnen wonen tegen een betaalbare huur.

Hij wordt al erg blij van wat Stad in de Maak hierin kan betekenen met tijdelijke panden, al richt hij zijn pijlen nu wel echt op een permanente plek. “Als het Stad in de Maak lukt om een plek te vestigen waar mensen permanent kunnen wonen tegen een betaalbare huur, dan wil ik dit concept kopiëren en overal ter wereld delen. Dat zou toch te gek zijn? Weet je wat ik allemaal heb kunnen ontwikkelen door zelf 28 jaar nauwelijks huur te betalen? Ik kon tijd in Stad in de Maak steken bijvoorbeeld. En hoeveel mensen hebben daardoor weer betaalbaar kunnen wonen? Een sneeuwbaleffect.”

Voor hetzelfde geld

Erik was ook de aanjager van de Stokerij, het ‘clubhuis’ van Stad in de Maak aan de Pieter de Raadtstraat, vanuit waar verschillende woongemeenschappen zijn ontstaan. “Ik zag het als een uitdaging om deze panden op te knappen en voor 10 jaar uit de markt te halen en er dingen te doen, onder anderen samen met Marc, Ana, Piet en mijn goede vriend Daan.” 

Het is nu ruim 10 jaar later. “Hoeveel hier al niet is gedaan: zoveel mensen hebben hier gewoond en gewerkt, er zijn seminars gehouden, exposities, studentenuitwisselingen. Voor hetzelfde geld – letterlijk! – had dit 10 jaar dichtgetimmerd kunnen zijn. Het tijdelijk beheer blijkt een waardevolle trainingsperiode te zijn voor onszelf en de groep.”

Het gevolg van het dichttimmeren van woningen had hij daarvoor gezien in Detroit, waar hij enige jaren woonde in kunstenaarsgemeenschap Popps Packing. Maar als een echte optimist zag hij juist ook de andere kant: wat je al niet kan bereiken en betekenen als je samen de handen uit de mouwen steekt.

Vragen van de samenleving

“Ik kwam net uit Detroit waar ik voor het architectenbureau Superuse Studios in 2010 met een groep mensen het Detroit Power House heb gebouwd, een off-the-grid huis om zelfvoorzienend te kunnen leven in een stad die door de overheid aan zijn lot is overgelaten.”

Hij was daar betrokken bij verschillende buurt- en kunstinitiatieven. “Ik ontdekte hoe het daar ging en dat vormde me. Het was dag in, dag uit doen en delen met de mensen die betrokken waren. Overdag keihard werken en ’s avonds kampvuur en community. Ik werd verliefd op de werkwijze en zette me elke dag in voor de groep, die steeds sterker werd.”

Die manier van werken nam hij mee naar Stad in de Maak: “Het gaat voor mij verder dan gezellig samenwonen en programma maken. Met bijvoorbeeld het opvangen van bankslapers in Pension Almonde zag ik Detroit steeds meer terug in Stad in de Maak.”

“Ik voel de vragen van de samenleving, hier net zo goed als in Detroit. Ik zou deze sociale- en huisvestingsvragen nog meer met elkaar willen verweven op een permanente plek. Ik ben bereid om allerlei wegen te bewandelen, politiek en op de woningmarkt, om dit op te zetten. Niet eindeloos denken, zoals in Europa, maar gewoon doen: uit noodzaak.”

List

Daan den Houter

“Ik streef naar een idealistische minimaatschappij” …

Ana Džokić 

“Op een dag kopen we als wooncoöperatie een pand” …

Marc Neelen

“Niet iedereen leeft volgens het stramien van de beleidsmakers” …

Piet Vollaard

“Ik vind win-win situaties in onconventionele oplossingen” …

Ana Džokić 

“Op een dag kopen we als wooncoöperatie een pand”

Al bij haar eerste stappen op de woningmarkt voelde Ana Džokić, mede-oprichter van Stad in de Maak, diep in haar wezen dat er zoveel beter kon. Zowel in Belgrado als in Rotterdam werkt ze samen met haar partner Marc Neelen vanuit hun praktijk STEALTH.unlimited aan oplossingen voor en door mensen zelf. Die zijn anders dan oplossingen vanuit het beleid. “Als je een systeem wilt veranderen, moet je ongelooflijk doorzetten.”

