Ana Džokić 

“Op een dag kopen we als wooncoöperatie een pand”

Al bij haar eerste stappen op de woningmarkt voelde Ana Džokić, mede-oprichter van Stad in de Maak, diep in haar wezen dat er zoveel beter kon. Zowel in Belgrado als in Rotterdam werkt ze samen met haar partner Marc Neelen vanuit hun praktijk STEALTH.unlimited aan oplossingen voor en door mensen zelf. Die zijn anders dan oplossingen vanuit het beleid. “Als je een systeem wilt veranderen, moet je ongelooflijk doorzetten.”

Het is 14 december 2022. Sinds vandaag woont Ana officieel samen met haar werk- en levenspartner Marc Neelen in een sociale huurwoning aan de Banierstraat in Rotterdam. Dat terwijl ze 25 jaar geleden heeft bezworen dat ze nooit meer in een ‘normale’ woning zou gaan wonen. “Het is vers”, concludeert ze.

De nieuwe situatie strookt niet met de ambitie die zij met Stad in de Maak heeft om op een permanente plek een gemeenschappelijke en duurzame wooncoöperatie op te zetten. En even was hun ideaal zo dichtbij. Maar Marc en Ana moesten gedwongen vertrekken van de plek die ze 22 jaar hebben opgebouwd en onderhouden: de Burgemeester Roosstraat. 

Die woning aan de Burgemeester Roosstraat was in zeer slechte staat, toen ze daar introkken, maar al snel werden ze er volleerde klussers. “We goten beton, bouwden er met hulp van onze buurman Erik Jutten een badkamer in en we hebben de ruimte gesplitst in twee niveaus. Het was precies wat we nodig hadden. We woonden er goedkoop, zodat we het ook vol konden houden om afwisselend in mijn geboorteplaats Belgrado én in Rotterdam te wonen en werken.”

De eerste wooncoöperatie van Rotterdam

De bewonersvereniging beheerde het blok voor de gemeente Rotterdam, met de gedachte het op een dag te kunnen kopen. Er was een opstalovereenkomst, waarmee de ruim 20 bewoners met elkaar de panden beheerden. Ze renoveerden en stutten gevels, legden zelfs nieuwe dakpannen. Stap voor stap kwam het idee op om als collectief de panden van de gemeente te kopen. In 2021 maakten ze een ondernemingsplan en gingen in op een pilotprogramma voor nieuwe wooncoöperaties van de gemeente Rotterdam. “We hebben daar echt veel energie in gestoken in de hoop onderdeel te worden van de eerste nieuwe wooncoöperatie van Rotterdam.” 

Natuurlijk zou deze wooncoöperatie worden opgezet volgens de uitgangspunten van Stad in de Maak en VrijCoop: de groep bewoners betaalt dan met een betaalbare huur langzaam het pand af, waarmee het wordt ‘vrijgekocht’ van de speculatieve vastgoedmarkt. Zo blijft het pand eigendom van de coöperatie en wordt het nooit meer verkocht. Toekomstige bewoners betalen dezelfde huur als de eerste bewoners. Daarnaast is een deel van het pand bestempeld als commons, gemeenschappelijke ruimte waar bewoners samen voorzieningen mogelijk maken. Denk aan een gemeenschappelijke keuken, gastenverblijf, wasruimte, workshopruimte et cetera. 

Dichtgetimmerde ramen

Zo liep het niet. “De pilot voor een wooncoöp klapte, want die bleek door onwil en onkundigheid bij de gemeente niet rond te rekenen.” Gisterenavond leverden ze de sleutel in. “Meteen na ons vertrek werden de ramen dichtgetimmerd. Nu zitten we hier en gaan we op zoek naar de volgende mogelijkheid. We are not easy to stop. Wij hebben de drive om door te zetten om zowel hier als in Belgrado wooncoöperaties van de grond te krijgen.”

“Maar met dit tempo zou je nog gaan geloven dat onze wooncoöperatie er pas is tegen de tijd dat we met pensioen zijn.” In de tussentijd werkt ze aan andere pioniersprojecten. Altijd is er een belang voor het collectief.  Zo zijn er de woon- en energiecoöperaties in Belgrado, die ze samen met Marc en anderen oprichtte. Ze is ook een van de aanjagers van MOBA, een Europese coöperatieve vennootschap  die met haar revolving fund pioniersprojecten wil financieren in Centraal en Zuidoost Europa. “Eindelijk een fonds dat wél geld kan lenen aan groepen mensen om wooncoöperaties te starten.” 

Het liefst werkt ze in het speelveld van verschillende vakgebieden zoals kunst, architectuur, planologie, antropologie. Toch blijft de menselijke kant van de architectuur de basis. Al op haar 14ee wist Ana al dat ze deze kant op wilde. Na haar studie architectuur in Belgrado studeerde ze in Amsterdam aan het Berlage Instituut en deed een PhD in Stockholm. “Inmiddels weet ik even niet zo goed meer wat mijn vak precies is, maar dat vind ik niet slecht. We doen op het moment minder onderzoek en zijn meer initiatieven aan het opzetten. Echt ontwikkelaars zijn we ook nog niet, maar dat komt hopelijk als de wooncoöperatie er straks is”, glimlacht ze. 

Het systeem openbreken

Wat daar dan nog voor nodig is, is een vraag die leidt tot onmacht. “Het is frustrerend, omdat het er al lang had moeten zijn! We hebben genoeg plannen gemaakt, gerekend, onderzocht en ontworpen om te weten dat het kan. In Rotterdam zijn vier pilotprojecten met de gemeente rond wooncoöps mislukt. Zo moeilijk is het niet en de mensen waren er, de energie was er. Mijn gevoel is dat de beleidsmakers het niet willen.”

Ze geeft een voorbeeld. “Omdat wij een van de Rotterdamse pilotprojecten zouden worden, kregen we verplicht een cursus hoe je als groep een ondernemingsplan kunt maken. Iets wat we al tig keer hebben gedaan. Er werden tegelijkertijd door de gemeente voorwaarden voor dit ondernemingsplan geschetst die onmogelijk waren om aan te voldoen, dat hadden we zelf al snel vastgesteld. Terwijl we notabene zelf door Europa cursussen over wooncoöperaties geven, wilde niemand van de gemeente iets van onze kennis of ervaringen weten.”

Omdat ze gelooft dat het kan en weet welke de voordelen een wooncoöperatie biedt, gaat ze door, samen met de anderen. Nog steeds is ze geïnspireerd door het kraakpand aan de Zwaanshals in Rotterdam waar ze ooit met Marc woonde. Het zaadje voor collectief ontwikkelen werd daar geplant. “Er was daar een buurtmaaltijd, er werden concerten en tentoonstellingen gegeven en er was zelfs een kleine kinderopvang. De hele wijk kwam er. Toch besloot de gemeente het te slopen om vervolgens elders in de wijk opnieuw een buurthuis te beginnen, maar dan vanuit de instituties. Dat terwijl alles er al was. Ik voelde toen zo’n drive om tegengas te geven. Tot op de dag van vandaag is dat mijn brandstof.”

“Als het lukt, dan breken we een vastgelopen systeem open en dan komt er weer meer ruimte voor andere mogelijkheden om te wonen. Ik doe dit niet alleen voor onszelf, maar ook voor starters die nu geen woning kunnen betalen, voor mensen die iets anders willen dan zich conformeren aan de macht van het geld, mensen die een leefstijl hebben die uniek is, of die niet passen binnen de hokjes van gangbaarheid.”

Lees meer over de andere aanstekers:

Daan den Houter

“Ik streef naar een idealistische minimaatschappij” …

Erik Jutten

“Ik denk dat samen het antwoord is op vele maatschappelijke vragen” …

Marc Neelen

“Niet iedereen leeft volgens het stramien van de beleidsmakers” …

Piet Vollaard

“Ik vind win-win situaties in onconventionele oplossingen” …

Vlaardinger Meent, een jaar later

Een weelderige groene binnentuin met daaromheen huizen, die een antwoord bieden op de kieren die de huidige woningmarkt blootlegt. Een jaar na oprichting heeft de Stad in de Maak-enclave in Vlaardingen een naam: de Vlaardinger Meent / Vlaardingen Commons. De eerste commons (gedeelde ruimten en voorzieningen) zijn er, de community is verdubbeld. Een update van dit levende onderzoek naar nieuwe manieren van wonen en samenleven.