Het is 14 december 2022. Sinds vandaag woont Ana officieel samen met haar werk- en levenspartner Marc Neelen in een sociale huurwoning aan de Banierstraat in Rotterdam. Dat terwijl ze 25 jaar geleden heeft bezworen dat ze nooit meer in een ‘normale’ woning zou gaan wonen. “Het is vers”, concludeert ze.

De nieuwe situatie strookt niet met de ambitie die zij met Stad in de Maak heeft om op een permanente plek een gemeenschappelijke en duurzame wooncoöperatie op te zetten. En even was hun ideaal zo dichtbij. Maar Marc en Ana moesten gedwongen vertrekken van de plek die ze 22 jaar hebben opgebouwd en onderhouden: de Burgemeester Roosstraat. 

Die woning aan de Burgemeester Roosstraat was in zeer slechte staat, toen ze daar introkken, maar al snel werden ze er volleerde klussers. “We goten beton, bouwden er met hulp van onze buurman Erik Jutten een badkamer in en we hebben de ruimte gesplitst in twee niveaus. Het was precies wat we nodig hadden. We woonden er goedkoop, zodat we het ook vol konden houden om afwisselend in mijn geboorteplaats Belgrado én in Rotterdam te wonen en werken.”

De eerste wooncoöperatie van Rotterdam

De bewonersvereniging beheerde het blok voor de gemeente Rotterdam, met de gedachte het op een dag te kunnen kopen. Er was een opstalovereenkomst, waarmee de ruim 20 bewoners met elkaar de panden beheerden. Ze renoveerden en stutten gevels, legden zelfs nieuwe dakpannen. Stap voor stap kwam het idee op om als collectief de panden van de gemeente te kopen. In 2021 maakten ze een ondernemingsplan en gingen in op een pilotprogramma voor nieuwe wooncoöperaties van de gemeente Rotterdam. “We hebben daar echt veel energie in gestoken in de hoop onderdeel te worden van de eerste nieuwe wooncoöperatie van Rotterdam.” 

Natuurlijk zou deze wooncoöperatie worden opgezet volgens de uitgangspunten van Stad in de Maak en VrijCoop: de groep bewoners betaalt dan met een betaalbare huur langzaam het pand af, waarmee het wordt ‘vrijgekocht’ van de speculatieve vastgoedmarkt. Zo blijft het pand eigendom van de coöperatie en wordt het nooit meer verkocht. Toekomstige bewoners betalen dezelfde huur als de eerste bewoners. Daarnaast is een deel van het pand bestempeld als commons, gemeenschappelijke ruimte waar bewoners samen voorzieningen mogelijk maken. Denk aan een gemeenschappelijke keuken, gastenverblijf, wasruimte, workshopruimte et cetera. 

Dichtgetimmerde ramen

Zo liep het niet. “De pilot voor een wooncoöp klapte, want die bleek door onwil en onkundigheid bij de gemeente niet rond te rekenen.” Gisterenavond leverden ze de sleutel in. “Meteen na ons vertrek werden de ramen dichtgetimmerd. Nu zitten we hier en gaan we op zoek naar de volgende mogelijkheid. We are not easy to stop. Wij hebben de drive om door te zetten om zowel hier als in Belgrado wooncoöperaties van de grond te krijgen.”

“Maar met dit tempo zou je nog gaan geloven dat onze wooncoöperatie er pas is tegen de tijd dat we met pensioen zijn.” In de tussentijd werkt ze aan andere pioniersprojecten. Altijd is er een belang voor het collectief.  Zo zijn er de woon- en energiecoöperaties in Belgrado, die ze samen met Marc en anderen oprichtte. Ze is ook een van de aanjagers van MOBA, een Europese coöperatieve vennootschap  die met haar revolving fund pioniersprojecten wil financieren in Centraal en Zuidoost Europa. “Eindelijk een fonds dat wél geld kan lenen aan groepen mensen om wooncoöperaties te starten.” 

Het liefst werkt ze in het speelveld van verschillende vakgebieden zoals kunst, architectuur, planologie, antropologie. Toch blijft de menselijke kant van de architectuur de basis. Al op haar 14ee wist Ana al dat ze deze kant op wilde. Na haar studie architectuur in Belgrado studeerde ze in Amsterdam aan het Berlage Instituut en deed een PhD in Stockholm. “Inmiddels weet ik even niet zo goed meer wat mijn vak precies is, maar dat vind ik niet slecht. We doen op het moment minder onderzoek en zijn meer initiatieven aan het opzetten. Echt ontwikkelaars zijn we ook nog niet, maar dat komt hopelijk als de wooncoöperatie er straks is”, glimlacht ze. 

Het systeem openbreken

Wat daar dan nog voor nodig is, is een vraag die leidt tot onmacht. “Het is frustrerend, omdat het er al lang had moeten zijn! We hebben genoeg plannen gemaakt, gerekend, onderzocht en ontworpen om te weten dat het kan. In Rotterdam zijn vier pilotprojecten met de gemeente rond wooncoöps mislukt. Zo moeilijk is het niet en de mensen waren er, de energie was er. Mijn gevoel is dat de beleidsmakers het niet willen.”

Ze geeft een voorbeeld. “Omdat wij een van de Rotterdamse pilotprojecten zouden worden, kregen we verplicht een cursus hoe je als groep een ondernemingsplan kunt maken. Iets wat we al tig keer hebben gedaan. Er werden tegelijkertijd door de gemeente voorwaarden voor dit ondernemingsplan geschetst die onmogelijk waren om aan te voldoen, dat hadden we zelf al snel vastgesteld. Terwijl we notabene zelf door Europa cursussen over wooncoöperaties geven, wilde niemand van de gemeente iets van onze kennis of ervaringen weten.”

Omdat ze gelooft dat het kan en weet welke de voordelen een wooncoöperatie biedt, gaat ze door, samen met de anderen. Nog steeds is ze geïnspireerd door het kraakpand aan de Zwaanshals in Rotterdam waar ze ooit met Marc woonde. Het zaadje voor collectief ontwikkelen werd daar geplant. “Er was daar een buurtmaaltijd, er werden concerten en tentoonstellingen gegeven en er was zelfs een kleine kinderopvang. De hele wijk kwam er. Toch besloot de gemeente het te slopen om vervolgens elders in de wijk opnieuw een buurthuis te beginnen, maar dan vanuit de instituties. Dat terwijl alles er al was. Ik voelde toen zo’n drive om tegengas te geven. Tot op de dag van vandaag is dat mijn brandstof.”

“Als het lukt, dan breken we een vastgelopen systeem open en dan komt er weer meer ruimte voor andere mogelijkheden om te wonen. Ik doe dit niet alleen voor onszelf, maar ook voor starters die nu geen woning kunnen betalen, voor mensen die iets anders willen dan zich conformeren aan de macht van het geld, mensen die een leefstijl hebben die uniek is, of die niet passen binnen de hokjes van gangbaarheid.”

Lees meer over de andere aanstekers:

Daan den Houter

“Ik streef naar een idealistische minimaatschappij” …

Erik Jutten

“Ik denk dat samen het antwoord is op vele maatschappelijke vragen” …

Marc Neelen

“Niet iedereen leeft volgens het stramien van de beleidsmakers” …

Piet Vollaard

“Ik vind win-win situaties in onconventionele oplossingen” …

Vlaardinger Meent, een jaar later

Een weelderige groene binnentuin met daaromheen huizen, die een antwoord bieden op de kieren die de huidige woningmarkt blootlegt. Een jaar na oprichting heeft de Stad in de Maak-enclave in Vlaardingen een naam: de Vlaardinger Meent / Vlaardingen Commons. De eerste commons (gedeelde ruimten en voorzieningen) zijn er, de community is verdubbeld. Een update van dit levende onderzoek naar nieuwe manieren van wonen en samenleven.