In de woonkamer van de Cornelis Houtmanstraat 22 liggen houtsnippers op de grond, met een pad ertussendoor. Tegen de wanden staan boekenkasten met boeken over uiteenlopende onderwerpen. Van fermenteren tot de geschiedenis van Oost-Europa, en ook boeketreeksromans. Twee luie fauteuils. En dan is daar opeens de herkenbare stijl van de stadsnomaden van Stad in de Maak, met dank aan Studio C.A.R.E., die van de gemeenschappelijke woonkamer van het nieuwste project in Vlaardingen een herberg maakte.

Herberggevoel

De ruimtes zijn hostel-style ingericht. Na de lobby c.q. leeskamer staat er in het volgende vertrek – uiteraard zijn de deuren er overal uitgehaald – een eettafel met allerlei verschillende stoelen. Een keuken vol tweede tot en met tiende kans kookgerei en lockers maken het herberggevoel helemaal af.

Nu de logés nog. Boven zijn er een tiental slaapkamers, bedoeld voor kortdurend verblijf in de herberg. Er heeft echter nog niemand kunnen slapen. “De dag voor de opening stond de bouwinspectie van de gemeente voor de deur”, vertelt Daan den Houter, die zich naast zijn kunstenaarschap opwerpt als waard van de meent. “Omdat er een muur is doorgebroken, kan de veiligheid niet gegarandeerd worden en mag er niemand slapen.”

Een domper voor het herbergmodel. En tegenslag komt vaak niet alleen. “Eén van de bewoners ging trouwen. Er was een feestje dat tot 22.00 uur zou duren. De muziek was al uit, maar om 22.30 uur stond de politie voor de deur vanwege een klacht van de benedenbewoners.”

Het zijn waardevolle lessen in het onderzoek naar samenleven en het ‘op maat maken van de stad’, waar de Vlaardinger Meent voor is opgericht. Ook in deze straten beslissen en beheren de bewoners het geheel sociocratisch. “We leren hier opnieuw wat het is als uiteenlopende mensen samenleven. De meeste problemen worden al opgelost door naar elkaar te luisteren”, concludeert hij. “En de schuttingen eruit halen, dat helpt ook al een heleboel.”


Groei en inkomsten

De Vlaardinger Meent, zoals de bewoners de twee straten na bijna een jaar lang sociocratisch overleg doopten, begint vaste vormen te krijgen. Inmiddels zijn er 70 woningen in beheer bij Stad in de Maak, waarvan een deel bestaat uit gemeenschappelijke voorzieningen en opslag. Zo’n 55 huizen worden door één of meer bewoners bewoond.

De huurinkomsten (300,=/mnd/woning) worden gesplitst in drie potjes: een derde gaat naar Algemene Kosten en Onderzoek & Ontwikkeling van Stad in de Maak, daarvan wordt, naast een potje overhead, onder meer sociaalgeografisch onderzoek naar heden en verleden de wijk van betaald; een derde naar het beheer van de straat, daar worden – naast de reguliere onderhoudskosten van de woningen – voorzieningen zoals de herberg en de tuininrichting van betaald; en het overige deel vloeit terug in de community voor gemeenschappelijke wensen en projecten. Ook de andere projecten van Stad in de Maak hebben een dergelijke budgetverdeling, terwijl bovendien circa een kwart van de beschikbare woningen wordt vrijgemaakt voor algemeen gebruik en gedeelde voorzieningen.


Commons

Denk bijvoorbeeld aan de tuin, waar nu een kas wordt gebouwd. Ook is er – net als in het eerdere grote project Pension Almonde in Rotterdam – een ruimte bestemd als sauna. In de gemeenschappelijke werkplaats kan iedereen gereedschap lenen en met machines werken. Verder is er weer een Wasbuur, een blank space, een ruil kledingkast en twee gemeenschappelijke woonkamers.

“We hebben veel oogst uit de tuin en daar zijn mensen erg enthousiast over”, vertelt bewoonster Laura, die veel in de tuin doet. “We hebben bijvoorbeeld pesto uitgedeeld aan iedereen.” Bewoonster Romy gebruikt veel van de common spaces. “Het is fijn om met een groepje mensen in de ruimte bij de buitenkeuken te zitten. De keuken in het hostel gebruiken we nu voor de soepavonden. Vorige week vierden de San Juan in de tuin. Dat was een initiatief van mijn half Spaanse buurvrouw. Je ziet dat er steeds meer mensen zijn die iets oppakken of organiseren.”

Nu het hostel niet beslapen kan worden, broeden de bewoners op nieuwe ideeën. “Het was een teleurstelling dat dit idee in duigen viel, maar we denken wel gelijk aan wat we nog wél allemaal kunnen met deze ruimtes. Je ziet dat mensen gelijk kijken wat er nodig is voor de community en met nieuwe ideeën komen” vertelt Romy. Laura: “We willen er een geluidsdichte ruimte maken, zodat muzikanten er kunnen opnemen en er wél kleine feestjes gehouden kunnen worden.”

“Al blijft het wel de vraag hoe je een community goed organiseert”, zegt Romy. “Er integreren mensen, er gaan mensen weg. Er zijn taken die populair zijn en ook vaak vacatures, die niet altijd ingevuld worden.” De buitenkeuken bijvoorbeeld, die initieel het hart van de straat zou moeten zijn, ligt er verlaten en een tikkeltje verloederd bij. “Zo zie je dat je dingen soms kunt bedenken, maar dat de praktijk vaak anders loopt. Daar leren we van.”


Verdubbeling van het aantal bewoners

De community groeide vorig jaar gestaag woning na woning, tot er ongeveer een groep van 25 moderne stadsnomaden woonde. Zij legden contacten in de straat. Met elkaar, maar ook met de zittende bewoners die met een tijdelijk contract van woningcorporatie De Samenwerking in de overige huizen in de straat woonden.

Toen zij vorig jaar het bericht kregen dat ze eruit moesten, ontstond het contact met Stad in de Maak. Daan: “Waarom zou je een nieuwe woning zoeken, als je weet dat er in jouw straat een andere partij is die ook tijdelijk woningen verhuurt? Wilden wij er opeens 30 mensen bij die anders op straat zouden komen te staan? Het was niet echt een vraag. Voor ons was het raar om ze eruit te knikkeren, als partij die de woningmarkt toegankelijker wil maken voor mensen tussen wal en schip, zoals deze mensen.”


‘Je schutting gaat eruit’

Dus werden de oude bewoners van de straat ingelijfd in de Vlaardinger Meent. Er was 1 voorwaarde: je schutting gaat eruit en je draagt bij aan de community. Ook werden de nieuwe, oude bewoners onderdeel van de sociocratie. Opeens moesten de bijeenkomsten die vanwege het internationale gezelschap van Stadsnomaden altijd in het Engels waren, in het Nederlands vertaald worden.

Daan: “De behoeften blijken wel verschillend. Grof gezegd: het ene deel wil het liefst alleen zelf verbouwd voedsel eten en leeft zo duurzaam mogelijk. Dan is het even wennen als je buurman met een frituurpannetje bitterballen en een krat bier in de binnentuin zit.”

Het was wel even spannend, vond Romy. “Er hing wel wat onrust in de lucht. Daarom hebben we als Housing & Residence Circle iedereen persoonlijk benaderd. We stelden onszelf voor en vertelden dat we het samen moesten doen. Jij hoort er ook bij. Na een tijdje ebde de spanning weer weg en zaten mensen meer in hun comfortzone. Vorige week hadden we een meeting met Stad in de Maak en je zag dat mensen die eerst zeker niet zouden komen, er nu toch waren.”

Een blijvend symbool voor stadsnomaden

Wat schuurt tegen conventies kan nou net een broedplaats zijn. “Uiteindelijk onderzoeken we met dit project hoe je je leefomgeving geschikt maakt voor het leven buiten de gebaande paden. Hoe je samenwoont, werkt, leeft en hoe een woning een multifunctionele bron is die je leven verrijkt.”, concludeert Daan. “Wij willen het concept wonen aanpassen naar een nieuwe manier van leven die past bij de behoefte van de stadsnomade.”  Het idee is om vanuit dit onderzoek met de Vlaardinger Meent iets blijvends achter te laten in de wijk, nadat we hier weer zijn vertrokken. “Dat kan een logeerhuis zijn, of slechts een straatnaambordje dat herinnert aan wat hier ooit was, maar ook veel meer.”