In de woonkamer van de Cornelis Houtmanstraat 22 liggen houtsnippers op de grond, met een pad ertussendoor. Tegen de wanden staan boekenkasten met boeken over uiteenlopende onderwerpen. Van fermenteren tot de geschiedenis van Oost-Europa, en ook boeketreeksromans. Twee luie fauteuils. En dan is daar opeens de herkenbare stijl van de stadsnomaden van Stad in de Maak, met dank aan Studio C.A.R.E., die van de gemeenschappelijke woonkamer van het nieuwste project in Vlaardingen een herberg maakte.

Herberggevoel

De ruimtes zijn hostel-style ingericht. Na de lobby c.q. leeskamer staat er in het volgende vertrek – uiteraard zijn de deuren er overal uitgehaald – een eettafel met allerlei verschillende stoelen. Een keuken vol tweede tot en met tiende kans kookgerei en lockers maken het herberggevoel helemaal af.

Nu de logés nog. Boven zijn er een tiental slaapkamers, bedoeld voor kortdurend verblijf in de herberg. Er heeft echter nog niemand kunnen slapen. “De dag voor de opening stond de bouwinspectie van de gemeente voor de deur”, vertelt Daan den Houter, die zich naast zijn kunstenaarschap opwerpt als waard van de meent. “Omdat er een muur is doorgebroken, kan de veiligheid niet gegarandeerd worden en mag er niemand slapen.”

Een domper voor het herbergmodel. En tegenslag komt vaak niet alleen. “Eén van de bewoners ging trouwen. Er was een feestje dat tot 22.00 uur zou duren. De muziek was al uit, maar om 22.30 uur stond de politie voor de deur vanwege een klacht van de benedenbewoners.”

Het zijn waardevolle lessen in het onderzoek naar samenleven en het ‘op maat maken van de stad’, waar de Vlaardinger Meent voor is opgericht. Ook in deze straten beslissen en beheren de bewoners het geheel sociocratisch. “We leren hier opnieuw wat het is als uiteenlopende mensen samenleven. De meeste problemen worden al opgelost door naar elkaar te luisteren”, concludeert hij. “En de schuttingen eruit halen, dat helpt ook al een heleboel.”


Groei en inkomsten

De Vlaardinger Meent, zoals de bewoners de twee straten na bijna een jaar lang sociocratisch overleg doopten, begint vaste vormen te krijgen. Inmiddels zijn er 70 woningen in beheer bij Stad in de Maak, waarvan een deel bestaat uit gemeenschappelijke voorzieningen en opslag. Zo’n 55 huizen worden door één of meer bewoners bewoond.

De huurinkomsten (300,=/mnd/woning) worden gesplitst in drie potjes: een derde gaat naar Algemene Kosten en Onderzoek & Ontwikkeling van Stad in de Maak, daarvan wordt, naast een potje overhead, onder meer sociaalgeografisch onderzoek naar heden en verleden de wijk van betaald; een derde naar het beheer van de straat, daar worden – naast de reguliere onderhoudskosten van de woningen – voorzieningen zoals de herberg en de tuininrichting van betaald; en het overige deel vloeit terug in de community voor gemeenschappelijke wensen en projecten. Ook de andere projecten van Stad in de Maak hebben een dergelijke budgetverdeling, terwijl bovendien circa een kwart van de beschikbare woningen wordt vrijgemaakt voor algemeen gebruik en gedeelde voorzieningen.


Commons

Denk bijvoorbeeld aan de tuin, waar nu een kas wordt gebouwd. Ook is er – net als in het eerdere grote project Pension Almonde in Rotterdam – een ruimte bestemd als sauna. In de gemeenschappelijke werkplaats kan iedereen gereedschap lenen en met machines werken. Verder is er weer een Wasbuur, een blank space, een ruil kledingkast en twee gemeenschappelijke woonkamers.

“We hebben veel oogst uit de tuin en daar zijn mensen erg enthousiast over”, vertelt bewoonster Laura, die veel in de tuin doet. “We hebben bijvoorbeeld pesto uitgedeeld aan iedereen.” Bewoonster Romy gebruikt veel van de common spaces. “Het is fijn om met een groepje mensen in de ruimte bij de buitenkeuken te zitten. De keuken in het hostel gebruiken we nu voor de soepavonden. Vorige week vierden de San Juan in de tuin. Dat was een initiatief van mijn half Spaanse buurvrouw. Je ziet dat er steeds meer mensen zijn die iets oppakken of organiseren.”