Marc Neelen

“Niet iedereen leeft volgens het stramien van de beleidsmakers”

Marc Neelen (52) heeft geen interesse in een standaard woning, een doorsnee carrièrepad, of een gangbare wetenschappelijke blik. In de chaos van het einde van de Joegoslavische burgeroorlog zag hij de impact van alternatieve systemen op de stad: veerkracht. Dat inspireert hem in zijn eigen architectuur- en onderzoekspraktijk STEALTH.unlimited, waarmee hij samen met zijn partner Ana mede-grondlegger van Stad in de Maak is.

Misschien is het wel de laatste keer dat Marc Neelen (52) zijn huis aan de Burgemeester Roosstraat in Rotterdam laat zien. Toen hij uit Belgrado kwam, waar hij de helft van de tijd woont, lag er een brief van de gemeente op de mat. Hij wist al wat erin stond. Deze woning moet door haar bewoners leeg opgeleverd worden, zodat de gemeente het blok kan verkopen aan een projectontwikkelaar.

Het is het einde van de opstalovereenkomst, waarmee Marc, Ana en Erik, alle drie betrokken bij Stad in de Maak, samen met paar tientallen andere bewoners dit blok beheerden. Lastig, niet in de eerste plaats voor zijn deeltijdbewonerschap van Rotterdam. Samen met Ana Džokić leeft hij al sinds eind jaren ’90 de helft van de tijd in Rotterdam en de andere helft in Belgrado. Dat moet toch kunnen, vindt hij. “Niet iedereen leeft volgens het stramien van de beleidsmakers.”

Foto: Frank Hanswijk

Ook de inrichting van hun woning is niet conventioneel. Midden in de kamer, achter het keukenblok, zweeft een bed. Hierdoor is de ruimte verdeeld in 3 compartimenten, Ten eerste het souterrain met een ouderwetse kachel, waar hij zelf de betonvloer goot. -“Een ruildealtje uit een klus van Erik”, lacht hij. – Dan is er het slaapgedeelte waar je met een houten opstapje naartoe kunt. Tenslotte is er de woonkeuken, waar hij uit een blik nog net genoeg koffie haalt om een percolator mee te vullen. “Ik kom net terug uit Belgrado”, verontschuldigt hij zich.

Toen hij architectuur studeerde in Delft, ontmoette hij zijn partner Ana. Zij woonde in Belgrado en ze besloten al snel tussen hun beider woonplekken heen-en-weer te pendelen, terwijl ze samen probeerden te ontdekken wat de toekomst zou kunnen brengen. “Wij hadden geen interesse in een standaard carrièrepad. We vonden de planningsmachine waar je als student op voorgesorteerd werd niet innovatief. Het internet was in opkomst en wij experimenteerden met een combinatie van cultuur en architectuur rondom deze nieuwe technologische ontwikkelingen.”

Out of control

“Ondertussen was onze belangstelling voor de informele stadsontwikkeling in Belgrado gewekt. De burgeroorlog was grotendeels voorbij, maar had het land in totaal uit de rails laten lopen. De instituties lieten het afweten, je zag dat mensen daarom zelf maar dingen gingen uitproberen. Vanwege sancties was er in de winkels vrijwel niets te krijgen. Als je bijvoorbeeld deo of wc-papier nodig had, moest je dat ergens uit een kofferbak kopen. Benzine werd in colaflessen aan de rand van de stoep verkocht. Alles leek op z’n kop te staan, maar op de één of andere manier toch draaiend te blijven. Opvallend.

We raakten in die tijd geïnspireerd door het boek ‘Out of control’ van Kevin Kelly over de principes van ecosystemen en ontdekten hoe je dat terugvindt in de stad. Aan de randen van deze systemen gebeuren de interessante en innovatieve dingen. Dat zag je precies zo terug in Belgrado. In reguliere tijden missen we zulke dynamieken en hun waarde voor de stad, hun vernieuwende bijdrage.” 

Het was het begin van hun praktijk; het opzetten en onderzoeken van innovatieve initiatieven. “We gebruiken het begrip politics of space: het terugbrengen van essentiële resources bij de mensen in de vorm van commons en coöps en andere toekomstbestendige vormen om je te organiseren.” Momenteel werken Marc en Ana bijvoorbeeld aan een energiecoöperatie, een Europese wooncoöperatie en een investeringsfonds om zulk soort coöperaties mogelijk te maken. 

Andere tijden

“In die begintijd leerden we de anderen van Stad in de Maak kennen. Piet was hoofdredacteur van het verse architectuurplatform Archined, waar ik ook voor ging schrijven. Erik werd onze buurman in de Burgemeester Roosstraat, toen we daar terecht kwamen en dat wooncollectief net van start ging. Overal zat vaart in. Hele andere tijden.”

In 2008 kwam alles bij elkaar op de Architectuur Biënnale Venetië. “Met onder andere Erik en Piet vormden we een team voor de invulling van het Nederlandse paviljoen. “We hebben toen intensief samengewerkt, en uiteindelijk een week lang in Venetië gebouwd, een programma georganiseerd, gegeten en vooral ook heel veel ideeën uitgewisseld. Aan het eind van die week ging Lehman Brothers in de VS onderuit en brak internationaal de financiële crisis uit. De mogelijkheid van zo’n scenario hadden we natuurlijk vooraf al wel besproken, al hadden we niet verwacht dat het precies op dát moment zou losbarsten. Wij vonden dat we iets konden met onze gezamenlijke ervaringen in zo’n tijd dat de systemen klappen.”

“Erik kwam net uit Detroit, waar hij diep geraakt was door de gevolgen van leegstand voor een gemeenschap. Piet schreef een stuk over een weerbaar toekomstperspectief voor jonge architecten. Wij hadden na jaren in het cultuur- en biënnalecircuit allemaal behoefte om terug te gaan naar de basis. Lokaal werken en iets daadwerkelijk opbouwen, niet alleen een tentoonstelling of debat. Toen Erik niet lang daarna op de proppen kwam met twee weespanden op de Pieter de Raadtstraat wisten we allemaal dat we daar iets mee wilden.”

Alternatief ecosysteem

“We hadden geen idee waar we aan begonnen, maar we vonden het met z’n allen spannend om deze panden 10 jaar overeind te gaan houden. We wisten toen nog niet dat er nog meer panden zouden komen. Later zelfs hele straten. Het is super dat we vanuit deze panden met deze groep mensen van verschillende achtergronden en generaties zelf een alternatief ecosysteem gevormd hebben. Er is een gemeenschap ontstaan die veel verder gaat dan we dachten.”

“Bestendigheid is voor mij het allerbelangrijkst. En dat is niet het klakkeloos luisteren naar het aanbod op de markt. Het maakt me kwaad dat er destructieve leefstijlen zijn die aan hele groepen worden opgedrongen, zoals met het concept ‘wooncarrière’- ga toch weg! Er zijn manieren om in de stad, om op deze planeet te leven, zonder die leeg te plunderen, zonder de toekomst te verzieken. Daar zijn communities voor nodig.”

Toekomstbeeld

Het evenwicht tussen kwetsbaarheid en robuustheid is broos. Met ons werk scheppen we een groter perspectief en bouwen we toe naar een duurzaam gemeenschappelijk samenleven. Ik weet niet of dat toekomstbeeld een droom is of juist een eindeloos uithoudingsgevecht, waarin het voor je overlevingskans belangrijk is dat je elkaar bijstaat. Ik denk eigenlijk vooral dat laatste.”

Lees meer over de andere aanstekers:

Daan den Houter

“Ik streef naar een idealistische minimaatschappij” …

Erik Jutten

“Ik denk dat samen het antwoord is op vele maatschappelijke vragen” …

Ana Džokić 

“Op een dag kopen we als wooncoöperatie een pand” …

Piet Vollaard

“Ik vind win-win situaties in onconventionele oplossingen” …

Piet Vollaard

“Ik vind win-win situaties in onconventionele oplossingen”

Piet Vollaard kijkt anders naar systemen dan de gemiddelde ambtenaar, adviseur of vastgoedontwikkelaar. Systemen zijn er niet om aan te conformeren, vindt hij. Liever breekt hij ze open en verruilt hij logisch gevonden onlogische oplossingen voor win-win situaties. Als mede-oprichter van Stad in de Maak zorgt hij “altijd samen met anderen, hoor” voor onconventionele woonoplossingen. 

Dat is zijn grootste doel met Stad in de Maak, maar ook binnen zijn werk als schrijver en mede-oprichter van De Natuurlijke Stad is hij bezig met natuurlijke en sociale ecosystemen en het versterken daarvan. Leunend tegen de getimmerde balustrade van de Pieter de Raadtstraat 35 draait hij een sjekkie. Het is niet de eerste onconventionele oplossing die, hier, op dit balkon, in precies deze houding, in hem opkomt. 

De rijkdom die hij vindt in uitzonderingsposities biedt mogelijkheden voor de niet-standaard stadsbewoner en de (semi-)publieke ruimte. Neem bijvoorbeeld Pension Almonde, waar ruim 100 mensen ruim twee jaar tegen lage huur konden wonen in panden die anders leeg zouden staan, terwijl het óók nog iets deed voor de wijk. Hij kan genieten van het effect ervan: dat er bijvoorbeeld een (sl)opera ontstond, die onderdeel werd van de Rotterdamse Operadagen. Of het experiment om in een van de woningen een zorgpension te beginnen, waar serieuze samenwerkingen uit voortkwamen.

Foto: Frank Hanswijk

Het kan wél

Bij het uitvoeren van zijn visie vecht hij soms op tegen de klippen van het ambtenarenapparaat. Dan komt hij terecht in politieke spelletjes. Zoals toen hoorde dat de gemeente de panden aan de Burgemeester de Roosstraat in Rotterdam liever verkoopt aan een projectontwikkelaar dan aan de zittende bewoners. Die moesten er toen binnen enkele maanden uit. Al die tijd dat hij met compagnons Ana, Erik en Marc aan het rekenen was om te kijken of ze er met die bewoners een woningcorporatie kunnen beginnen is voor niets geweest. “De vraag is of het ooit een eerlijke kans gekregen heeft”.

De moed zinkt hem vaak in de schoenen. “Het is soms erg frustrerend”, zegt hij hoofdschuddend. “Het zijn dichtgetimmerde systemen die zichzelf tegenwerken en ons daarmee ook. Mijn vertrouwen in de overheid heeft wel een flinke knauw gekregen door deze jaren Stad in de Maak.”

Wat helpt is een tikje cynisme, of zoals hij het zelf liever zegt: ‘klassiek kynisme’ (Diogenes is zijn filosofie-held). “Dit is een vorm van Stoïcijnse intelligentie en vasthoudendheid die je wel nodig hebt als je dit soort dingen van de grond wilt krijgen. Uiteindelijk gaat het om het resultaat. Als het lukt om simpele oplossingen erdoorheen te krijgen bij alle partijen, dan is mijn missie geslaagd. ‘Volgens mij kan het wel,’ is mijn grote drijfveer. Dingen die iemand anders ook kan, doe ik liever niet, daar ben ik te lui voor.” 

Dat is één van de redenen dat hij zich nooit bij een architectenbureau heeft aangesloten. “Ik heb eigenlijk het hele vakgebied verkend, inclusief de hoofdlijn: gebouwen ontwerpen. Maar ik kwam er al snel achter dat ik interieurontwerp leuker vond. Dat gaat lekker snel; je kunt alles in de handen van één persoon houden. Ontwerpen doe ik vaak alleen. Opmerkelijk, want architectuur bedrijven is één en al samenwerking. Pas later ben ik me gaan realiseren dat het samengaat. Ik ben graag autonoom en vanuit die positie werk ik graag samen met anderen.”

Er was een tijd dat hij tegelijkertijd met een boek, een gebouw en nog een leuk ander project bezig was, gewoon omdat hij zichzelf flexibel wil houden. Nog steeds Piet is bijna altijd met meerdere dingen tegelijk bezig. “Naast Stad in de Maak is mijn tweede hoofdbezigheid van de laatste tien jaar stadsnatuur en stedelijke biodiversiteit. Ik schrijf daarover en werk aan projecten op dat gebied. Ook werk ik aan een oeuvre-onderzoek en uiteindelijk een monografie over ‘wilde tuinman’ Louis le Roy.”

Bij de tientallen boeken die hij schreef, ging zijn motto ‘volgens mij kan het wel’ op. “Ik vroeg me bijvoorbeeld af waarom er nog niemand een boek geschreven had over Herman Haan. Er was bijvoorbeeld geen markt voor, of het was lastig aan informatie komen. Als ik het nuttig vond, en niemand anders deed het, dan ging het gewoon zelf doen.”

“Waarom was er nog geen architectuurdagblad?”, dacht hij in de tijd dat het internet opkwam. “Eindelijk kon ik mijn eigen architectuurkrantje beginnen.” Archined was één van de eerste Nederlandse websites en groeide uit tot het online debatplatform voor de Nederlandse architectuur. Van 1996 tot 2013 was Piet hoofdredacteur. 

Foto: Frank Hanswijk

Tijd voor verandering 

Het jaar 2008 brak de routine. Het was het jaar dat de faculteit voor architectuur in Delft afbrandde. Ondertussen dacht Piet erover om zichzelf misbaar te maken binnen Archined. Met de rookpluimen die hij kilometers verderop zag vanuit het kantoor van Archined, voelde hij de verandering al in de lucht hangen.

Het gevoel klopte. Op de Biënnale van Venetië ontmoette hij Erik en werkte hij samen met Marc en Ana, die hij al kende. In een tijd waarin de Nederlandse architectuur floreerde met ‘Super Dutch’, besloot het Nederlandse team een paviljoen te maken dat zich richtte op discussie en onderzoek in plaats van het laten zien van gebouwen. De brand van de faculteit in Delft was aanleiding om vaardigheden, mogelijkheden en een curriculum te ontwikkelen dat verder gaat dan het uit de grond stampen van gebouwen. Een antwoord van architecten op wat er op dit moment echt urgent is. Het was een lastige boodschap op deze internationale architectuurtentoonstelling. “We werden niet begrepen.”

Midden in de werkzaamheden rond deze biënnale kwam het nieuws: de bank Lehman Brothers was failliet. Het begin van een wereldwijde financiële crisis waarin 60 procent van de Nederlandse architectenbureaus ten onder zou gaan en de architectuur zich op een hele nieuwe manier moest uitvinden. “Kortom, opeens was ons paviljoen wél actueel.”

Crisis als voedingsbron

“Dankzij die crisis zitten we hier nu al 10 jaar”, concludeert hij. Met zijn pakje shag tikt hij op de rand van het balkon van het hoofdkwartier aan de Pieter de Raadtstraat. “Wij gingen op onze eigen manier verder met de bouwstenen die deze biënnale had opgeleverd. De tijd van reflectie was over, voelden we. Tijd om met iets tastbaars aan de gang te gaan.” Al snel kwamen de twee ‘weespanden’ via Erik op hun pad. “Het was crisis en deze panden opknappen om als woningen te verhuren was duurder dan dichttimmeren en leeg laten staan. Geef het aan ons en jullie hebben er 10 jaar geen last van, zeiden we.”

Het werd het begin van Stad in de Maak. Naast het opknappen en in gebruik nemen van de panden, startten we een activistische ‘denk- en doetank’ en begonnen we te experimenteren met ideeën over andersoortig beheer van leegstand, coöperatief wonen en het ontwikkelen van commoning

Alles om ruimte te maken. Ruimte waar de stad wat echt wat aan heeft. Een concrete praktijk die een alternatief biedt aan de neo-liberalistische uitsluiting die hij overal om zich heen ziet. Zeker in een stad als Rotterdam. Is hij een anarchist? “Ik durf het niet te zeggen, want daar zijn zoveel stromingen in. Ik vind het stoïcisme relaxter. Wat er ook gebeurt, mij krijgen ze niet klein.”

Hij heeft nog één belangrijke missie met Stad in de Maak: “Een permanente plek vestigen is de enige manier om niet weggejaagd te worden. Een tegenwicht bieden. Helaas zien we tot nu toe nog steeds dat geld belangrijker is dan maatschappelijke waarde. Tot ik me verveel ga ik door om een woningcorporatie in Rotterdam voor elkaar te krijgen. Volgens mij kan het wel.”