Nu het hostel niet beslapen kan worden, broeden de bewoners op nieuwe ideeën. “Het was een teleurstelling dat dit idee in duigen viel, maar we denken wel gelijk aan wat we nog wél allemaal kunnen met deze ruimtes. Je ziet dat mensen gelijk kijken wat er nodig is voor de community en met nieuwe ideeën komen” vertelt Romy. Laura: “We willen er een geluidsdichte ruimte maken, zodat muzikanten er kunnen opnemen en er wél kleine feestjes gehouden kunnen worden.”

“Al blijft het wel de vraag hoe je een community goed organiseert”, zegt Romy. “Er integreren mensen, er gaan mensen weg. Er zijn taken die populair zijn en ook vaak vacatures, die niet altijd ingevuld worden.” De buitenkeuken bijvoorbeeld, die initieel het hart van de straat zou moeten zijn, ligt er verlaten en een tikkeltje verloederd bij. “Zo zie je dat je dingen soms kunt bedenken, maar dat de praktijk vaak anders loopt. Daar leren we van.”


Verdubbeling van het aantal bewoners

De community groeide vorig jaar gestaag woning na woning, tot er ongeveer een groep van 25 moderne stadsnomaden woonde. Zij legden contacten in de straat. Met elkaar, maar ook met de zittende bewoners die met een tijdelijk contract van woningcorporatie De Samenwerking in de overige huizen in de straat woonden.

Toen zij vorig jaar het bericht kregen dat ze eruit moesten, ontstond het contact met Stad in de Maak. Daan: “Waarom zou je een nieuwe woning zoeken, als je weet dat er in jouw straat een andere partij is die ook tijdelijk woningen verhuurt? Wilden wij er opeens 30 mensen bij die anders op straat zouden komen te staan? Het was niet echt een vraag. Voor ons was het raar om ze eruit te knikkeren, als partij die de woningmarkt toegankelijker wil maken voor mensen tussen wal en schip, zoals deze mensen.”


‘Je schutting gaat eruit’

Dus werden de oude bewoners van de straat ingelijfd in de Vlaardinger Meent. Er was 1 voorwaarde: je schutting gaat eruit en je draagt bij aan de community. Ook werden de nieuwe, oude bewoners onderdeel van de sociocratie. Opeens moesten de bijeenkomsten die vanwege het internationale gezelschap van Stadsnomaden altijd in het Engels waren, in het Nederlands vertaald worden.

Daan: “De behoeften blijken wel verschillend. Grof gezegd: het ene deel wil het liefst alleen zelf verbouwd voedsel eten en leeft zo duurzaam mogelijk. Dan is het even wennen als je buurman met een frituurpannetje bitterballen en een krat bier in de binnentuin zit.”

Het was wel even spannend, vond Romy. “Er hing wel wat onrust in de lucht. Daarom hebben we als Housing & Residence Circle iedereen persoonlijk benaderd. We stelden onszelf voor en vertelden dat we het samen moesten doen. Jij hoort er ook bij. Na een tijdje ebde de spanning weer weg en zaten mensen meer in hun comfortzone. Vorige week hadden we een meeting met Stad in de Maak en je zag dat mensen die eerst zeker niet zouden komen, er nu toch waren.”

Een blijvend symbool voor stadsnomaden

Wat schuurt tegen conventies kan nou net een broedplaats zijn. “Uiteindelijk onderzoeken we met dit project hoe je je leefomgeving geschikt maakt voor het leven buiten de gebaande paden. Hoe je samenwoont, werkt, leeft en hoe een woning een multifunctionele bron is die je leven verrijkt.”, concludeert Daan. “Wij willen het concept wonen aanpassen naar een nieuwe manier van leven die past bij de behoefte van de stadsnomade.”  Het idee is om vanuit dit onderzoek met de Vlaardinger Meent iets blijvends achter te laten in de wijk, nadat we hier weer zijn vertrokken. “Dat kan een logeerhuis zijn, of slechts een straatnaambordje dat herinnert aan wat hier ooit was, maar ook veel meer.”