Lees meer over de andere aanstekers:

Daan den Houter

“Ik streef naar een idealistische minimaatschappij” …

Erik Jutten

“Ik denk dat samen het antwoord is op vele maatschappelijke vragen” …

Ana Džokić 

“Op een dag kopen we als wooncoöperatie een pand” …

Marc Neelen

“Niet iedereen leeft volgens het stramien van de beleidsmakers” …

Piet Vollaard

“Ik vind win-win situaties in onconventionele oplossingen” …

Vaarwel Pension Almonde, welkom Vlaardinger Meent

Sinds dit voorjaar is Stad in de Maak actief in Vlaardingen. Een rustig woonwijkje met jaren ’20 woningen op vijftien minuten metro-afstand van het centrum van Rotterdam is de locatie van het volgende experiment met het tijdelijk beheer. Welkom in de Vlaardinger Meent / Vlaardingen Commons, de nieuwste telg van Stad in de Maak en de opvolger van Pension Almonde.

Wat rustiger en wat groener deze keer, maar met dezelfde uitgangspunten: alternatieve samenlevingsvormen, het zo veel mogelijk delen van voorzieningen en engagement met de bewoners uit de wijk.

Vaarwel Almondestraat
De voorloper van de Vlaardinger Meent, Pension Almonde link, was een straat met 52 voormalige sociale huurwoningen. Van eind 2019 tot april 2021 was de hele Almondestraat in Rotterdam in beheer van Stad in Maak als experiment om de stad toegankelijk te houden. Er woonden moderne stadsnomaden; mensen die tussen wal en schip vallen op de woningmarkt. Commons en laagdrempelige buurtinitiatieven kregen er een kans. Fysiek is er niets meer van Pension Almonde over. Alleen een lege straat met gekleurde muren en beveiligingscamera’s van de nieuwe eigenaar.

Gelukkig is er nog de impact: de research die er gedaan werd, zowel als kunstproject als academisch. De aandacht die kwam voor de stadsnomaden en impuls die dit gaf aan het politieke en maatschappelijke debat. Verder was er natuurlijk de Slopera, die als onderdeel van de Operadagen een statement maakte tegen speculatie en het grootkapitaal. Bovendien woonden er mensen, ontstonden er netwerken. Zelfs in coronatijd, vanwege de noodhulp en de gedeelde ruimte en buurtvoorzieningen in de plint. Dit moesten we toch voortzetten op een nieuwe plek? Al was het maar om de vraag te beantwoorden: Kan het Pension zelf nomadisch worden en zich van plek naar plek verplaatsen?

Buitenkeuken, Studio C.A.R.E.

Welkom Vlaardingen-Oost
In elk geval wel voor een deel. Een deel van de bewoners van Pension Almonde verhuisde mee naar twee straten in Vlaardingen: De Cornelis Houtmanstraat en de Nieuwe Kerkstraat. Waar Pension Almonde één straat omvatte, zijn dit zelfs twee straten, waarvan de woningen van woningcorporatie De Samenwerking langzaam in beheer komen van Stad in de Maak tot aan de sloop, die gepland staat in 2023.

Na het verlies van Pension Almonde is er één voorwaarde: Stad in de Maak laat dit keer iets blijvends achter, zodat de herinnering aan dit nieuwe ‘pension’ ook na de sloop achterblijft in de wijk. In eerste instantie zou Stad in de Maak de lege woningen overnemen, maar na de start van het project bleek dat ook de zittende bewoners die zouden moeten verhuizen, nu van Stad in de Maak willen huren. Dan hoeven zij hun woning niet uit én zouden ze bovendien minder huur gaan betalen. Volgende week is er een meeting, in het Nederlands en Engels, om de bewoners in te lichten over sociocratie en de ideeën achter het pension.

Een verrijking, vindt de 22-jarige Noëmi het leven in de Cornelis Houtmanstraat. In coronatijd woonde ze alleen. Achteraf gezien was dat best eenzaam. Ze droomde over een community. Nu ze betrokken is bij de start in Vlaardingen kan ze eindelijk haar idealen leven. “Een crisis toont meer dan ooit dat wij elkaar nodig hebben en zo duurzaam mogelijk moeten leven.” Ze komt uit Roemenië en volgt haar volledige HBO-opleiding in Nederland. Als student Transformative Social Innovation is het wonen via Stad in de Maak een levend onderzoek voor haar.

Samen met huisgenoot en vriendin Romy was ze een van de eerste bewoners. Ze kregen het oudste huis toegewezen, wat ze opknapten met tweedehands meubels en kunst van vrienden aan de muur. Hoewel ze boven wonen, delen de bewoners alle tuinen. Het balkon staat vol stekkies, die klaar zijn om de grond in te gaan.

Noëmi

Stekkies
Aan de overkant, in de Nieuwe Kerkstraat heeft Laura hetzelfde. Overal staan er planten die een plekje moeten krijgen. Net ingetrokken en nog voor die – Laura identificeert als non-binair – alles binnen op zijn plek heeft staan, is die meteen aan de tuin begonnen. Eerst stond er een vijgenboom, dat vond de community een grote aanwinst. “Helaas heeft de vorige bewoner heeft ‘m van de week opgehaald. Wel heb ik de bessenstruiken uit de tuin van de buurman kunnen redden en hier geplant.” Eerst woonde Laura in een ecodorp in de Achterhoek, maar via Noëmi kwam die in Vlaardingen terecht.

Een paar huizen verder laadt David zijn auto uit. De helft van de verhuisspullen liggen er nog in. Voor het eerst sinds jaren trekt hij in een woning, nadat zijn plan om de wereld rond te zeilen in duigen viel door corona. “We zijn blij om op deze manier bij te dragen aan sociale verandering. De woningmarkt zit potdicht en zo onderzoeken we een alternatief. Ik ben ook heel benieuwd naar het idee van sociocratie. Dus we gaan ontdekken hoe het is om ergens in te investeren, ook al is het uiteindelijk natuurlijk tijdelijk.”

Olaf en Paul

Pannenkoeken en drankjes met de buren
In het huis naast dat van Noëmi bakt Clara pannenkoeken, terwijl haar vriendin Rif haar backpack inpakt. Er gaat veel in, want zonder vaste woon- of verblijfsplaats leeft daaruit. Ze gaat vandaag naar Frankrijk en hoe lang ze waar zal blijven weet ze nog niet. Op een stoel zit huisgenoot Eden aan de koffie. Hij moet opschieten om naar zijn werk te gaan, maar hoopt nog een pannenkoek te bemachtigen.

Vrolijk vertelt de Duitse Clara over haar verhuizing van het levendige pension Almonde, midden in de stad, naar het toch wat rustigere Vlaardingen. “Hier zit je vlakbij de Broekpolder, fijn in een natuurlijke omgeving. En als ik vrienden wil zien, ben ik in een kwartier in de stad. We hebben het hier ook leuk met elkaar. Er is frisse energie. We mogen samen de community vormgeven.

Pension Almonde was een staand concept, waar ik in kwam wonen toen het al een jaar draaide.” Ook hier staan er potjes met stekkies op tafel. Daarnaast liggen er stukken zelfgemaakte zeep. “Van de buurvrouw, Linda, die hier al jaren woont. We krijgen steeds meer contact. Ze wil weten wat we ervan vinden.”

Al met al is het nieuwste pension een mix van verschillende soorten bewoners. De stadsnomaden die uit levensovertuiging niet hechten aan een vaste woonplek vormen een interessante combinatie met de oude bewoners van de straten, die juist willen blijven omdat ze wél hechten aan een vaste woonplek. Daarnaast is er mondjesmaat contact met de bewoners van de andere blokken, die in beheer zijn gegeven aan een huisvester van Oost-Europese arbeidsmigranten.

Ergens is het gek, vindt Noemi: “Stad in de Maak neemt deze straten over en wij zijn een community aan het vormen. Maar er is al een community van mensen die hier jaren wonen.

Sociocratische meeting @ De Stokerij

Sociocratie
Elke twee weken is er een meeting, waarin praktische dingen worden besproken. Deze zomer werd er gezamenlijk getuinierd en besloten dat er zo min mogelijk schuttingen in de tuinen moeten staan. Ook is er een buitenkeuken geopend die de bewoners maakten samen met Studio Care. De bewoners zijn verdeeld over vier sociocratische cirkels, die de gemeenschap besturen: program, research, administration en maintenance.

Deze laatste heeft twee subcirkels: gardening en the new people circle, voor het selectieproces van nieuwe bewoners. De basis van het systeem is dat de cirkels over een onderwerp gaan en ideeën opperen, maar dat beslissingen nemen alleen kan op basis van consent: instemming van ieder groepslid. Lees meer over dit besluitmodel van stad in de maak.“

Daarnaast moeten we het veel meer hebben over de structuur van het samenleven”, vindt Noemi. Haar voorstel om ook eens per twee weken een meeting hierover over te organiseren kreeg voldoende bijval. “Hoe waarborg je dat we samenleven als een community, terwijl iedereen zijn vrijheid behoudt? Dat we ieders engagement behouden als er straks veel meer woningen en bewoners onderdeel van de community worden? Het zijn vragen waar je eindeloos over kan lezen en discussiëren, maar wat ik vooral graag wil: dit in praktijk daadwerkelijk gaan doen.”

Slopera , the (short) Movie

Eind september 2020, tussen twee Corona-lockdowns in, werd in de Almondestraat de straatopera ‘Slopera, tragiek van een sloopstraat’ opgevoerd. Een keur aan Rotterdamse acteurs en zangers, een koor van Codarts en natuurlijk de oude en nieuwe bewoners zelf brachten lief en leed van twee jaar vertrekkende Almondestraters en intrekkende stadsnomaden, van gedeeld leed en gedeeld plezier, en van de spelers en slachtoffers van het stedelijk woningtoewijzingssysteem in beeld. Met een samenvattende video impressie kijken we even terug naar één van de culturele hoogtepunten van het project Pension Almonde.

Meer over De Slopera en de activiteiten van het weekend van de uitvoering hier

Shapeshifting: Stad in de Maak als ‘producent van Gemene Ruimte’

Op 29 januari, midden in een Covid-lockdown, verdedigde Louis Volont (Sociologie & Cultuur Commons Quest Office, Universiteit Antwerpen) zijn proefschrift ‘Shapeshifting: The Cultural Production of Common Space’. Stad in de Maak in het algemeen, en Pension Almonde in het bijzonder, was een van de drie cases die Louis als ‘getuigen voor de verdediging’ gebruikte. De andere twee zijn The Public Land Grab (Londen) en Montana Verde (Antwerpen). Het volledige proefschrift is online te lezen, maar hier is alvast een voorproefje.

In zijn inleiding stelt Louis zijn fundamentele ‘empirische’ onderzoeksvraag als volgt: “Dit onderzoek stelt het concept van gemeenschappelijke ruimte op de proef. Mijn leidende vraag is deze: hoe wordt de gemeenschappelijke ruimte geproduceerd binnen de huidige omstandigheden van stedelijke ontwikkeling? Anders gezegd: via welke tactieken geven stadsactivisten een ruimtelijke uitdrukking aan het concept van de Gemene Ruimte (commons)?”

De belangrijkste ‘gids’ van de studie is Lefebvre’s ’triade’ (‘The Production of Space’ en ‘Critique of Everyday Life’); ‘geleefde’ ruimte (representatieve ruimte), geconcipieerde ruimte (representaties van ruimte) en waargenomen ruimte (ruimtelijke praktijk). Maar Louis hernoemt / herdefinieert deze Levebrvreaanse triade vanwege: “Lefebvre’s ‘wollige’ formulering van de drie sferen van de triade. Representaties van zowel ruimte als representatieruimten lijken in de triade op te treden als dingen, namelijk als visuele, verbale of geschreven projecties in de context van de eerste, en als ruimtes met een gevoel van meervoudige betekenis in de context van de laatste. Ruimtelijke praktijk komt dan niet naar voren als een ‘ding’, maar als een ‘proces’: een proces om ruimte te gebruiken, of het nu is om te overleven, maatschappelijke reproductie of kapitalistische groei.

In plaats daarvan wordt de triade geherformuleerd als “de uitdrukkingen van representatie (de ruimte denken), voorheen bekend als representaties van ruimte, configuratie, (de ruimte bouwen), voorheen bekend als ruimtelijke praktijk en betekenis (de ruimte interpreteren), voorheen bekend als ruimtes van representatie. Samen de drie ‘krachtvelden’ van de triade. Deze drie krachtvelden laten elk onderscheid tussen ‘ding en proces’ achter, maar impliceren slechts ‘een manier van doen’.
Dit is een taalkundige, pragmatische operatie om zonder veel verwarring te kunnen wijzen op elk van de drie beschouwde elementen. Vandaar: binnen het veld van representatie vraag ik: hoe ‘denken’ commoners common space? Op het gebied van configuratie vraag ik: hoe ‘bouwen’ commoners een gemeenschappelijke ruimte? En op het gebied van betekenis vraag ik: hoe ‘leven’ commoners in de gemeenschappelijke ruimte?”

Lees verder “Shapeshifting: Stad in de Maak als ‘producent van Gemene Ruimte’”

“Een ongedocumenteerde onderdak geven is in Nederland niet makkelijk”

Saïd (53) voelt zich thuis in Nederland. Oorspronkelijk komt hij uit Marokko. Als ongedocumenteerde is het voor hem lastig om een woning of kamer te vinden. Daarom is hij erg blij met zijn woning in Pension Almonde, ook al is het tijdelijk. Hij is niet anders gewend.

Wat ontstaat er als tijdelijkheid de ruimte krijgt in een straat in transitie? Deze portrettenreeks belichtte in 2021 de bewoners van Pension Almonde. Saïd (53) voelt zich thuis in Nederland. Oorspronkelijk komt hij uit Marokko. Als ongedocumenteerde is het voor hem lastig om een woning of kamer te vinden. Daarom is hij erg blij met zijn woning in Pension Almonde, ook al is het tijdelijk. Hij is niet anders gewend.

“Ik sliep al drie jaar in de opvang hier in de buurt. Ik kende iedereen, omdat ik altijd voetbalde op de pleintjes. Van een Marokkaanse vrouw daar, hoorde ik over Pension Almonde. Ik ging langs en zag Piet (Piet Vollaard van Stad in de Maak, red.) roken voor de deur. ‘Mensen zoals jij verwachtten we al’, zei hij tegen mij. Een ander soort welkom dan ik gewend was.”

Van asielzoekersopvang naar eigen plek

Toch kreeg de 53-jarige Marokkaanse Saïd niet zomaar een kamer. Er was veel discussie over geweest binnen Stad in de Maak. Natuurlijk moet een ongedocumenteerde geholpen worden, maar hoe doe je dat in de praktijk? Als inschrijven en huur betalen niet mogelijk is, en gegevens ontbreken? “Iemand zonder papieren onderdak geven als officiële organisatie is in Nederland niet makkelijk. Bovendien kon ik zoveel huur niet betalen. Toch hebben zij het hier voor mij geregeld.  Ik was heel blij toen ik de sleutel kreeg. Eindelijk even een plekje voor mezelf.”

Op een bankstel, een salontafel en een verwassen doek als gordijn na, heeft Saïd geen meubels. In zijn appartement op nummer 201 heeft hij zelfs geen vloer gelegd. Wel heeft hij een vloerkleed. Daarop staan zijn twee koffers met kleding. Het licht in de keuken werkt niet. “Ach, het is toch maar weer tijdelijk. En ik ben niet veel luxe gewend.”

De jaren hiervoor sliep hij meestal bij de NAS, de opvang vanuit de bed, bad en brood-regeling in Rotterdam-Noord. Soms huurde hij illegaal onder op zolderkamertjes. Er was altijd wel iets mogelijk. Een tijdje had hij een relatie met een Nederlandse vrouw, bij wie hij ook woonde. Op een dag werd hij aangehouden. Hij kon geen verblijfsvergunning laten zien. Daardoor kwam hij in vreemdelingendetentie terecht. “Daar was het pas echt deprimerend. Gelukkig ben ik toen niet uitgezet. Ik zat daar 10 maanden en toen hebben ze me vrijgelaten, omdat ik hier al zo lang was.”

Saïd in zijn woning. Foto: Frank Hanswijk

Een normaal leven

Saïd is al sinds 1988 in Nederland. Hij verliet Marokko om in Nederland werk te vinden. De eerste jaren werkte hij zwart. Daarna kreeg hij een sofinummer en kon hij zelfs wit aan de slag op de groenteveiling in Bleiswijk. Hij had een werkvisum, een huurhuis en betaalde al die jaren gewoon belasting. “Eens in de zoveel tijd moest ik een nieuwe stempel in mijn paspoort halen en dan kon ik weer blijven. Mijn broer en zus wonen hier ook. Ik was gelukkig.”

Het lukt Saïd best om een enigszins normaal leven te leiden, verzekert hij. Alleen die verblijfsvergunning die hij zo graag wil, krijgt hij niet. Al jaren probeert hij het, tot telefoontjes met Aboutaleb – zijn oude buurman in Marokko – aan toe. “Door de jaren dat ik zwart heb gewerkt, kwam ik niet in aanmerking voor het generaal pardon voor arbeidsmigranten. Ik kan niet bewijzen dat ik hier in die jaren aaneengesloten was. Nederland is een moeilijk land. Ze doen hier werkelijk overal moeilijk over.”

In 2010 werd hij ontslagen. Dat was een keerpunt in zijn leven. “Als statusloze arbeidsmigrant krijg je geen uitkering. Ik vond nergens meer werk, omdat de regels strenger waren geworden en werkgevers het risico niet wilden lopen. Zonder werk kon ik mijn visum niet verlengen. Zonder geld op de bankrekening kon ik mijn huur niet meer betalen. Toen heb ik zelf de sleutels ingeleverd bij de woningcorporatie. Ik wilde geen schulden erbij. Mijn meubels heb ik aan de buurvrouw gegeven. Ik ben zwart gaan werken en sindsdien leid ik dit leven.”

In ruil voor zijn woning wast Saïd de ramen in de straat. Foto: Frank Hanswijk

Leven met de dag

Teruggaan? “Dat is echt geen optie en ik vind het irritant als mensen dat vragen. In Marokko zijn al helemaal geen werk en mogelijkheden voor mij. Ik ben misschien wel Marokkaans, maar eerlijk gezegd voel ik helemaal niks meer bij Marokko. Dit is mijn thuis. Alleen voor de overheid is dat niet genoeg om mij een verblijfsvergunning te geven.” Al 30 jaar overleeft hij het hier, dus nu zal hij het ook wel redden. Voor zijn werk als glazenwasser krijgt hij contant betaald. Hij voetbalt veel en heeft vrienden. Na de zoveelste afwijzing voor een verblijfsvergunning, heeft Saïd zich erbij neergelegd. Hij leeft het leven met de dag.

In Pension Almonde woonden ‘moderne stadsnomaden’, mensen die via de
reguliere wegen geen woning kunnen vinden in Rotterdam of die kiezen
voor een levensstijl zonder vaste huur- of koopwoning. In deze serie
tekent stadsgeograaf en tekstschrijver Daphne Koenders de uiteenlopende
van de bewoners van Pension Almonde op en fotograaf Frank Hanswijk neemt
hun portretten.

Elke dag een ode aan de straat

Het werk van Gilbert van Drunen is al net zo’n veelvoud van artistieke uitingen als zijn huis en zijn hoofd.

Wat ontstaat er als tijdelijkheid de ruimte krijgt in een straat in transitie? Deze portrettenreeks belichtte in 2021 de bewoners van Pension Almonde. Dit keer: bewoner Gilbert van Drunen.

Donderdagochtend. 8.20 uur. Snel trekt Gilbert van Drunen een overhemd aan, schuift de lamellen open. Een streep licht trekt door de kamer die nog een beetje naar slaap ruikt. De meubels worden er zichtbaar door: een tweepersoonsbed met het dekbed verfomfaaid in het midden, twee fauteuils, waarvan er op eentje kleding ligt. Een tv-meubel zonder tv maar vol met boeken, nog meer boeken op de eettafel naast vele enveloppen en tekenvellen. Aan de spiegelwand hangen vele schetsen. “Zo, m’n kostuum aan”, praat hij voor zich uit, terwijl hij zijn rode hoedje opzet en enkele pillen uit verschillende potjes neemt: “En wat pillen tegen de gekte”.

Het werk van Gilbert van Drunen is al net zo’n veelvoud van artistieke uitingen als zijn huis en zijn hoofd. “Ja wat doe ik? Tjee. Ik teken, ik dicht, ik schrijf, ik heb een bedrijf Koffie & Ambacht – samen met mijn vrouw – een wijnbar c.q. concertpodium. Daar hangt ook mijn kunstcollectie; The Kill & Ignore Me Art Collection. Nu ik hier ben, doe ik weer andere dingen. Ik kan hier geen eenduidig antwoord op geven, behalve dat ik mens ben.”

De huiskamer van Gilbert met het tv meubel zonder tv. Foto: Frank Hanswijk

Briefje

“Hoe laat is het?” 8.27 uur. Kan hij nog precies zijn tanden even poetsen. Drie weken geleden hing hij een briefje op het prikbord in de gemeenschappelijke woonkamer van Pension Almonde: “Ik denk dat ik vanaf nu elke dag om 8.30 uur een gedicht voordraag.” Zo is het. Stipt om half 9 opent hij de deur, stapt het balkon op en draagt voor:

voor het onweer hangt de lucht
lomp afwachtend wat rond
dan plots die ontlading
weerlicht
even wachten
en dan het gedonder
in de glazen
een reünie is voor mongolen
die de lol van het vergeten niet zien
repeteren is voor debielen
die de kracht van de fantasie ontberen
en hopen dat ze door het maken van strafwerk
sprookjes kunnen verzinnen
komt toch lieve jongen
we hebben je zo gemist
kom lieve jongen
zometeen wordt je nog nat
kom lieve jongen
binnen wacht je familie met alzheimer koek
kom lieve jongen
Donar is alweer verdwenen
de zon schijnt
het is november
en je moeder schrijft alweer
haar eerste sinterklaas gedicht

Gilbert draagt voor aan een lege straat. Foto: Frank Hanswijk

Er is geen publiek. “Ook mooi. Alles bij elkaar zijn er 7 mensen geweest in 20 dagen. Maar daar gaat het niet over. Voor een volslagen lege straat draag ik ook graag voor.” Waar het dan wel over gaat? “God. Vraag een bergbeklimmer waarom hij bergen beklimt. Omdat ze er zijn! Het balkon is er! Een podium. Daar moet ik iets mee doen.”

Sinds 1 januari woont hij in Pension Almonde. “Mijn vrouw heeft me eruit gezet. Het was even nodig, geloof me. Via een vriend kwam ik hier terecht.” Omdat het niet makkelijk is om op korte termijn een betaalbare huurwoning te vinden in Rotterdam, vallen mensen in een situatie als die van Gilbert – en de vele andere situaties van de bewoners  – soms tussen wal en schip. Het pension is er voor deze mensen. Hiermee zet Stichting Stad in de Maak zich in voor een sociaal inclusieve stad. “Ik woon hier tijdelijk. Hoe lang, dat hangt van mijn vrouw af.”

Ja zeggen

“Ken je Robert Hughes, de bekendste kunstcriticus van de vorige eeuw? In zijn boek zit een scene over de Aboriginals die zitten te vissen in de baai. Dan komt het schip van ontdekkingsreiziger Cook de hoek om varen. Ze hebben nog nooit zo’n groot schip gezien. Toch rennen ze niet weg. Zo sta ik ook in het leven als kunstenaar. Ook nu ik hier woon, in dit pension. Je beweegt jezelf toe naar een situatie die je niet kent. Anders heeft het geen zin. Ik ben gewoon een enthousiasteling. Ik zeg overal ja op.”

Ondertussen maakt hij havermout. Met sojamelk. “Hipster is als 53-jarige man het grootste compliment dat ik kan krijgen.” Hij pakt zijn tas in. Vellen papier. Een map met de titel ‘Het beest dat verslaving heet’. “Moet ik dat zeggen? Ach, wat maakt het ook uit. Ik was verslaafd. Aan crack. Sinds ik hier woon, ben ik cold turkey gestopt. Vier dagen in de week ga ik naar rehab, waar ik intensieve groepstherapie volg.”

“Ik denk vaak dat ik het niet goed heb begrepen. Ik zie het leven als een melkpak. Iedereen wist vroeger hoe je zo’n melkpak met van die flappen open moest maken. Er was een handigheidje om de flappen naar achteren te duwen. Ik kon dat niet. Zo is het ook een beetje met het leven. En als je ondertussen overal ‘ja’ tegen blijft zeggen, kom je blijkbaar in de rehab. Ook daar zeg ik ja tegen. En nee tegen drugs? Ben je gek! Ik zeg: ‘Ja’ dit wil ik niet meer. Ik heb een dochter van 11!”

De afbeelding van het Facebookevenement waarin Gilbert zijn dagelijkse voordracht aankondigt.

Vergetelheid

“Als het zou kunnen, zou ik nog wel meer betrokken willen zijn bij de community. Maar afkicken is intensief. Dat gedicht doe ik dan wel, elke ochtend. Ik heb er lol in. Ook met het maken van de aankondiging op Facebook. Een foto van mijn balkon met allemaal helden die in de vergetelheid zijn geraakt.” Hij noemt hun namen: dichter Johnny van Doorn, W.H. Auden, personage Barend Servet, actrice Willeke van Ammelrooy en natuurlijk Salman Rushdie, volgens Gilbert de beste schrijver van deze tijd. Enthousiast wijdt hij uit over deze helden en de film Grosse Freiheit. “Ken je die? Móet je zien! Die is met geld van de nazi’s gemaakt. Niet te geloven!” Dan, opeens met overtuigende focus: “Je weet dat ik om 9 uur de deur uit moet he?”

In Pension Almonde woonden ‘moderne stadsnomaden’, mensen die via de reguliere wegen geen woning kunnen vinden in Rotterdam of die kiezen voor een levensstijl zonder vaste huur- of koopwoning. In deze serie de uiteenlopende verhalen van de bewoners van Pension Almonde opgetekend door stadsgeograaf en tekstschrijver Daphne Koenders met de portretten van fotograaf Frank Hanswijk.

“Ik had een nette gemeubileerde studentenflat verwacht”

De Frans-Nederlandse stadsnomade Olaf Drancourt (21) bracht zijn jeugd en studietijd in Frankrijk door. Nu begint hij een heel nieuw leven in Nederland.

Wat ontstaat er als tijdelijkheid de ruimte krijgt in een straat in transitie? Deze portrettenreeks belichtte in 2021 de bewoners van Pension Almonde. De Frans-Nederlandse stadsnomade Olaf Drancourt (21) bracht zijn jeugd en studietijd in Frankrijk door. Nu begint hij een heel nieuw leven in Nederland.

Op zomaar een regenachtige dag half oktober kwam hij aan. Rechtstreeks uit Frankrijk, vergezeld door zijn moeder, zusje, broer en neef. “Ze stonden erop. Als ik dan toch zou gaan, dan zou mijn leven in Nederland beginnen met een korte familievakantie. Tot nu toe betekende Nederland voor mij: Sinterklaas en vakantie. Nu ik er woon, is dat beeld wel bijgesteld.”

Met een auto vol spullen reden ze de straat in en gelijk kreeg hij hulp met het uitladen van de twee beeldschermen, wat technisch gereedschap, kleding en beddengoed. Daar stond hij dan voor Pension Almonde. “Ik had een nette, gemeubileerde studentenflat verwacht.”

Klussen voor de huur

Wat hij kreeg was een vieze, lege woning met oud behang. In korte tijd knapte Olaf Drancourt – of Drancourt-Van Kester, maar daarover later meer – het hele appartement op nummer 167 op in ruil voor een korting op de huur. Kort daarna konden zijn huisgenoten Ioana en Evelijn er zo intrekken.

Verlegen, met een licht terughoudende tred – hij weet niet zeker of de anderen thuis zijn – laat hij het huis zien. Het weinige meubilair dat er staat, vond hij op straat of ruilde hij in het Ruilhuis. Behalve het bureau en de eettafel, die kocht hij tweedehands. “De vloer die de oude bewoners eruit moesten halen, vond ik weer terug bij het grofvuil op straat. Die heb ik grotendeels weer teruggelegd.”

Anoniem Parijs

De keuze voor dit nieuwe, onbekende leven in Nederland begon allemaal met een heftige tijd tijdens zijn studie motorvoertuigtechniek in Parijs. De studie leek een droom, want hij is gek op auto’s. Maar de realiteit viel tegen.

“Dit is niet netjes om te zeggen, maar ik haatte het daar”, verzucht hij. “Als  plattelandsjongen kon ik er moeilijk vrienden maken. Ik woonde in een banlieu van Parijs. Er stonden soms auto’s in de fik. Het sociale woonblok waar ik woonde zat vol mensen met psychische problemen. Ik hoorde mijn buurman vaak aan de telefoon schreeuwen. ‘Ik ga je doodmaken’, riep hij dan. Soms was er drugsonderzoek, dan moest ik elke keer al m’n zakken legen als ik de straat in en uit wilde. Gelukkig zag ik vanuit mijn raam één boom. Dat is bijzonder hoor in Parijs!”

Terug naar het dorp

Naast auto’s is de natuur heel belangrijk voor Olaf. Zijn vader is herborist. Zijn moeder, een Nederlandse die al meer dan 30 jaar in Frankrijk woont, is ooit geëmigreerd uit liefde voor de bergen. “Bomen zijn heel belangrijk voor mij om me goed te voelen. Vuur ook trouwens. En sneeuw! Ik ben graag in contact met de elementen. Hier in de stad moet ik mijn plek vinden.”

Toen hij na 3 jaar alleen in de metropool eindelijk zijn diploma op zak had, wilde hij niets liever dan terug naar zijn dorp in de buurt van Annecy, naar zijn vrienden en zijn auto’s. “Twee maanden heb ik daar als postbode gewerkt. Ik had het platteland geromantiseerd. Mijn vrienden waren ook allemaal gaan studeren. Het was er eigenlijk saai geworden.”

Olaf in zijn appartement. Foto: Frank Hanswijk

Beeld bijstellen

Opnieuw moest hij zijn beeld grondig bijstellen. “Ik verbaasde me over de plek waar ik terecht gekomen was. Dit is geen nette studentenflat! De gemeenschappelijke woonkamer is door kunstenaars ingericht. Er zit een gat in de muur! Ik leef nu tussen de artiesten. Daan, de waard van het pension, bleek geen verhuurmakelaar in net pak, maar een man met lang rood haar, een kunstenaar en een toegankelijk persoon.”

Inmiddels heeft hij zijn draai gevonden. Hij vond een baan als automonteur bij Mercedes in Naaldwijk. Dat is wel even wennen: 40 uur per week hard werken tussen de mannen uit het Westland. “Ze staan wel heel anders in het leven dan ik. En door zoveel te werken mis ik veel van het leven in de community. Veel anderen hebben een vrij leven of zijn student. Gelukkig is er bijna elke avond wat te doen.”

Radioshow

Sinds kort presenteert hij elke woensdagavond zijn radioshow @Olaf & live op de bewonersradio van de Almondestraat. Het thema? Je beeld bijstellen. “Ik vertel wat mensen moeten tekenen. De tekeningen van de mensen hier uit het pension blijken dan allemaal andere interpretaties van het beeld dat ik heb geschetst, vaak zagen ze het op een heel andere voor zich. Een beetje zoals mijn ervaringen tot nu toe met het leven.”

Hij heeft nog geen concreet plan voor zijn leven als de Almondestraat in juli gesloopt wordt. Het liefst zou hij als een echte nomade in een caravan wonen. Of met mensen van het pension een ander huis zoeken. “Mijn uiteindelijke doel is om een leuk meisje te ontmoeten en met haar te gaan wonen. Misschien in Frankrijk. Met een poes. En sneeuw.”

In Pension Almonde woonden ‘moderne stadsnomaden’, mensen die via de reguliere wegen geen woning kunnen vinden in Rotterdam of die kiezen voor een levensstijl zonder vaste huur- of koopwoning. In deze serie de uiteenlopende verhalen van de bewoners van Pension Almonde opgetekend door stadsgeograaf en tekstschrijver Daphne Koenders met de portretten van fotograaf Frank Hanswijk.